De gemoederen en de spanning liepen hoog op, in de aanloop naar de Nationale Herdenking. Maar zaterdagavond bleef het stil op de Dam, die opvallend leeg was. ‘Door alle discussies weten we weer waar het echt om gaat vandaag.’
Het tikken van regen op poncho’s. Het gekuch van een kind. Het slaan van de vleugels van een laag overvliegende duif. Klinken twee minuten stilte luider als de vrees heerst dat de stilte verstoord kan worden?
Stil bleef het zaterdagavond op de Dam, tijdens de Nationale Herdenking. Een storm aan meningen was er de afgelopen weken aan vooraf gegaan. Zozeer, dat het plein dat veel leger bleef dan normaal de adem leek in te houden toen het trompetgeschal verstomde.
De opluchting die twee minuten later volgt is haast zoals die in de stem van de commentator bij een turnwedstrijd na een geslaagde afsprong. Het had mis kunnen gaan. Maar het ging niet mis. Waar de gedachten heengaan – even hoeft niemand zich te verantwoorden of te verklaren.
De voorzorgsmaatregelen uit vrees voor verstoring waren uitgebreid besproken. De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema wilde een onaangename confrontatie zoals tijdens de opening van het Nationaal Holocaustmuseum, begin maart, koste wat het kost voorkomen. Toen werd haar verweten dat ze niet genoeg had gedaan om demonstranten op afstand te houden.
Zaterdag gold rond de Dam een noodverordening, zoals overigens elk jaar tijdens de Nationale Dodenherdenking. Halsema verweerde zich in de aanloop nog snedig tegen het verwijt van enkele hoogleraren, dat zij met het opleggen van beperkingen onwetmatig zou handelen.
Anders dan bijvoorbeeld een Sinterklaasintocht is de Nationale Dodenherdenking een manifestatie zoals vastgelegd in de Wet openbare manifestaties, schreef ze. ‘Dat betekent dat er een plicht rust op het lokale gezag om de ceremonie en de twee minuten stilte te beschermen tegen verstoringen en wanordelijkheden.’
En dus is er zaterdagmiddag in het centrum van Amsterdam al een grote politiemacht op de been. Vanaf het einde van de middag worden alle mogelijke toegangswegen tot de Dam gebarricadeerd. ‘Memorial?’ Een Spaanse toerist die nog voor de winkels sluiten halverwege niet verder kan in de Kalverstraat slaat het tafereel niet begrijpend gaande.
De Dam is dan al veranderd in een labyrint van door hekken gescheiden vakken en paden. Wie de herdenking wil bijwonen, moest een toegangsbewijs reserveren. Er waren er tienduizend beschikbaar – de helft van het aantal bezoekers dat normaal gesproken komt.
De rijzige Marvin Celie (44) uit De Zilk staat rond zessen al met honderden anderen met ‘gezonde spanning’ in een van de vakken. ‘Ik hoop dat alles rustig verloopt. Maar om samen te herdenken zou dit toch niet nodig moeten zijn’, zegt hij, knikkend richting de vele agenten.
Dubbelzinnig is het zeker, zegt Janice Hinlopen. Het hekwerk om de plek die juist op dit moment het brandpunt is van de keerzijde van vrijheid, het preventief fouilleren, al dat machtsvertoon van uniformen. ‘Ik begrijp dat de maatregelen nodig zijn, maar het is wel erg dát ze nodig zijn’, verwoordt de 65-jarige het.
Is het de twintigste, of misschien zelfs al de vijfentwintigste keer dat zij en haar man de herdenking bijwonen? Ze zijn de tel kwijt. Hinlopen: ‘Ik heb dit jaar wel getwijfeld, maar uiteindelijk besloten we: er is des te meer reden om te gaan. We moeten ons bewust blijven van wat er is gebeurd en voorkomen dat het weer gebeurt.’
Ze hebben er veel over gesproken, thuis. Maar vraag haar wat ze vindt van alle maatschappelijke oproep en er valt een lange stilte. ‘Je moet veel kunnen herdenken, situaties en periodes. En ja, er moet ruimte zijn voor protest. Maar niet vanavond. Vanavond zijn we stil.’
Dan plots jaagt de wind vanaf het Rokin over de Dam, opeens toch het oog van de storm. ‘Dit soort verstoring heeft niemand in de hand.’
De broers Arnoud (19) en Corné (22) uit Barneveld zijn vandaag voor het eerst op de Dam. ‘Ik wilde er gewoon graag een keer bij zijn’, zegt de jongste van de twee. ‘Ik vind het een mooie traditie. We moeten blijven stilstaan bij al die mensen die het leven hebben gelaten. En bij het onrecht dat er nu nog is. Dan gaan mijn gedachten ook naar Oekraïne en Gaza.’
Voor de maatregelen hebben de jongemannen begrip. Een voordeel van de beperking van het aantal bezoekers: ‘We staan niet opgepropt in een vak.’
Dat er voor het stiltemoment drie mensen blijken te zijn aangehouden die aandacht wilden vragen voor de politieke situatie in Oeganda, gaat langs de meeste aanwezigen heen. Ook na de twee minuten stilte gaat alles eigenlijk zoals gewoonlijk. ‘En toch was het anders’, zegt Janice Hinlopen.
‘Ik had eigenlijk niet anders verwacht’, zegt Marvin Celie achteraf over het beschaafde verloop van de herdenking. Net heeft Tweede Kamer-voorzitter Martin Bosma zonder dat daar veel acht op geslagen is een van de laatste kransen gelegd. De ruggen die hem werden toegekeerd, gaan huiswaarts door de regen.
Volgens het Comité 4 en 5 mei waren er 3.900 belangstellenden op de Dam, plus zo’n duizend genodigden. ‘Het was leeg, te leeg’, vindt Hinlopen. Misschien was het de regen, misschien niet ingeloste reserveringsijver, misschien al het rumoer vooraf.
‘Soms klinkt meningsverschil zo luid dat het ons mededogen overstemt’, zegt burgemeester Halsema in haar toespraak. ‘Laten wij een zacht gemoed hebben voor al die mensen die de wond van oorlog elke dag voelen.’
Misschien, zegt Janice Hinlopen, is alle discussie voor één ding wél goed geweest. ‘Nu weten we weer waar het echt om gaat vandaag.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant