Home

De visboer zette het zakje op de weegschaal. ‘Krap 350’, zei hij. ‘O, nee’, zei de jongen. ‘Doe er dan maar wat uit’

Het was druk bij de viskraam. Het is een fijne viskraam, beheerd door een wijd vertakt Volendams visboerengeslacht van mannen en jongens die allemaal Schilder heten, net als Nick, van Nick en Simon, en Annie van BZN. Die Schilders staan daar de hele dag vissen van hun (veelal ongezellige) koppen en (dito) ingewanden te ontdoen, zodat ik het keurig bijgepunte zeebanket thuis alleen nog maar even door de hete boter hoef te sleuren; een sympathieke gang van zaken, ook voor de samenscholende reigers achter de kraam.

Loerend als een kat naar die maritieme overvloed stond ik te wachten. Vóór mij was juist een jongeman aan de beurt, een hinderlijk knappe jongen met ravenzwarte lokken, dito wapperwimpers en een strak shirt vol sportschoolspieren.

‘Ik ga paella maken’, stak de jongen van wal. Hij had een harde, lijzige stem. De visboer knikte begripvol. ‘Ja’, vervolgde de jongen, ‘ik moet calamares hebben, en gamba’s, en mosselen, en nu staat er dus in het recept dat ik in totaal een kilo nodig heb. Dus hoeveel calamares denk je dat ik ongeveer moet nemen? ’

De visboer deed een greep in de inktvisringen, stopte ze in een zakje en wilde al naar de gamba’s reiken toen de jongen hem onderbrak: ‘Hoeveel is dat? Want ik zie dat je langoustines hebt en daar wil ik dan ook wat van, maar het moet in totaal een kilo zijn, dus...’

De visboer zette het zakje op de weegschaal. ‘Krap 350’, zei hij. ‘O, nee’, zei de jongen. ‘Doe er dan maar wat uit. Weet je wat, doe maar ongeveer 280 gram. Want ik wil dus ook een paar langoustines. Maar eerst de gamba’s. Wat is het verschil tussen die grijze en die oranje?’

‘Die oranje zijn al gaar, hè’, zei de visboer. ‘In paella kun je beter rauwe....’, maar de jongen onderbrak hem. ‘O dat is wel makkelijk, als ze al gaar zijn’, vervolgde hij. ‘Doe daar dan ook maar 280 gram van, of nee, doe maar 260. En nu de mosselen. O jee, niet zo’n hele bak hoor! Ik hoop toch wel dat je die ook los verkoopt?’

De visboer knikte welwillend, en schepte wat mosselen in een zak. ‘Hoeveel is dat?’ wilde de jongen weten. ‘O God, maar dat is natuurlijk mét schelp! wat ingewikkeld nou. Hoeveel weegt dat dan zonder de schelpen?’

Zo ging er zowat een kwartier voorbij. Terwijl het laatste zeebeestje eindelijk na lang wikken en weken in zijn zakje werd geknoopt, zei de jongen: ‘O jee. Ik bedenk opeens iets. Kun je er van alles weer 50 gram uithalen? Want er moet ook nog kip bij.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next