Home

Die plicht tot onbekommerd plezier najagen, dat maakt het erger voor jongeren

Hij is vier keer zo groot als een echt mens en toch zit hij daar kleintjes, met zijn schoenpunten naar elkaar, de rug gekromd. Hij, overduidelijk een hij, hoewel je zijn gezicht niet ziet. Zijn capuchon valt diep over zijn ogen. Zijn hoodie is knalgeel, zijn trainingsbroek hagelwit, in contrast met de donkerte van binnen. Hij omhelst zijn eigen opgetrokken knieën en kijkt naar de grond. Hij wil niet dat wij hem zien. Hij is zichzelf genoeg, hij is zichzelf zat. Hij bijt in zijn eigen staart.

Dit beeld, van kunstenaar Saskia Stolz, werd afgelopen zomer gelanceerd op het Museumplein in Amsterdam. Na twee weken vertrok de jongen weer, om steeds twee weken te gaan zitten op pleinen in andere plaatsen, ook het komend jaar nog. Stille strijd heet het beeld; het symboliseert het innerlijke gevecht van depressieve jongeren. Vaak liggen er briefjes bij de jongen, en bloemen. Hij is niet alleen in zijn strijd.

Bij jongeren onder de 30 is zelfdoding nu de meest voorkomende doodsoorzaak. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over 2023. Bij de twintigers die van 2020 tot en met 2023 stierven, overleed 31 procent door zelfdoding. In 1970 was dat nog 9 procent.

Ook bij tieners is zelfdoding nu vaker de doodsoorzaak. Van de in 2022 gestorven tieners overleed 20 procent aan zelfdoding; vaker dan aan verkeersongevallen of ziekte. Van de in 1970 overleden tieners was zelfdoding bij nog geen 3 procent de doodsoorzaak.

Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. 

Dat zijn schrikbarende cijfers. Zoveel ogenschijnlijk kerngezonde mensen dood. Een tiener of jongere die zelf een eind aan zijn leven maakt, verdrietiger kan het niet. Met één brute daad kapten ze al hun dromen, verlangens en verwachtingen af, omdat ze dachten dat het beter was dat ze er niet waren. Dat niemand op hen zat te wachten. Niemand kon hen overtuigen van het tegendeel. Aan hun ouders durfden ze niet te vertellen hoe eenzaam ze waren. Die vrienden, die waren er niet. In een periode die je wordt aangepraat als ‘de beste van je leven’ is alles inktzwart. Dat maakt het erger, die plicht tot onbekommerd plezier najagen. Wie niet spontaan geniet en een topleven heeft, faalt.

Misschien is dat het grootste verschil met de jaren zeventig, waarin ik een tiener en twintiger was: de verwachtingen waren niet zo hoog, de keuzes niet eindeloos. Somberte was mode. Wij zaten te simmen bij een kaars, luisterend naar depressieve muziek. Overal waren jongerenketen waar je voor bijna niets met vrienden kon drinken. Wij mijmerden over weglopen van huis, ver van onze bekrompen, conservatieve ouders (van wie we stiekem veel hielden, en die eigenlijk erg meevielen). In de jaren tachtig liepen we met boze koppen rond omdat de bom toch wel zou vallen. We studeerden eindeloos, zonder druk. De meesten van ons zat het niet tegen.

Nu is alles mogelijk, maar loop je kans steeds het verkeerde te kiezen. Je eet niet samen in de mensa, maar in je eentje een afhaalmaaltijd. Je zit niet op een sportvereniging maar hebt een sportschoolabonnement. Je woont niet in een studentenflat maar in een studio, of bij je ouders. Je flirt zelden in de kroeg, je swipet foto’s. Je hebt online honderden vrienden en je ziet er zelden één.

Nee, niet terug naar de jaren zeventig, alsjeblieft. En: depressie bestrijd je echt niet zomaar even. Maar je moet ergens beginnen. Iets meer gezamenlijkheid voor jongeren, om de eenzaamheid te keren, zou die niet te organiseren zijn?

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next