Home

Het grootste gedeelte van zijn tijd met zijn moeder ligt achter hem, besefte Raoul de Jong (40)

Toen ik 12 was, zat ik huilend in een auto op de parkeerplaats van de Gamma in Schiedam. Terwijl mijn moeder door de stromende regen naar de winkel rende voor materiaal voor een van haar onbegrijpelijke timmerprojectjes, schreef ik in mijn dagboek: „Het is voorbij. De laatste dag van mijn lagere school is voorbij. Voorbij is een periode. Mijn lagereschoolcarrière is voorgoed voorbij.”

Eerder die dag had ik afscheid genomen van de kinderen met wie ik het grootste gedeelte van mijn leven had doorgebracht. „Ik ben niet tevreden over de manier waarop we uit elkaar zijn gegaan. Iedereen rende naar buiten toen de bel ging, ik heb van niemand afscheid genomen.” Dus maakte ik er zelf maar een momentje van. „Ik kwam op deze school als kleintje van 4 jaar. Nu acht jaar later verlaat ik hem als iemand aan het begin van zijn pubertijd. Ik besef dat de tijd vliegt. Dat acht jaar helemaal niet veel is. Ik fantaseer ook hoe het zal zijn om volwassen te zijn. Ik kan het me haast niet voorstellen, maar voor je het weet is het zover en kijk ik terug op vandaag.”

Afgelopen maand werd ik 40. De beste leeftijd, hoorde ik Cher laatst ergens zeggen. Maar goed, dat was Cher. Samen met mijn moeder, die een maand later 65 zou worden, liep ik die avond langs de kust van Marseille, langs een woest klotsende zee. Na een eindeloze monoloog met veel te veel details over een of andere Franse tv-serie, herinnerde mijn moeder zich dat ze „pas” 44 was toen ze besloot te reageren op een advertentie van een Nederlandstalig gezin in Marseille, dat op zoek was naar een au pair.

Mijn moeder vond het leven ingewikkeld, zei ze vroeger vaak. Kort nadat ze mij had gekregen ging ze in therapie. Ze huilde veel, lag dagenlang op de bank of ging plotseling het hele huis verbouwen. Marseille was voor haar een kans om opnieuw te beginnen.

In de week waarin ik in Amsterdam zou gaan studeren, stonden we in mijn moeders slaapkamer, gebogen over het koffertje waarin alles moest passen wat ze naar haar nieuwe leven zou meenemen. „Alleen de mooie kleren”, had ik gezegd. De zwarte jurk met rode rozen. De witte met groene strikken. „Al die jurken die je normaal nooit draagt, alleen die mogen mee.” Ze zouden als een self fulfilling prophecy zijn: vanaf nu werd mijn moeders leven een vrolijk verhaal. Het werkte. Mijn moeder zou Marseille nooit meer verlaten.

„Als je tachtig wordt”, zei mijn moeder nu, „ben je nu pas op de helft. Je kunt nog op een onbewoond eiland gaan wonen. De Kilimanjaro beklimmen. Eindelijk naar de sportschool gaan.” Terwijl ze dat zei, besefte ik dat de kans klein is dat zij 105 zal worden en dat het grootste gedeelte van ons avontuur samen al achter ons ligt. Voorbij is een periode.

Ik keek naar haar, in haar leren jasje, met haar kortgeknipte grijze haar. Zongebruind en helemaal thuis in deze stad aan de Middellandse Zee. Even voelde ik hoe blij ik was, dat zij de degene was met wie ik het de afgelopen veertig jaar moest doen. Maar toen besloot ze dat het tijd was om haar neus te snuiten, keihard, en spuugde ze een klodder snot op de stoep. Als een 65-jarig slecht opgevoed kind.

„Jezus, mam”, snauwde ik.

„Nou, zo doe ik dat”, snauwde zij.

Ontvang iedere week het laatste boekennieuws, recensies en de interessantste interviews in je inbox

Source: NRC

Previous

Next