Documentairemaker Elena Lindemans volgt in Een goede dood mensen die door fysiek of psychisch lijden de regie over hun eigen levenseinde in handen nemen. Heftige, maar volgens Lindemans nodige televisie, die een zelfgekozen dood uit de taboesfeer haalt.
‘Marte, ik ga je helpen om te overlijden’, klinkt het in de derde aflevering van de documentairereeks Een goede dood, ‘maar eigenlijk wil ik je niet kwijt. En, ben je er klaar voor?’
De stem die we horen is van Kit Vanmechelen, een van Nederlands meest ervaren psychiaters op het gebied van euthanasie bij geestelijk lijden. We zien Vanmechelen niet, slechts beelden van een afgesloten ziekenhuiskamer. Achter de dichtgetrokken gordijnen staat ze bij het bed van Marte, een 26-jarige vrouw die het leven niet meer verdraagt en na haar dood haar organen wil afstaan. Dit is het moment waarop Marte, omringd door haar ouders en zus, eindelijk de vurig gewenste verlossing uit haar psychische nood zal vinden.
Over de auteur
Hassan Bahara is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.
‘Vind je het goed? Is alles gezegd?’, vraagt Vanmechelen.
‘Ja’, antwoordt Marte op beide vragen, waarna ze met hulp van verschillende medische middelen in een diepe, en vervolgens eeuwige slaap wordt gebracht.
De discreet in beeld gebrachte euthanasie van Marte is zonder meer het aangrijpendste fragment in Een goede dood. Waar de andere verhalen – documentairemaker Elena Lindemans volgde het euthanasietraject van meerdere mensen – hoofdzakelijk draaien om oudere mensen die fysiek en geestelijk op zijn, is Marte een vrouw die ogenschijnlijk alles mee lijkt te hebben. Jong, knap, uit een liefdevol nest.
‘Toen ik voorgesteld kreeg om Marte te volgen, zei ik ook eerst: nee, dat wil ik niet’, zegt Lindemans tijdens een gesprek in een Amsterdams café. ‘Zo’n jong iemand. Maar door haar heb ik geleerd dat er ook jonge mensen zijn die al erg lang een persistente doodswens kunnen hebben. Marte had alles geprobeerd, zelfs meer dan veertig keer elektroshocktherapie gehad waardoor ze ernstig geheugenverlies kreeg. Ze was volgens haar eigen psychiater uitbehandeld, maar die wilde de euthanasie niet uitvoeren.
‘En zo kwam Kit Vanmechelen in beeld. Zij kende Marte toevallig al en had haar meegemaakt op een van haar slechtste momenten, toen ze jaren eerder in een crisisopvang zat. Haar familie heeft Marte al meerdere keren moeten opzoeken op de intensive care, waar ze vaak boos en teleurgesteld wakker werd na een mislukte zelfmoordpoging. Geen van hen wilde zoiets nog meemaken.’
Lindemans – naar eigen zeggen geen liefhebber van ‘ koetjes en kalfjes’ – zoekt in haar werk vaker de duistere kanten van het menselijk bestaan op. Want daar heerst ‘oprechtheid’, zegt ze, en laten mensen zich zonder masker zien. Eerder zocht ze die oprechtheid op bij tbs’ers (In de tbs), vaders die na een scheiding hun kinderen niet meer mogen zien (Verstoten vaders) of bij Yolanda, een Nederlandse vrouw die trouwt met een terdoodveroordeelde gevangene in de Verenigde Staten (Onvoorwaardelijk).
Een goede dood is te beschouwen als een vervolg op Lindemans’ spraakmakende documentaire Moeders springen niet van flats uit 2014. In die film behandelt Lindemans ook het Nederlandse euthanasiebeleid, beginnend bij haar eigen moeder met ernstige psychische klachten. In 2002, na een afgewezen euthanasieverzoek, sprong zij van een flat in Heerenveen.
Sindsdien is er het nodige veranderd. De optie voor euthanasie bij ernstig psychisch lijdende mensen is toegankelijker, hoewel de wachtlijst voor hen nog wel erg lang is, vanwege een gebrek aan medisch personeel dat de behandeling wil uitvoeren. Daarnaast zullen volgens Lindemans de verzoeken om euthanasie alleen nog maar toenemen vanwege de vergrijzende generatie babyboomers. Dat is bij uitstek de generatie die het recht op zelfbeschikking opeiste, of dat nu het recht op abortus betreft of dat op een zelfverkozen dood. Met Een goede dood wil Lindemans een licht schijnen op de vele huiskamers waar dat moeilijke gesprek over euthanasie op het moment wordt gevoerd.
Lindemans: ‘Hopelijk brengt het ook het gesprek op gang bij mensen die het onderwerp misschien nog te eng vinden. Ik vond het bijvoorbeeld bemoedigend om te zien hoe het team waar ik mee werk – camera- en geluidsmensen – door deze documentaire het gesprek met hun ouders al zijn aangegaan. Wat te doen als een van de ouders in een vroeg stadium van dementie zit? Of wat als een van de ouders resoluut zegt: ‘Ik wil later niet verpieteren in een verpleeghuis?’
Naast een portret van verschillende euthanasietrajecten, probeert Een goede dood – hoewel niet nadrukkelijk – ook een punt te maken over het werk dat nog verzet moet worden om tot een voor iedereen even humaan euthanasiebeleid te komen. Dat wordt duidelijk uit de verhalen van de uitzichtloos en ondraaglijk psychisch lijdende mensen, die soms de wachtlijst niet kunnen afwachten, of het euthanasietraject te zwaar vinden, en daarom zelfmoord plegen.
Een van die verhalen draait om de psychisch lijdende Wil, een 79-jarige vrouw. Zij raakt in paniek na twee gesprekken met het Expertisecentrum Euthanasie, de organisatie die medisch personeel en mensen met een overlijdenswens begeleidt. Ze is bang dat haar euthanasieverzoek zal worden afgewezen. Ze neemt haar zoon Roeland in vertrouwen en vertelt hem dat ze het zelfdodingsmiddel X, dat ze jaren eerder op de kop heeft getikt, gaat nemen. Roeland respecteert zijn moeders keuze en geeft haar een paar uur de tijd. Maar door complicaties overlijdt Wil niet onmiddellijk. Die avond treft Roeland haar nog levend aan en waakt bij haar. Ze overlijdt pas de volgende dag in de avond.
Lindemans: ‘Dit verhaal resoneert, omdat het aan het verhaal van mijn moeder doet denken. Die sprong vanwege een afgewezen euthanasieverzoek uit wanhoop van een flat. Haar vriend, mijn zus en ik hebben haar die dag laten gaan, wetend waar ze naartoe reed. Ze was al een paar keer eerder naar die flat geweest maar kon het toen niet. Ze smeekte ons haar te laten gaan. Dat is precies wat Roeland ook heeft moeten doen. Zijn moeder loslaten, hoe verschrikkelijk dat ook was’.
Zware kost is Een goede dood zeker. Maar Lindemans heeft ook oog voor de lichte, alledaagse momenten die bij het euthanasietraject horen. Onbedoeld geestig is het moment waarop een van de geportretteerden, de bipolaire Pythia, aan de telefoon hangt met een klantenservice om haar abonnement op dagblad Trouw ‘wegens overlijden’ op te zeggen. De telefonist condoleert haar en stelt voor om de bezorging meteen stop te zetten, maar Pythia wil graag de krant blijven ontvangen tot aan de dag van haar euthanasie.
Lindemans: ‘Om zulke normale zaken draait het uiteindelijk ook bij euthanasietrajecten. In een van de afleveringen volg ik psychiater Nynke, die voor het eerst een euthanasie bij een patiënt gaat uitvoeren. Bij haar thuis zie je haar in de weer met zes spuiten, ze kijkt vooraf nog op YouTube hoe het met het toedienen van de middelen precies zit. Dit soort praktische handelingen laten zien, maakt het hopelijk minder groot of eng. Artsen zijn natuurlijk ook maar mensen. Het is niet niks om iemand te doden. Maar de documentaireserie haalt hopelijk het zware taboe rondom euthanasie weg.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant