Mart van den Heuvel is een van de stille krachten bij PSV. Dankzij hem voelen spelers zich snel thuis bij de club, blijkt uit het boek PSV, de beste van de eeuw dat uitkomt vanwege het kampioenschap. Een voorpublicatie.
Mart van den Heuvel rijdt in zijn auto over de A2. Hij is onderweg van Eindhoven naar Den Helder. Op de bijrijdersstoel naast hem zit een Spaanse man, die hij amper kan verstaan. Het is de vader van Ana Obregon, de vrouw van Hirving Lozano. ‘Hoelang moeten we nog?’, vraagt de vader van Obregon in het Spaans na een uur terwijl hij op zijn horloge wijst. ‘Nog een half uur’, antwoordt Van den Heuvel in het Engels.
Het is de zomer van 2017, een paar dagen nadat de dan 21-jarige Lozano zijn eerste training bij PSV heeft afgewerkt. De Mexicaanse aanvaller is voor pakweg tien miljoen euro overgekomen van Pachuca CF en staat in eigen land al jarenlang bekend als een groot talent. Hij heeft op dat moment al vijftien interlands achter zijn naam staan.
Eenvoudig was het niet om Lozano naar PSV te halen. Het kostte de club meer dan zes maanden om de transfer rond te krijgen. Maar nu hij er eindelijk is, wil PSV er alles aan doen om Lozano en zijn gezin zich zo snel mogelijk thuis te laten voelen in Eindhoven. De Mexicaan wordt goed opgevangen, is onder de indruk van trainingscomplex De Herdgang en ook het niveau van de trainingen bevalt hem.
Over de auteur
Guus Peters schrijft voor de Volkskrant over voetbal en tennis.
Toch trekt Lozano een paar dagen na zijn komst aan de bel bij Van den Heuvel, op dat moment de teammanager van PSV. Hij zit met een probleem, zegt de aanvaller. Zijn dochter huilt ’s nachts heel veel omdat ze haar hond in Mexico mist. Of Van den Heuvel misschien op zoek kan naar een vergelijkbare hond? Een Pomeriaan om precies te zijn.
Van den Heuvel heeft nog nooit van een Pomeriaan gehoord, maar via Google komt hij er al snel achter dat de hondjes het formaat van een koffiebeker hebben en in Nederland bijna nergens te verkrijgen zijn. Het weerhoudt Van den Heuvel er niet van om zijn zoektocht te starten.
Hij stuit al snel op een vereniging voor Pomeriaantjes en weet via via drie adressen te achterhalen waar ze de hondjes verkopen. Hij belt met de drie adressen en zoekt online naar referenties. Alleen bij het laatste adres, in Den Helder, krijgt hij een goed gevoel. Hij wil wel een goed Pomeriaantje hebben. ‘Eentje die blijft lopen’, zoals hij het zelf zegt.
Zo kan het dat Van den Heuvel een paar dagen nadat Lozano voor het eerst bij PSV op het veld heeft gestaan, zijn auto richting Den Helder stuurt. Samen met de schoonvader van Lozano, dat wel. ‘Ja, ik zei meteen tegen die man: Gij gaat wel mee. Ik kan niet in mijn eentje met dat hondje terugrijden naar Eindhoven.’
Na anderhalf uur parkeert Van den Heuvel zijn auto en belt met de schoonvader van Lozano bij het juiste adres aan. ‘Natuurlijk denk ik op zo’n moment weleens: verrekte mafkees, waar ben je nou weer beland?’, zegt hij. Maar eenmaal binnen is Van den Heuvel die gedachte al snel vergeten. Niet veel later heeft hij 2.500 euro afgetikt en zit het hondje in de auto bij vader Obregon op schoot.
Helemaal vlekkeloos verloopt de terugweg niet. Als vader Obregon nattigheid op zijn broek voelt, schrikt hij zich kapot. Hij tilt het hondje met beide handen op, maar nog voordat hij er erg in heeft, heeft de pup zijn plasje al gedaan. Op de broek van vader Obregon verschijnt een grote donkere vlek. Achter het stuur schiet Van den Heuvel in de lach.
Het is het allemaal waard als Van den Heuvel de blik van de dochter van Lozano ziet, zodra ze bij de familie voor de deur staan. Ook op de gezichten van Lozano en zijn vrouw Ana verschijnt een veelzeggende glimlach. Van den Heuvel: ‘Ik zeg altijd: als de vrouw en kinderen van de voetballer zich thuis voelen en het naar hun zin hebben, gaat de speler beter presteren op het veld. Des te groter is de kans dat we kampioen worden.’
Zonder dat hij er zelf te veel nadruk op wil leggen, belichaamt Van den Heuvel een belangrijk deel van de PSV-cultuur. Die van een warme, gemoedelijke en familiaire Brabantse club. Een club waar buitenlandse spelers zich over het algemeen snel op hun gemak voelen. Dat is mede te danken aan Van den Heuvel, die in 1979 begon als verzorger bij PSV en vanaf 2008 bekendheid vergaarde als de immer attente teammanager.
In die rol was hij verantwoordelijk voor allerlei zaken rondom de wedstrijden. Van het regelen van de bus of vliegtickets tot het eten in hotels bij uitwedstrijden. En van het ophalen van nieuwe spelers op het vliegveld tot ze wegbrengen naar de medische keuring.
Maar daar bleef het niet bij voor Van den Heuvel. Hij hield zich niet alleen bezig met de spelers en wedstrijdzaken, maar was ook het eerste aanspreekpunt en vertrouwensman voor de familie van de voetballers.
Dat laatste is Van den Heuvel nog steeds. Hij gaat mee huizen bezichtigen, haalt de kinderen van de spelers van school, maakt afspraken bij de tandarts, belt een elektricien als de stroom bij een speler thuis is afgesloten, gaat mee naar de gynaecoloog en is het aanspreekpunt voor de leerplichtambtenaar.
Van den Heuvel: ‘Soms weten buitenlandse spelers niet dat kinderen hier verplicht naar school moeten. We hebben weleens een speler gehad die het prettig vond als zijn kind van 6 gewoon thuis bleef. Kreeg ik de leerplichtambtenaar aan de lijn met de mededeling dat het kind toch echt naar school moest. Ja, dat klopt, zei ik toen maar.’
De inmiddels 71-jarige Van den Heuvel ging vier jaar geleden op papier met pensioen, al bleek daar in de praktijk weinig van terecht te komen. Bas Roorda nam zijn functie als teammanager over en regelt alle zaken rondom de wedstrijden. Maar ook Van den Heuvel heeft nog steeds een officiële functie binnen PSV. Hij is familie- en spelersbegeleider. Hij doet eigenlijk nog hetzelfde als voorheen, alleen bemoeit hij zich niet meer met de zaken rondom de wedstrijden.
Hij staat dag en nacht klaar, zijn telefoon heeft hij altijd binnen bereik. Ook tijdens het interview, een dag voor de eerste wedstrijd in de achtste finales van de Champions League tegen Borussia Dortmund. ‘Als er nu een speler belt die mij nodig heeft, dan ben ik weg’, waarschuwt de geboren Veldhovenaar. ‘Dat hoort er gewoon bij. Als ik dat er niet voor over heb, dan moet ik stoppen met dit werk.’
Van den Heuvel was tot vier jaar geleden, toen hij officieus met pensioen ging, zeven dagen per week in de weer met PSV. Hij kent de Herdgang naar eigen zeggen beter dan zijn eigen huiskamer. Zijn vrouw Mariëlle voedde hun twee kinderen op. ‘Toen wij verkering kregen, heb ik gezegd: ‘Ik zal niet veel thuis zijn, want ik ben vaak aan het werk. Zij heeft dat altijd geaccepteerd, omdat ze wist dat dit mijn leven is. Een uit de hand gelopen hobby.’
Die uit de hand gelopen hobby begon eind jaren zeventig, toen Van den Heuvel werd gevraagd om verzorger van PSV 2 (tegenwoordig Jong PSV) te worden. Dat leek hem wel wat en paar jaar later promoveerde hij tot verzorger van het eerste elftal. Hij bouwde in ruim twintig jaar een goede band op met de spelers en werd een soort vertrouwensman.
Van den Heuvel voelde zich prettig in zijn rol, maar zag om zich heen steeds meer dokters en fysiotherapeuten aan de medische staf worden toegevoegd. ‘Daar had ik niet zo’n zin in.’ Als oplossing benoemde toenmalig algemeen directeur Jan Reker hem in 2008 tot eerste teammanager van PSV.
Van den Heuvel is een kampioenenmaker, maar dan op zijn eigen manier. Hij was er de negen eerdere kampioenschappen van deze eeuw bij en kijkt uit naar de tiende landstitel. ‘Iedereen draagt zijn steentje bij. Het geeft mij voldoening en energie als ik weet dat de spelers en hun families zich hier thuis voelen. Als ik iets voor ze kan betekenen.’
Begin dit seizoen keerde Lozano na vier jaar terug uit het hectische Napels, waar hij voetbalde bij Napoli. Bij zijn presentatie bekende de aanvaller dat zijn gezin een belangrijke rol had gespeeld in die beslissing. Zij wilden graag terug naar de rust van Eindhoven. Terug naar de club die het gezin altijd zo goed behandeld had. Van den Heuvel hield al die jaren contact met de familie en stond afgelopen zomer op Eindhoven Airport om ze als eerste welkom te heten.
Toen de familie Lozano de aankomsthal in kwam lopen, viel hem meteen iets op. Het Pomeriaantje was er niet meer bij. Toen Lozano naar Napoli vertrok, ging het hondje naar vader Obregon in Mexico. In plaats daarvan dribbelde een teckel naast de dochter van Lozano. Ze had de hond gekregen toen het gezin in Napels woonde en wilde hem per se mee naar Nederland nemen.
Nog niet zo lang geleden kwam Lozano weer naar Van den Heuvel toe. De teckel moest gesteriliseerd worden. Of Van den Heuvel daarbij kon helpen. ‘Ik heb een afspraak gemaakt bij de dierenarts en heb het hondje ’s ochtends afgegeven’, zegt Van den Heuvel. ‘Aan het eind van de dag ben ik de teckel samen met Lozano gaan ophalen.’
Dit verhaal is een voorpublicatie uit het boek ‘PSV, de beste van de eeuw’, dat kort na het kampioenschap van PSV verschijnt en geschreven is door Volkskrant-journalisten Willem Vissers, Guus Peters en Bart Vlietstra.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant