Home

‘Misschien is het enige antwoord op het geweld in de wereld: iets moois tonen. Beter dansen dan de wapens opnemen’

Met zijn voorstelling Ombra neemt de Vlaamse theatermaker en choreograaf Alain Platel afscheid. Tijd om hem te vragen wie of wat hem zoal geïnspireerd heeft tijdens zijn carrière – en dat varieert van grootheden als Bach tot onbekendere debutanten.

Midden op het podium van de Opera in Antwerpen staat een enorme boom, ontworpen door beeldend kunstenaar Berlinde De Bruyckere. De boom is 12 meter hoog, heeft een diameter van 8 meter en weegt 2 ton.

Het is het allesbepalende middelpunt van de voorstelling Ombra, waarmee de Vlaamse theatermaker en choreograaf Alain Platel (68) afscheid neemt. Deze productie van Opera Ballet Vlaanderen is de komende week nog in Gent te zien, en komt in de toekomst mogelijk naar Nederland.

Maar vanavond staat de boom fier overeind in het imposante operagebouw van Antwerpen. En dat is niet de bedoeling, want de boom is zo ontworpen dat hij tijdens de ruim anderhalf uur durende voorstelling heel langzaam naar beneden helt totdat hij op het eind geveld op het podium ligt. Vanwege een technisch probleem blijft dat effect nu uit. Wat jammer is, want je zou Ombra kunnen interpreteren als de verbeelding van de vergankelijkheid van het leven, of zelfs als eindpunt van een ecologische ramp.

Langzaam verdwijnen

Platel: ‘Dat soort associaties hoor ik ook terug van het publiek, en hoewel ik het als zodanig niet heb bedoeld, snap ik dat wel. Voor mij staat die vallende boom voor een heel persoonlijk moment in mijn leven, toen ik tien jaar geleden aan het sterfbed zat van Gerard Mortier (artistiek leider in de opera, red.), die ik beschouw als een mentor, de man die mij in een deel van mijn carrière heeft geïnspireerd en begeleid. Het was alsof het leven heel langzaam uit hem verdween. Dat is mijn petite histoire natuurlijk, en toch klopt het met wat het publiek ervaart: dat die boom staat voor het verdwijnen, een soort van afscheid nemen, sterven.’

Over de auteur
Hein Janssen schrijft voor de Volkskrant over toneel en musical.

Ombra, dat schaduw betekent, is opgedragen aan Gerard Mortier. Het is tevens Platels laatste grote productie, waarmee hij een punt zet achter een omvangrijke carrière die wereldwijd en zeker ook in Nederland niet onopgemerkt is gebleven. Platels voorstellingen waren regelmatig te zien op het Holland Festival en in de grote theaters – van de Stadsschouwburg Groningen tot aan Carré. Zijn oeuvre is veelomvattend en divers. Voorstellingen als Bonjour Madame, Moeder en Kind, Bernadetje en Allemaal Indiaan zou je eigentijds volkstheater kunnen noemen, over gewone mensen met hun dagelijkse sores. Later maakte hij met zijn eigen gezelschap Les Ballets C de la B vooral groot gemonteerde producties waarin dans, tekst en muziek op eclectische wijze samenvielen.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten. 

In voorstellingen als Wolf, Iets op Bach en VSPRS eerde hij favoriete componisten als Mozart, Bach en Monteverdi. In het succesvolle Gardenia (2010) liet hij een groep Vlaamse dragqueens en transgender artiesten een even glorieuze als weemoedige show opvoeren over vergane glorie en veerkracht.

Hij was ook de man die al ver voordat dat gangbaar werd voorstellingen maakte met een diverse, inclusieve groep mensen. Zangers en dansers uit Afrika en Oost-Europa, mensen van de straat, amateurspelers, mensen met een fysieke of verstandelijke beperking. En ook honden: in Wolf, gezet op muziek van Mozart, liep een roedel honden over het podium.

Iets te klef

Alain Platel werkt nooit met een vooropgezet concept, maar altijd met wat de artiesten hem zelf aanreiken. Zo deed hij dat ook in Ombra. Platel: ‘Ik vroeg de dansers in het begin wat hun vroegste jeugdherinnering aan dansen was, en daar kwamen antwoorden op als Britney Spears, Michael Jackson en de volksdansen uit hun buurt. Ik vroeg ze ook wat ze vandaag de dag zelf graag zouden zien op het podium. En toen hoorde ik vooral dingen als zachtheid, schoonheid, verbinding. Oei, dacht ik, misschien wordt dat allemaal iets te klef, hoe ga ik dat onderbreken? Maar ik snap het wel, dat ze op dit moment, in deze pijnlijke, agressieve wereld op zoek zijn naar zachtheid.’

Hij refereert in dit verband aan de situatie in Palestina, waar hij 25 jaar geleden naartoe reisde. Sindsdien zet hij zich in voor de Palestijnse zaak, maar na 7 oktober heeft hij geen antwoord meer op het geweld. ‘Ik weet nog altijd niet hoe je daarop kunt reageren, hoe je de woede daarover kunt vertalen naar het theater. Dat gaat niet meer, de verbeelding schiet simpelweg tekort. Wat voor zin heeft het nog om te dansen, wat betekenen wij artiesten nog in deze bruutheid? Misschien is het enige antwoord daarop: iets moois tonen. Beter dansen dan de wapens opnemen. Of thuis depressief worden.’

Alain Platel heeft geen dans- of theateropleiding en is in die zin autodidact. Hij studeerde orthopedagogiek en zijn ambitie was om te werken met kinderen met een beperking. Min of meer bij toeval raakte hij verzeild in de wereld van de schone kunsten en hij dankt zijn carrière, zoals hij zelf zegt, vooral aan het feit dat zoveel mensen in hem geloofden en hem kansen gaven. Zo ook met Ombra, waarvoor hij werd uitgenodigd door Jan Vandenhouwe, de artistiek leider van Opera Ballet Vlaanderen. Hij kon vrijuit werken met de zangers, dansers en musici van dit illustere gezelschap.

Platel: ‘Er wordt gezegd dat Ombra mijn laatste productie is, en daarmee ben ik helemaal akkoord. Niets hoeft nog, want ik heb voldoende gedaan.’

Mentor: Gerard Mortier (1943-2014)

‘Toen ik Gerard Mortier leerde kennen, had hij al een grote reputatie als intendant (artistiek leider, red.) van diverse grote Europese operahuizen. Ik had nooit verwacht dat hij geïnteresseerd in mij zou zijn, en toch nodigde hij me vaak uit om te praten over ons werk. Dat mondde uit in een artistieke vriendschap. Hij zag mij als een soort breekijzer in de toen nog behoorlijk vastgeroeste operawereld. Hij wilde dat ik de boel een beetje los zou wrikken. Daarom wilde hij de voorstelling Wolf – die gemaakt was voor een industriehal in de Ruhrtriennale – ook per se opvoeren in de Parijse Opéra Garnier, de meest pompeuze van alle Europese operahuizen. En ja, dat werd daar een schandaal, precies wat hij wilde: vernieuwing.

Vandaag de dag zie je gelukkig dat het uitnodigen van bijvoorbeeld streetdancechoreografen geen uitzondering meer is. Gerard heeft mij ook meegenomen naar restaurants en goede wijnen laten proeven. Ik ben geen man van grote luxe, draag kleren van tien jaar oud, maar Gerard zei: ‘Alain, je kunt zo geëngageerd zijn als je wilt, je mag de martelaar uithangen, maar vergeet niet de goede dingen van het leven te waarderen.’ Zo was hij ook.’

Beeldende kunst: Berlinde De Bruyckere (1964)

‘Voor mij is ze een van de belangrijkste kunstenaars van deze tijd, die overal in de wereld exposeert. Ze maakt imposant beeldend werk in was, geïnspireerd op menselijke figuren en elementen uit de natuur zoals bomen en takken. Ze gebruikte ooit dansers met wie ik werkte als modellen. Ik ken haar werk al vanaf begin 2000 en werkte met beelden van haar in repetities van voorstellingen. We leerden elkaar persoonlijk kennen in 2009. Ik volg haar werk en zij het mijne, haar beelden komen bij mij tot leven, en mijn beelden bij haar tot verstilling.’

Dans: Pina Bausch (1940-2009)

‘Pina is degene die mij door elkaar heeft geschud. Ik kom uit een periode waarin dans in België voornamelijk bestond uit Maurice Béjart, en dat vond ik toen al behoorlijk steriel. Maar ineens was er die tengere vrouw van Tanztheater Wuppertal die dansers liet zien met een klassieke achtergrond, maar ze ook een stem en een naam gaf. Ineens zag je mensen van vlees en bloed die op het podium kwamen getuigen van hun persoonlijk leven. Bij Bausch was dans een middel om iets te vertellen. Haar voorstelling Café Müller is een van de mooiste die ik ooit heb gezien.’

Schrijver: Merlin Sheldrake (1987)

‘Een favoriete schrijver heb ik niet, ik ben meer een wildlezer, ik lees wat anderen mij in handen duwen. Zo ben ik onder de indruk geraakt van het boek Verweven Leven (Entangled Life) van Merlin Sheldrake, een jonge Engelse bioloog, pianist en schrijver die in zijn boek op een toegankelijke manier schrijft over schimmels. Hij legt uit hoe schimmels verantwoordelijk zijn voor de basis van alles wat op aarde leeft. En hoe schimmels zorgen voor het restaureren van natuur die kapot is gemaakt. Wist je dat schimmels in staat zijn om afval te verwerken? Er zijn schimmels gevonden die sigarettenpeuken kunnen omzetten tot iets voedzaams. Misschien is dat wel de oplossing voor de ecologische rampen die op ons afkomen. Als de mensheid zichzelf heeft vernietigd, zal de aarde blijven bestaan en uit schimmels nieuw leven ontstaan.’

Stad: Gent

‘Ik heb in heel wat steden gewerkt en tijdelijk gewoond, maar Gent, waar ik ben geboren en getogen, is voor mij altijd thuiskomen geweest. Bij het maken van Ombra heb ik twee maanden in een studio in Antwerpen gewoond, en daar heb ik enorme heimwee gehad. Toen ik weer thuiskwam, was dat bijna een extatisch moment. In Gent ben ik al vijftien keer verhuisd, dus ik ken intussen alle buurten. Gent is gastvrij, heeft een rijke geschiedenis, een mooi dialect en een rijk aanbod aan volkskunst. Ik voel ook dat de kunst die ik maak zich eigenlijk inschrijft met de geschiedenis van de stad. Als ik kijk naar Het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck in de Sint-Baafskathedraal, herken ik me daarin. Ik woon nu alweer twintig jaar met mijn vrouw en hond in een appartement in een gezellige wijk, net buiten het historisch centrum waar ook veel studenten wonen. Daar kom ik helemaal tot rust op ons dakterras, dat is de plek waar ik de elke ochtend in mijn kamerjas de plantjes verzorg. Ze zijn allemaal uit zichzelf komen aanwaaien; er groeien nu ahorns, een wilg en een vlinderstruik, zomaar, uit het niets.’

Dier: Hond

‘Als kind heb ik nooit dieren gehad, maar toen wij de voorstelling Wolf maakten, waarin veertien honden rondliepen, heb ik aan het eind van de tournee een hond geadopteerd. Flint heette hij, een bordercollie. Toen ik ermee thuiskwam, had ik geen idee wat ik met hem aan moest, maar tussen Flint en mij is een intens contact gegroeid dat mijn leven heeft verrijkt. In 2012 is hij gestorven en heb ik een verdriet gekend dat ik nog niet eerder had meegemaakt. Ik was ontroostbaar, de hemel brak open. Als dat zo’n pijn doet, hoef ik nooit meer een hond, dacht ik. Toch is er later weer een gekomen: Kito, en het is weer bingo – tussen dat dier en mij gebeurt iets wat niet met woorden is uit te drukken. Ik snap dat mensen daar lacherig over kunnen doen, maar dit contact leert mij veel over hoe we in het leven kunnen staan. Goedheid, zachtheid, niets van agressie. Kito is ook mijn relaxpil – elke dag wandel ik drie keer een uur met hem.’

Theatergebouw: MC93, Parijs

‘Wij hebben gespeeld op het kleine podium van het moderne Hebbel-Theater in Berlijn tot in de historische National Theater Hall in Taipei, waar tweeduizend man in kan. Maar waar ik bijzonder graag kom, is in MC93 in Bobigny, vlak bij Parijs. Het is absoluut geen mooi theater, maar wel op een bijzondere manier verankerd in zijn omgeving. Het is een moeilijke wijk, en toch krijgen ze de buurt daar wél het theater in. Geen dure en minder dure plaatsen: iedereen gaat zitten waar hij wil. En telkens wanneer we daar komen, staat het hele kot er op stelten. Het theater heeft ook besloten elke drie jaar onze voorstelling Out of context: For Pina te presenteren, zolang die gespeeld wordt.’

Theatermaker: Lisaboa Houbrechts (1992)

‘Natuurlijk apprecieer ik het werk van Vlaamse generatiegenoten als Anne Teresa De Keersmaeker of Meg Stuart, maar ik ben vooral altijd erg nieuwsgierig naar het werk van de nieuwe generaties, zoals de jonge afgestudeerden aan de Gentse theaterschool. Een van hen is Lisaboa Houbrechts. Haar voorstelling Vake Poes stond al op het Holland Festival en in Avigno. Daarin liet ze zien dat ze een fantasierijke artistieke visie heeft, met een brutale mix van dans, theater en muziek. Toen wij Requiem pour L. maakten, heeft ze bij ons stage gelopen en daar bleek dat ze behalve talentvol ook heel genereus en verbindend is, en aandacht heeft voor mensen met wie ze samenwerkt. Dat is belangrijk.’

Documentaire: The Rachel Divide (2018)

‘Ik ben een documentairevreter, en in die zin is een tv-zender als Canvas ideaal, want daar is elke week wel iets bijzonders te zien. Waar ik diep van onder de indruk was, is The Rachel Divide, een documentaire over Rachel Dolezal, die nu ook te zien is op Netflix. Zij is op een bepaald moment hoofd geworden van de National Association for the Advancement of Coloured People (NAACP), maar daarna werd ze ontmaskerd toen bleek dat ze volbloed wit was, terwijl ze zich voordeed als zwarte vrouw. Haar ouders waren twee witte Texanen. Die documentaire laat zien waarom ze die radicale keuze maakte; het ging erom dat ze zich zwart voelde, en ook zo wilde leven. Met als grote vraag: kun je kiezen om te zijn wie je graag wilt zijn? Meer kan ik niet onthullen, want de afloop maakt deze film juist zo hartverscheurend.’

Muziek: Bach (1685-1750)

‘Bij Les Ballets C de la B heb ik met muziek van bijna alle grote componisten gewerkt, maar als je mij vraagt naar mijn favoriet, dan is dat Bach, altijd Bach. Zijn muziek doet mij het makkelijkst wenen, en ik ween niet makkelijk, en het is ook de muziek die ik het eerst toelaat als ik uit een periode van diepe rouw kom. De afgelopen jaren heb ik sterfgevallen meegemaakt die veel indruk hebben gemaakt, en dan verdraag ik eigenlijk geen muziek. Maar Bach laat ik als eerste weer binnen. In een documentaire over haar leven zegt de 109(!)-jarige muzikante Alice Herz-Sommer, die een concentratiekamp overleefde: ‘Music is... God!’. En ook al ben ik niet gelovig, ik vind dat een mooie definitie, zeker als het de muziek van Bach betreft. Dat is volgens mij inderdaad de stem van God, als er tenminste een God bestaat.’

Cv Alain Platel

9 april 1956 Geboren in Gent, België.
1968 Sint-Lievenscollege Gent, daarna studie orthopedagogiek.
1984 Richt eigen gezelschap op: Les Ballets C de la B, debuteert daar met Stabat Mater.
1993 Maakt Bonjour Madame met amateurspelers en professionele artiesten.
1995 Doorbraak bij groot publiek met Moeder en Kind, modern volkstoneel, gemaakt met Arne Sierens.
1998 Internationale doorbraak met Iets op Bach, een mix van dans, theater en klassieke muziek.
2001 Wordt in Frankrijk onderscheiden met de Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres, in 2015 bevorderd tot Commandeur.
2003 Maakt voor de Ruhrtriennale de voorstelling Wolf, op muziek van Mozart, met onder meer veertien honden.
2010 Groot internationaal succes met Gardenia, een bonte show met dragqueens en transgender artiesten, gemaakt met Frank Van Laecke.
2016 Eredoctoraat aan de Universiteit Gent.
2019 Voert met andere kunstenaars actie om te voorkomen dat Israël het Eurovisie Songfestival organiseert.
2024 Maakt bij Opera Ballet Vlaanderen de grote productie Ombra, waarmee hij afscheid neemt; voert wederom actie tegen de onderdrukking van het Palestijnse volk.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next