Nadat hun biologische vader eerder al zijn eigen leven had beëindigd, deed ook de stiefvader van Nora en Femke dat. Maar ze passen ervoor een slachtofferig verhaal van hun leven te maken. ‘Je kunt ook een ander, beter verhaal voor jezelf schrijven.’
Femke Stoffels (40, actieonderzoeker): ‘Ik heb me wel even afgevraagd: waarom doe ik dit, het hele verhaal vertellen? Maar ik vind het belangrijk dat er gesproken wordt over verlies en zelfdoding. Ik lees deze rubriek altijd en dan haal ik troost uit de ervaringen van anderen die ook shit meemaken en het te boven komen.
‘In januari is mijn stiefvader naar het spoor gelopen. Hoe het precies is gegaan zullen we nooit weten, al heb ik de neiging daar helemaal in te duiken. Er blijft niets van je over. Een zakje met een kapotte aansteker, zijn portemonnee en een plukje haar kregen we terug.’
Nora Stoffels, Femkes tweelingzus (40, teamleider op een hbo): ‘Leendert was advocaat. Ondanks zijn drank- en drugsgebruik was hij hoogfunctionerend, heel slim, belezen, wist alles van klassieke muziek, hij kon zeer charmant zijn. Hij is bijna twintig jaar samen met onze moeder geweest na de turbulente scheiding van onze ouders. Hij was een vaderfiguur voor ons, zeker voor Femke.’
Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl
Femke: ‘Ik zei tegen vrienden dat hij mijn echte vader was. Als pubers konden we nachtenlang filosofische gesprekken met hem voeren, groots en meeslepend moest je leven volgens hem, dan mochten wij ook drank en wiet. Hier gáát het om in het leven, zei hij altijd. Dat vond ik machtig, toen.’
Nora: ‘Hij was ook arrogant, neerbuigend, had weinig vrienden. Hij had narcistische trekken, maar ja, ‘zo was hij nu eenmaal’, zeiden wij daarover in die tijd. Later is gewoon keihard een bipolaire stoornis bij hem gediagnosticeerd.’
Femke: ‘Toen hij begin dit jaar zelfmoord pleegde hadden we al acht jaar geen contact meer. Hij is op een dag tijdens een fietstochtje met onze moeder hard weggefietst en nooit meer teruggekomen. In de jaren erna is hij helemaal doorgedraaid. Zwaar psychotisch geworden, hij stuurde zijn hele adresboek mails waarin hij de pedofilie predikte en met de krankzinnigste beledigingen kwam.’
Nora: ‘Vieze hoer en dat soort dingen. Hij is een zwervend bestaan gaan leiden, was overal de dorpsgek.’
Femke: ‘Het was lastig aan anderen uit te leggen hoe zijn dood mij ondanks alles raakte. Hij was bepalend in mijn vormende jaren, een voorbeeld, ik was echt van hem onder de indruk. Leendert verliezen voelde alsof ik voor de tweede keer een vader verloor.’
Nora: ‘In 2015 had onze biologische vader, Ger, ook al zelfmoord gepleegd. Femke had in die tijd niet zoveel contact met hem, ik elke dag. Het ging niet goed met hem. Hij liep alleen nog maar in zijn oudemannenondergoed. Net op die ene avond dat ik met mijn vriend naar het strand ging, één avond waarop ik mijn telefoon had uitgezet, heeft hij het gedaan.’
Femke: ‘Ger had een angststoornis, was depressief en altijd bang dat hij geld tekort zou komen. Toen Leendert wegliep, nou ja, wegfietste dus, bij onze moeder, was Ger doodsbang dat hij alsnog alimentatie moest gaan betalen. Dat heeft zijn toestand verslechterd. Hij zei al jaren dat hij een touw onder zijn bed had liggen, maar op de een of andere manier namen we dat nooit zo serieus.
‘Ik word nog steeds misselijk van een zoldertrap met zo’n hekje eromheen. Het heeft me lang achtervolgd hoe de poes misschien langs zijn benen heeft gestreken. De schone was was nog niet droog toen hij gevonden werd. Dat je dan eerst nog de handdoeken ophangt... Bij hen allebei heb ik me afgevraagd: hoe gáát dat in je hoofd?’
Nora: ‘Het is een gruwelijke daad. Iemand heeft zichzelf vermoord, dat maakt de rouw voor nabestaanden heel complex. Femke en ik zijn er allebei obsessief veel over gaan lezen. Joost Zwagerman natuurlijk, die er fel op tegen was. En het uiteindelijk zelf ook deed, tóch.’
Femke: ‘Na mijn vaders dood heb ik vreselijk met de vraag geworsteld: zit het ook in mij? Is het genetisch? Ik ben heel bang geweest, het leek haast onontkoombaar dat ik ook zo aan mijn einde zou komen. Dat heb ik niet meer, dat is door Leendert ook niet teruggekomen. Sinds ik een kind heb, vind ik het voornamelijk onbegrijpelijk en dieptriest dat je zó niet in staat bent je te verbinden met je eigen vlees en bloed.’
Nora: ‘Bij Gers dood hadden we ervaren hoe fijn het organiseren van de uitvaart kan zijn. Het is op een bepaalde manier helend geweest.’
Femke: ‘Dus toen het bij Leendert een eenzame uitvaart dreigde te worden – hij had niemand meer over – hebben wij de leiding genomen. Hij was toch belangrijk voor ons geweest.’
Nora: ‘Het was een mooi en lief afscheid. We hebben alle vier gesproken: wij twee, onze moeder en onze zus Maartje. Zij heeft een gedicht over zelfmoord voorgelezen – dat had ze nog liggen van Ger.’
Femke: ‘Door die ervaring hebben we deze keer veel betere tools om ermee om te gaan.’ Met droge humor: ‘Ik hoop overigens wel dat het hierbij blijft.’
Nora: ‘We hebben het fucking goed gedaan met ons vieren. In onze toespraken hebben we volgens mij alle vier de woorden ‘in mijn beleving’ gebruikt.’
Femke: ‘We houden van moordspellen en escaperooms en zo, en twee weken na Leenderts dood hebben we met z’n vieren een spel gedaan dat, je gelooft het niet, ‘Murder mystery train’ heet. Stond al langer gepland, hoor.’
Nora: ‘We hebben de grootste lol gehad.’
Femke: ‘Ons kapot gelachen. Na Gers dood vertelde ik te pas en te onpas over zijn zelfmoord aan mensen. Zat ik op de camping naast iemand bij het kampvuur, hup, het hele verhaal kotste ik eruit. Ik heb een meditatiecursus gevolgd van acht weken waarin ik de rouw volop over me heen heb laten komen, alleen maar janken. Het voelde als fysieke arbeid, ik was zó moe. Dat is nu, bij Leendert, anders. Ik weet nu: het verdriet kan me overspoelen, maar de golf spoelt ook weer weg. Dat het me gelukt is te leven met wat er is gebeurd, geeft me het vertrouwen dat ik alles aankan. Vooral doordat ik moeder werd, mijn zoon is nu 7, merkte ik dat je kunt helen van zo’n groot verdriet. ’
Nora: ‘Mijn pleegdochter is 8. Mijn eerste kind, ook een dochter, is bij de geboorte overleden, in het rampjaar na Gers dood. Ik heb er PTSS aan overgehouden, maar door keihard te werken en met therapie en antidepressiva, daar wil ik een lans voor breken...’
Femke: ‘Een opkontje noemen we het, ik gebruik het ook.’
Nora: ‘...is het me gelukt weer gelukkig te worden. Na de dood van onze vader hebben we een afscheidsbrief van hem gevonden: zijn vader was een tiran, zijn moeder te vroeg dood – hij had een slachtofferig verhaal van zijn leven gemaakt. Maar je kunt ook een ander, beter verhaal voor jezelf schrijven. Daar hebben Femke en ik voor gekozen. En we hebben elkaar, dat scheelt alles. Ik kan oprecht zeggen dat ik weer een leuk leven heb.’
Femke: ‘Nooit te vroeg juichen, Noor. Het kan nog alle kanten op.’
Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 of 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op 113.nl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant