César Luis Menotti zag er met zijn magere gestalte en lange haren uit als de dichter-filosoof die hij feitelijk ook was. In Nederland genoot hij vooral bekendheid als coach van het Argentijnse elftal, dat in 1978 in de WK-finale Oranje de tweede deceptie binnen vier jaar bezorgde: 3-1 na verlenging. Hij overleed zondag op 85-jarige leeftijd, voor hemzelf niet onverwacht. ‘De dood is het enige waarvan ik zeker ben. Ik ken niemand die op een bepaald moment niet is gestorven’, zei hij een paar jaar voor het zijn beurt was.
Menotti trad in 1974 aan als bondscoach, twee jaar voor generaal Jorge Videla in Argentinië een fascistische dictatuur vestigde die tot 1983 zou standhouden en die duizenden Argentijnen (schattingen lopen uiteen van negen- tot dertigduizend) het leven zou kosten. In dat gruwelijke klimaat probeerde Menotti een visie op het voetbal te realiseren die volledig tegengesteld was aan de politieke omstandigheden.
Dat werd het meest pregnant in 1978, toen de junta in het WK in eigen land een perfecte gelegenheid zag om het imago in binnen- en buitenland flink op te poetsen. De man die daarvoor moest zorgen door wereldkampioen te worden, was lid geweest van de communistische partij en hield er linkse ideeën op na. Dat hij met het succes van zijn team had bijgedragen aan de instandhouding van de dictatuur is Menotti een leven lang nagedragen. Zijn verdediging luidde dat hij het systeem van binnenuit wilde bestrijden.
Dat was niet zonder risico’s. Menotti achtte het verstandig om tijdens het trainingskamp voor het WK te slapen met een geladen pistool onder zijn kussen: verdwijningen van tegenstanders van het regime waren aan de orde van de dag.
Menotti was een atypische voetbaltrainer: hij las Gabriel García Márquez en kende Jorge Luis Borges persoonlijk. In 1970 bezocht hij het WK van dat jaar en daar zag hij Brazilië voetballen zoals voetbal was bedoeld. ‘Aanvallend, schoon en blij voetbal’ werd Menotti’s credo, ‘het elegante pad naar de zege’. De afrekening met het smerige resultaatvoetbal dat Argentijnse clubs als Indenpendiente en Estudiantes berucht had gemaakt werd zijn doel.
Zijn politieke opvattingen indachtig kwam de kettingroker tot de conclusie dat je rechts en links voetbal had. ‘Rechts voetbal gaat ervan uit dat het leven een gevecht is dat opofferingen vraagt. Het wil ten koste van alles winnen en daarvoor moeten spelers gehoorzamen.’ Links voetbal daarentegen gaf spelers vrijheid en was ‘genereus en volledig toegewijd aan het publiek. Het is eerlijk en stelt het resultaat niet boven alles’.
In aanloop naar de WK-finale kwam die opvatting wellicht niet geheel tot zijn recht. Argentinië bereikte de finale door een dubieuze en vermoedelijk georkestreerde 6-0 zege op Peru. Het bloed op het shirt van Johan Neeskens sprak ook een andere taal dan die van pure voetballiefde. Maar El Flaco vond na afloop toch dat zijn spelers ‘de dictatuur van de tactiek en de terreur van het systeem hebben verslagen’ – een duidelijke politieke boodschap.
Hoewel hij zijn adagium van ‘menselijk voetbal’ bleef uitdragen, boekte Menotti na 1978 nog maar weinig grote successen. Maar het ‘menottismo’, met sensationele wijsheden als ‘de bal is voor de speler wat woorden zijn voor de dichter’, krijgt tot op de dag van vandaag navolging, van trainers als Pep Guardiola – en in Nederland Peter Bosz.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant