Home

Nederlandse ouders kiezen vaker voor kunstvoeding direct na de geboorte

Niet eerder kregen in Nederland zo weinig kinderen uitsluitend moedermelk direct na de geboorte. Afgelopen jaar startte slechts iets meer dan de helft van nieuwe moeders met het geven van niets anders dan borstvoeding. ‘Ik ben me hiervan rotgeschrokken.’

Te weinig melkproductie. Aanleggen lukt niet. Pijnlijke borsten. In haar Culemborgse praktijk ziet lactatiekundige Teddy Roorda dagelijks vrouwen die moeite hebben met het geven van borstvoeding. Het doel van haar sessies: zelfstandig borstvoeding geven, liefst zonder aanvullende kunstvoeding. ‘Ik kan vrijwel elk probleem oplossen’, zegt Roorda, tevens oud-voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen.

Slechts iets meer dan de helft van de nieuwe moeders startte afgelopen jaar met het geven van uitsluitend borstvoeding, blijkt uit langlopend vragenlijstonderzoek van het Voedingscentrum, waar duizenden ouders aan meededen. Dat is het laagste percentage sinds de start van de metingen in 1997. Tot 2015 schommelde het tussen de 75 en 80 procent.

Ondertussen stijgt het percentage moeders dat na de geboorte direct start met een combinatie van borst- en kunstvoeding, van 0 procent in 2015, naar 23 procent in 2023. Kunstvoeding wordt dus eerder ingezet en lijkt gedeeltelijk voor moedermelk in de plaats te komen.

Gezondheidsvoordelen

Is dat reden tot zorg? Duidelijk is dat borstvoeding allerlei gezondheidsvoordelen met zich meebrengt, zegt Marije Verwijs, expert voeding en gezondheid bij het Voedingscentrum. Zo heeft een baby minder kans op oorontsteking, luchtweginfecties, maag-darminfecties en (ernstig) overgewicht, en een moeder minder kans op borstkanker, diabetes type 2, reuma en verhoogde bloeddruk.

Of die gezondheidseffecten ook gelden bij een combinatie van borst- en kunstvoeding is niet bekend. ‘Er zijn in Nederland strenge regels waar kunstvoeding aan moet voldoen’, zegt Verwijs. ‘Toch is het niet hetzelfde als moedermelk: sommige stoffen die daarin zitten, zoals antistoffen, kunnen niet worden nagebootst.’

Mogelijk werkt de verschuiving in babyvoeding zo de gezondheidskloof tussen mensen uit verschillende sociaal-economische klassen in de hand, zegt Verwijs. ‘Moeders met een laag opleidingsniveau en moeders met overgewicht geven minder vaak uitsluitend borstvoeding dan hoger opgeleide moeders en moeders met een gezond gewicht.’

Lactatiekundige Roorda is zich ‘rotgeschrokken’ van het historisch lage aantal moeders dat vlak na de geboorte van hun kind uitsluitend borstvoeding geeft. Aanvullende voeding verstoort namelijk de melkproductie. ‘Als je eenmaal begint met kunstvoeding, neemt de eigen melkproductie af. Daardoor blijf je die fles erbij pakken en wordt het volhouden van borstvoeden lastiger.’

Bijvoeden

In het ziekenhuis waar Roorda tot voor kort werkte zag zij het stijgende kunstvoedinggebruik al langer: ‘Ouders en kraamzorgers zijn bang dat het kindje niet genoeg binnenkrijgt, en beginnen daardoor vaak al in de eerste week met bijvoeden – ruim voordat zij de ondergrens naderen van wat een baby nodig heeft.’

Ook de babyvoedingsindustrie maant moeders te kiezen voor een combinatie van eigen en kunstvoeding, zegt Roorda. ‘Zo adverteren merken de laatste jaren met producten die extra geschikt zouden zijn om te combineren met borstvoeding. Hun aanwezigheid op bijvoorbeeld congressen draagt bij aan het vertrouwen van zorgverleners in die producten.’

Soms is kunstvoeding nodig, maar meestal niet, aldus Roorda. Een cursus borstvoeding voor de bevalling kan helpen om het voeden soepeler te laten verlopen. ‘Deze vrouwen laten de kunstvoeding eerder achterwege. Daardoor is de kans ook groter dat ze het langer volhouden.’

Maar zo’n cursus en ondersteuning van lactatiekundigen zijn voor eigen kosten van de ouders, en dus niet voor iedereen toegankelijk. Standaard lactatiekundigen aanstellen bij consultatiebureaus zou het aantal vrouwen dat borstvoeding geeft kunnen vergroten, zegt Ellen Kamman, lactatiekundige die onderzoek deed naar het Nederlandse beleid rondom borstvoeding.

Kolfverlof

Op een internationale ranglijst voor beleid rondom borstvoeding, waarvoor Kamman dit onderzoek uitvoerde, bungelt Nederland vrijwel onderaan. ‘Dat betekent niet per se dat we het in de praktijk heel slecht doen als het om borstvoeding gaat – het geeft vooral aan dat borstvoeding niet goed is verankerd in ons beleid.’ Zo is er geen kolfverlof voor scholieren, studenten en zzp’ers, en zijn er geen richtlijnen voor zorgonderwijs rondom borstvoeding. ‘Al dat soort factoren kunnen bijdragen aan de huidige daling’, aldus Kamman.

Ook voor vrouwen die wél starten met alleen borstvoeding is betere begeleiding welkom, zegt Verwijs namens het Voedingscentrum. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat een groot deel van die vrouwen teleurgesteld is, omdat zij minder lang borstvoeding gaven dan zij hadden gehoopt.

En na zes maanden?

Het aantal baby’s dat in hun eerste maand na de geboorte uitsluitend borstvoeding krijgt, is flink gedaald. Maar daarbij hoort wel een kanttekening. Na zes maanden is het aandeel baby’s dat alleen moedermelk krijgt gelijk aan of zelfs hoger dan voorgaande jaren, doordat de slinkende groep moeders die ermee begint het wél lang volhoudt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next