Home

Leg de samenleving niet lam met overdreven prognosen, zoals over de ‘grijze druk’

Sinds de babyboom weten we één ding nagenoeg zeker: er komt een moment waarop het gros van deze baby’s oud is. De vergrijzing is daarmee een fenomeen dat we al lang zien aankomen, maar toch op zijn beloop hebben gelaten. De laatste tijd lezen we echter steeds meer over de houdbaarheid van onze zorg en de betaalbaarheid van de pensioenen. Die vergrijzing zit gruwelijk in de weg. Of althans, die indruk wordt gewekt door de onheilspellende toekomstbeelden en cijfers.

Zo verspreidt het Centraal Bureau voor de Statistiek cijfers over de zogenaamde ‘grijze druk’. Dat cijfer geeft inzicht in de verhouding van de ouderen tot het werkende deel van de bevolking. Hoe hoger dat cijfer, hoe hoger de druk van het aantal niet-werkende gepensioneerden op het aantal werkenden. Een handige manier om de effecten van de vergrijzing weer te geven, zou je denken.

Over de auteur
Bernice Franssen is  beleidsadviseur bij Reable Nederland en oprichter van Mantelzorg&Jij. In de maand mei is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Echter, om die ‘grijze druk’ te berekenen wordt er door het CBS gekeken naar het aantal 65-plussers (de veronderstelde gepensioneerden) ten opzichte van de 20-65-jarigen (de werkenden). Deze manier van de ‘grijze druk’ berekenen, laat nogal te wensen over. Niet alleen het aantal 65-plussers stijgt met de vergrijzing, óók de gemiddelde pensioenleeftijd stijgt. Intuïtief klopt dat laatste ook wel. Ik ken inmiddels meerdere vitale en zelfstandige ouderen die nog gewoon werken. Het gaat daarmee te vaak over een overdrijving van de toenemende ‘grijze druk’ en te weinig over de realiteit: we zijn in toenemende mate grijs én druk.

De uitspraak ‘60 is het nieuwe 50’ komt niet uit de lucht gevallen. In het straatbeeld zie ik steeds vaker kwieke zestigers, zeventigers en tachtigers. Ik was er niet bij, maar volgens mij is dit een wezenlijk andere gewaarwording dan vroeger. Niet gek ook, want de verbeterde hygiëne, geneeskunde en de toegenomen welvaart hebben bijgedragen aan een stijging van de levensverwachting. En ook de gemiddelde levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen is de afgelopen decennia gestegen.

Uit cijfers van het CBS blijkt bijvoorbeeld dat men in 2011 gemiddeld 70,5 jaar werd zonder fysieke beperkingen. Tien jaar later, in 2021, gemiddeld 73 jaar. In één decennium een paar gezonde levensjaren erbij. Geweldig toch? Waarom hebben we het daar zo weinig over? We staan te weinig stil bij deze gewonnen levensjaren in goede gezondheid en de impact die dit heeft op de werkzame beroepsbevolking.

Want wat betekent de toename aan gezonde levensjaren voor de werkzame beroepsbevolking? Volgens het Rivm-rapport ‘Gezondheid en arbeidsparticipatie rond de AOW-leeftijd’ hangt gezondheid sterk samen met arbeidsdeelname bij 60-plussers. Oftewel, hoe beter de gezondheid is, hoe groter de kans dat iemand betaald werk verricht. We leven langer, we zijn langer gezond én we werken langer door.

En dat laatste wordt niet meegenomen in de berekening van de ‘grijze druk’. Er wordt al decennialang gerekend met de aanname dat men op 65-jarige leeftijd gemiddeld met pensioen gaat (gebaseerd op de AOW-leeftijd). Maar dat is onjuist. In het jaar 2000 ging men namelijk gemiddeld met pensioen met 61 jaar en in 2040 waarschijnlijk op 68-jarige leeftijd. De zogenaamde verdubbeling van de ‘grijze druk’ van het jaar 2000 naar 2040 is daarom zwaar overdreven.

Ja, er is een stijging van het aantal 65-plussers, maar de ontwikkelingen rondom de effectieve pensioenleeftijd kunnen en mogen we niet buiten beschouwing laten. Het moge duidelijk zijn dat we niet in onze comfortzone kunnen blijven zitten wat betreft de vergrijzing. Maar de maatschappij lamleggen met onrealistische prognosen is geen oplossing. Laten we in plaats daarvan bediscussiëren hoe we als maatschappij het onmiskenbare potentieel aan ouderen dat kán en wíl werken kunnen helpen dit te doen.

Daarom mijn oproep aan de overheid en aan werkgevers. Krab jezelf eens achter de oren. Zorg dat ouderen die willen werken er niet financieel op achteruitgaan. Bied ruimte voor demotie – een stapje terug doen op het werk – of voor omscholing. Zo kunnen oudere werknemers, ook zij die fysiek zwaar werk doen, het langer vol houden.

En doe iets aan leeftijdsdiscriminatie tijdens sollicitatieprocessen. Dat een zestiger die solliciteert bijna de helft minder kans heeft om aangenomen te worden dan iemand van 35? Dat kan echt niet meer in het licht van de vergrijzing.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next