Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Bert Vrielink (63) vond in een flat een verwaarloosde vrouw. ‘Je kon merken dat ze zat te wachten op de dood.’
‘‘Ik ben kapper’, zei een man die bij een flat 112 had gebeld. Een klant van hem, een hoogbejaarde dame, was niet op haar afspraak gekomen. De vrouw was onlangs gevallen, sindsdien liep ze moeilijk. Ze had geen familie. Omdat ze elke zaterdag naar de kapper ging en nooit een afspraak miste, was hij naar haar flat gegaan. Maar ze deed niet open.
‘Mijn collega Robin en ik gingen naar boven en drukten op de bel. Geen reactie. Daarna belden we haar op. We hoorden de telefoon rinkelen, maar er werd niet opgenomen. Buren vertelden dat ze ’s avonds altijd thuis was.
Over de auteur
Wil Thijssen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘‘De deur moet eruit’, concludeerden wij. Robin is lid van een aanhoudingsteam, hij heeft een koffertje vol attributen om een deur te openen, maar dat lukte niet. Vervolgens gebruikte hij de ram, een massieve, stalen koker met een handvat. Hij moest vaak tegen het slot slaan, een keer of zes, zeven, voordat de deur steeds ietsje verder openging.
‘Binnen stonk het verschrikkelijk. ‘Politie! Is daar iemand?’, riep ik. Geen reactie. Dan ga je zo’n woning doorzoeken. Ik trok eerst de wc-deur open. Het was een onhygiënische bende. Ik zag dat die dame nog wel naar de wc ging, maar nooit doortrok.
‘In de woonkamer zat mevrouw, in het donker, in een nachtjapon naar snooker op tv te kijken. Onder haar nachthemd zag ik twee graatmagere beentjes, ze leek me ondervoed.
‘‘Wat is er met u aan de hand?’, vroeg ik. Ze kwam verward over. ‘U heeft uw afspraak met de kapper gemist’, zeiden wij, maar al snel bleek dat ze geen besef van tijd had. Alleen toen ik opperde: ‘Zal ik de huisarts bellen?’ was ze heel scherp: ‘Dat wil ik niet.’
‘De kamer stond tjokvol spullen, tot aan de fauteuil waarin ze zat. In het looppad lag een onderbroek, helemaal besmeurd met poep, dus ik vermoedde dat ze zichzelf met haar blote billen in die fauteuil zat te vervuilen. Uit alles kon je merken dat ze zat te wachten op de dood.
‘Ik liep de gang op en belde haar huisarts, legde de situatie uit en zei dat ze geen hulp wilde. Dat leidde tot een hele discussie. Pas toen ik zei: ‘Dus u wilt haar niet zien?’, besloot hij te komen. Wij wachtten bij die opengebroken deur terwijl de huisarts met mevrouw in gesprek ging. Bij terugkomst zei hij: ‘Ze wil niks.’
‘Mijn collega had ondertussen de GGZ gebeld, die zei dat er plek voor haar was. Daardoor belde ook de huisarts met de GGZ, waarna een ambulance mevrouw kwam ophalen. Die huisarts ging vervolgens weg: hij had z’n werk gedaan.
‘Ik wees de ambulancemedewerkers op de wc en de onderbroek, allemaal signalen dat het niet goed ging. Ook zij gingen met mevrouw in gesprek, en weer zei ze: ‘Ik ga niet mee.’ Omdat ze niet wisten wat ze hiermee aan moesten, belde een van hen zijn leidinggevende. Na een lang gesprek zei die verpleegkundige: ‘We nemen haar niet tegen haar wil mee.’
‘‘Dat is raar’, reageerde ik, ‘want de huisarts heeft gezegd dat ze mee moet naar de GGZ. Is jouw leidinggevende ook een arts?’ ‘Ja’, antwoordde hij. Zijn leidinggevende had de beslissing van de huisarts dus overruled. Ze namen afscheid van mevrouw en gingen weg.
‘Robin had in de tussentijd de klusjesman van de woningbouwvereniging gewaarschuwd. Die kwam een noodvoorziening op de voordeur aanbrengen. Daarna konden wij niks meer doen en vertrokken wij ook, in de verwachting dat deze melding vanuit de zorg opvolging zou krijgen. Want we hadden iedereen verteld dat er geen familie was die naar haar omkeek.
‘Elf dagen later – dit was in april vorig jaar – hoorde ik van een collega dat ze naar hetzelfde adres waren geweest vanwege stankoverlast. De noodvoorziening zat nog op de voordeur en de bende van de braakschade lag er nog. Na ons was er dus helemaal niemand meer geweest. Mijn collega’s hebben die vrouw, liggend op de grond voor de tv, dood aangetroffen.
‘Dat kan dus, anno 2023, in onze verzorgingsstaat. Daar was ik beduusd van. Je moet iemands doodswens respecteren, maar hadden we haar stervensproces niet iets comfortabeler kunnen maken? Had ik terug moeten gaan? Valt mij iets te verwijten?
‘Misschien wel. Om mensen te helpen ben ik bij de politie gegaan, daar haal je je voldoening uit. Maar de zorg voor die vrouw, de opvolging van wat wij in gang hadden gezet, is geen politiewerk. Het gemak waarmee werd besloten: ze wil geen hulp, nou, dan maar niet, vind ik eigenlijk niet kunnen. Ze hebben mevrouw gewoon laten sterven in haar eigen stront. Niemand die haar lijden een beetje verzachtte, niemand die haar op bed legde, haar waste, niemand die haar hand vasthield toen ze stierf. Dat maakt deze kwestie voor mij zo schrijnend: wij hebben haar met z’n allen gewoon laten barsten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant