Home

Sommige mensen vinden dat wij niet mogen meedoen aan sport en dat snap ik wel

In de brief van het ziekenhuis staat dat ik me moet melden bij receptie N. ‘Is dit de genderpoli?’

‘Vandaag niet’, zegt de vrouw achter de balie.

Op de gang staat een bord waar ik zonet overheen heb gekeken. Een grote pijl in regenboogkleuren wijst naar receptie M. ‘Dus níét op receptie N’, staat eronder.

Op receptie M staat een jongen aan de balie die van de receptionist krijgt uitgelegd waar hij een patiëntenpas kan halen. ‘Ik hoef geen patiëntenpas, hoor’, zegt hij. ‘Ik kom hier verder nooit.’

Ik hoef ook geen patiëntenpas. Ik kom hier verder ook nooit.

Over de auteur
Thomas van der Meer schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik ga in de wachtkamer zitten tussen de andere transgender jongens en meisjes die ook op controle moeten komen. Dat moet eens in de zoveel tijd. Je wordt gemeten en gewogen, je bloed wordt onderzocht en je gaat op een apparaat staan dat een nauwkeurige analyse maakt van je lichaamssamenstelling.

Met tegenzin stap ik op het apparaat. Ik heb geen analyse van mijn lichaamssamenstelling nodig om te weten dat ik nogal schriel ben: 65 kilo bij 1,80 meter. Maar wat voor mij een bron van onzekerheid is, vindt het apparaat juist heel goed nieuws. Weinig vet. Alle resultaten staan in het groen.

‘Kijk’, zegt de verpleegkundige opgetogen, en ze wijst op het A4’tje dat ze net heeft geprint met de analyse erop. ‘Je metabolische leeftijd is 23.’ Dat is 15 jaar jonger dan mijn kalenderleeftijd.

Ik ben het gelukkigst met de analyse die het apparaat van mijn benen maakte: een grafiekje waarin mijn beenspieren worden vergeleken met de norm. Een blauwe stippellijn geeft aan hoe de benen van de man zich ontwikkelen als hij ouder wordt, en een roze stippellijn die van de vrouw. Vooral tussen hun 30ste en 50ste hollen hun scores achteruit. Die van mij niet. Mijn benen zijn gespierder dan die van de man en de vrouw ooit zijn geweest.

Terug in de wachtkamer vergelijk ik mijn resultaten met die van de anderen. We hebben allemaal een voorbeeldige bloeddruk, een prachtige hartslag en een opperbest BMI. Dit moet de gezondste wachtkamer zijn van het hele ziekenhuis.

We hebben ook allemaal een metabolische leeftijd die veel lager ligt dan onze kalenderleeftijd. ‘Ik ben 18, dat was op de vorige controles ook zo’, zegt Jeroen (32). ‘Ik ben al zeven jaar 18.’

‘Als ík erop ga staan, zegt-ie dat ik tien jaar ouder ben’, zucht de verpleegkundige.

‘Maar jij bent ook geen transgender, hè.’

Sommige mensen vinden dat wij niet mogen meedoen aan sport en dat snap ik wel. Normale mensen kunnen ons niet bijhouden.

Daarna meld ik me bij receptie S om mijn bloed te laten prikken.

‘Heeft u een patiëntenpas?’

‘Nee, en die hoef ik ook niet, want ik kom hier verder nooit’, zeg ik triomfantelijk.

‘Die heeft u hier wel nodig.’

In de trein naar huis bedenk ik dat ik hier een column over moet schrijven. Telkens als wij in het nieuws komen, is dat met een probleem: discriminatie, geweld, gedoe over wc’s, lange wachtlijsten voor transgenderzorg of wanneer door de Tweede Kamer een wet wordt geblokkeerd die het leven van velen van ons gemakkelijker had kunnen maken. Het zou goed zijn voor de transgenderemancipatie als we nu eens in de krant komen met iets positiefs: onze blakende gezondheid.

Een paar dagen later worden de resultaten van het bloedonderzoek toegevoegd aan mijn dossier. Ik log in op de website van het ziekenhuis om ze te bekijken. En dan staat er toch een resultaat in het rood. Cholesterol.

Mijn cholesterol staat in de onheilspellende marge tussen de norm en wat we verhoogd noemen. Ik had het kunnen weten. Waarom heb ik telkens eten besteld, in plaats van zelf te koken? Te druk, te moe, te lui.

Zo zie je maar weer. Transgenders: het zijn net mensen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next