Home

Michal Citroen schreef een geschiedenis van de onderduik: ‘Uiteindelijk hangt het af van een paar moedige individuen’

De vader van historicus en journalist Michal Citroen overleefde de oorlog als kind door onder te duiken. Het was een belangrijke reden voor haar om Een adres te schrijven, over Jodenvervolging en de onderduik. Waarom werd daar in Nederland zo lang zo weinig over gepraat, ook bij Citroen thuis?

Het moet oktober 1971 geweest zijn. Michal Citroen (65) zat bij haar vader in de auto toen hij onverwacht parkeerde tegenover een huis in Scheveningen. Precies op de plek waar hij als jongen in juni 1942 had gezien hoe de Duitsers zijn ouderlijk huis leeghaalden. Al hun meubels en schilderijen werden voor zijn ogen in een vrachtwagen geladen. En de vleugel waar hij altijd zo gepassioneerd op had gespeeld, stond stukgeslagen op de stoep.

Zij, toen 13 jaar, begreep niet goed waarom hij haar die plek liet zien. ‘Mijn moeder was net overleden en had mijn vader achtergelaten met twee dochters: mijn zusje van 5 en ik. Ik dacht: ja zeg, we hebben nu toch wel wat anders aan ons hoofd.’ Nadat de Duitsers weer waren weggereden, had hij zich verstopt in de tuin, in de hoop dat iemand van zijn gezin zou thuiskomen. Maar er kwam niemand. Uiteindelijk sloop hij in het donker naar het huis van een vriendje in de buurt. Daar bleek hij niet meer welkom. ‘Wegwezen Hans, en niet meer hier komen.’ Opeens was hij een ongewenste vreemdeling geworden, een Joods jongetje dat anderen maar in gevaar kon brengen.

Hans Citroen overleefde de oorlog in de onderduik. Zijn vader – de opa van Michal – belandde in Auschwitz, maar keerde terug. De oorlog bleef nadien een bepalend onderwerp, herinnert ze zich. ‘Elk nieuwsbericht op de radio werd gerelateerd aan de oorlog. Net als alle mensen met wie ze omgingen. Wie zijn dat? Waar komen ze vandaan? Waren ze fout? Mijn moeder deed aan paardrijden, maar er mochten absoluut geen paardrijlaarzen in huis. En we mochten nooit hard schreeuwen of onverwachte bewegingen maken.’

En toch zag historicus en schrijver Michal Citroen haar vader jarenlang niet als slachtoffer van de oorlog. Ook niet nadat de psychiater bij hem een ziekmakend oorlogstrauma had vastgesteld. Alle aandacht ging uit naar haar grootvader. ‘Over de onderduik van mijn vader dacht ik nauwelijks na. Die kwam nooit ter sprake. Ik denk dat niemand goed begreep wat onderduiken met een mens kan doen. De angsten die mijn vader heeft gehad, de ptss die hij daardoor heeft opgelopen… Dat werd toch altijd afgezet tegen het verleden van mijn grootvader in Auschwitz.’

En dan mocht hij eigenlijk helemaal niet klagen?

‘Dat werd niet met zoveel woorden gezegd, maar dat was wel een beetje de houding. Inmiddels ben ik veel beter gaan beseffen wat hij heeft moeten doorstaan.’ Ze heeft er nooit echt met hem over gepraat. Achteraf een jammerlijk gemiste kans. Inmiddels is hij al twintig jaar dood. Zijn ervaringen waren voor Citroen een belangrijke reden om Een adres – De geschiedenis van de joodse onderduik te schrijven. Drie jaar werkte ze aan het boek. Het resulteerde in een indrukwekkende vertelling over de Jodenvervolging en de onderduik.

De kille cijfers blijven bloedstollend: in totaal werden 107 duizend Joden op transport naar de vernietigingskampen gesteld. Daarvan kwamen er maar 5 duizend terug. Naar schatting 27 duizend Joden doken onder, waarvan eenderde alsnog werd gepakt.

Voor de meeste Joden was het extreem ingewikkeld om ‘een adres’ te vinden. Daarvoor moest je contacten hebben met niet-Joden, en bovendien over de benodigde financiële middelen beschikken. Bij niet-Joden was er in de beginjaren van de oorlog bovendien nog amper besef van wat er werkelijk gaande was, zegt Citroen. ‘Niemand wist dat Auschwitz en Sobibor bezig waren te ontstaan. In de loop van 1942 ging het mis met alle maatregelen. Vanaf dat moment werd iedere Jood beroofd, werd een ster verplicht en mochten Joden niet meer naar school of met de tram.

‘Maar toen was er nog steeds geen algeheel besef dat de Duitsers bezig waren om Nederland Judenrein te maken. De Duitsers hebben er vakkundig voor gezorgd dat de Joden in twee jaar tijd volledig geïsoleerd en buitengesloten werden. Daardoor ontstond een getto zonder muren. En als mensen uit je zicht verdwijnen, verdwijnen ze ook uit je interessesfeer. Uit het oog, uit het hart.’

Hadden Joden die onderdoken toch een realistischer beeld van de situatie dan de mensen die zich meldden?

‘Ze zijn in elk geval een stuk argwanender geweest. Ze geloofden niet dat het beter was om op transport te gaan. Natuurlijk speelde mee of je mensen kende die je kon vertrouwen. Maar je moest het ook op tijd hebben voorbereid. Als ze eenmaal waren begonnen met razzia’s en ze stonden op je deur te bonken, dan was je te laat.’

Moet je onderduiken ook zien als een vorm van verzet?

‘Ja, natuurlijk. Je kunt lang en breed over verzet praten, daar zijn allerlei definities van. Maar het is wel degelijk verzet. Want je houdt je niet aan wat je wordt opgelegd. En je neemt ook het risico om de gevolgen daarvan te moeten aanvaarden. Namelijk: dat je direct naar concentratiekamp Mauthausen wordt gestuurd (in Joodse kring werd het ‘Moordhuizen’ genoemd).’

In Nederland zijn in verhouding veel meer Joden vermoord dan in landen om ons heen. Is daar een verklaring voor?

‘Voor een deel heeft het met de gezagsgetrouwheid van de Nederlanders te maken. Doen wat er gezegd wordt. En de Nederlandse Joden wáren Nederlandse burgers. Die deelden die opvatting. Dat was anderhalve eeuw lang ook geen onverstandige strategie geweest. We hadden al die tijd geen oorlog gehad, geen excessen. Geen pogroms ook. Dus doe maar gewoon wat je wordt opgedragen.’

In Denemarken verliep het totaal anders. Daar accepteerden de Deense autoriteiten en de Deense bevolking geen anti-Joodse maatregelen. De Denen slaagden er in september 1943 in om bijna alle 8 duizend Joodse landgenoten via een grote reddingsactie met honderden schepen over de Sont naar het veilige Zweden te brengen. Een schril contrast met Nederland. ‘En dan kun je zeggen: het waren er in Denemarken in verhouding maar heel weinig. Dat is allemaal waar. Maar die Denen deden het wél.’

Datzelfde zag je in Enschede. ‘Daar woonden maar 1.200 Joden. Weinig vergeleken met die 80 duizend in Amsterdam. Maar toen daar honderd Joodse mannen werden opgepakt en afgevoerd naar Mauthausen, had je moedige verzetsmensen als dominee Leendert Overduin die zeiden: ‘Dit pikken we niet. Wij gaan de Joden helpen.’ De Groep Overduin heeft heel veel Joden in veiligheid kunnen brengen. Ook omdat ze van tevoren een onderduikorganisatie hadden opgezet. Dominee Overduin is zelf overal langsgegaan om adressen te regelen. Uiteindelijk hangt het van een paar individuen af die moedig zijn en het voortouw durven te nemen.’

De Joodse Raad in Enschede was misschien ook meer verweven met de Enschedese niet-Joodse bevolking.

‘Zeker. De raad bestond uit vermogende textielbaronnen die gewend waren om voor hun mensen te zorgen. Zij zagen wel het belang van onderduiken. Dat is wat anders – sorry dat ik het zeg – dan een goedbedoelende maar toch weinig capabele hoogleraar Oude Geschiedenis als David Cohen.’

Cohen was voorzitter van de Joodse Raad in Amsterdam. Die raad adviseerde mensen juist nadrukkelijk om níét onder te duiken.

‘David Cohen vraagt in 1942 zelfs nog aan Aus der Fünten, de SS’er die de deportaties vanuit Amsterdam organiseerde, of hij even mag gaan kijken in Auschwitz. Dan houdt hij voor zichzelf nog echt de optie open dat het een werkkamp is. Te pijnlijk voor woorden.

‘Ik zit bij zo’n tv-serie ook de hele tijd te kijken met de vraag: wat is nou wel of niet wáár? Ik vind absoluut dat Pierre Bokma een prachtige rol neerzet, maar ik denk dat David Cohen anders is geweest. Bart van der Boom heeft een goed boek over de Joodse Raad geschreven. Volgens hem had Cohen achteraf helemaal geen spijt. Niod-onderzoeker Erik Somers noemt hem ‘elitair, bekrompen, zelfgenoegzaam, goedbedoelend en gezagsgetrouw’. Ik denk dat dat hem perfect vat.’

Het vinden van een veilige schuilplaats bleek in 1943 ineens veel makkelijker toen er ook onderduikplekken nodig waren voor niet-Joodse mannen die aan de Arbeitseinsatz in Duitsland probeerden te ontkomen. ‘Dat ging om ruim 350 duizend mannen. En toen kon het opeens wél allemaal geregeld worden. Binnen de kortste keren ontstond er een hele organisatie. Maar toen het voor de Joden zo nodig was, bleek dat allemaal te ingewikkeld.’

Opvallend is dat Wilhelmina via Radio Oranje amper een woord aan de Jodenvervolging wijdde.

‘Dat blijft een zeer pijnlijk hoofdstuk. Wilhelmina had het op Radio Oranje over staatsrechtelijke vernieuwing. Verder liet ze het dramatisch afweten.’

Ik merk dat het u nog kwaad maakt.

‘Ja, natúúrlijk maakt me dat kwaad. In Londen wisten ze echt wel wat er aan de hand was. Wilhelmina had het moeten opnemen voor de Joden. Dat waren namelijk óók Nederlanders, óók landgenoten. Ze had op z’n minst kunnen zeggen: ‘Help uw Joodse landgenoten waar u kunt.’’

Waarom deed ze dat dan niet?

‘De makkelijkste verklaring altijd is antisemitisme, maar ik denk eerder dat het laksheid en desinteresse was. Niet alleen bij Wilhelmina, dat gold ook voor de rest van de regering in Londen.’

Er wordt vaak gezegd: waarom vluchtten de Joden niet toen het nog kon? U noemt dat: ‘blaming the victim’.

‘Het is een wijdverbreide gedachte: de Joden hebben het aan zichzelf te wijten, want ze zijn niet genoeg in actie gekomen. Tegelijk vind ik dat je die vraag móét stellen, want er zijn mensen die wél gevlucht zijn. Wat ik ertegen heb, is dat er een verwijt in doorklinkt: ‘Sukkels, was dan vertrokken!’ Hoe eerlijk is dat?’

De vraag is bovendien waar de Joden eind jaren dertig heen hadden gemoeten. Nergens ter wereld zat men op Joodse vluchtelingen te wachten. Dat werd schrijnend duidelijk toen de Amerikaanse president Franklin Roosevelt in juli 1938 32 landen uitnodigde voor een conferentie in het Franse Évian-les-Bains om te praten over de opvang van vluchtelingen in Europa. Geen van die landen bleek bereid om ‘migranten’ op te nemen. De Canadese delegatie wees zelfs met een beschuldigende vinger naar de Joodse vluchtelingen. Het zou goed zijn als de Joden ‘een periode van nederigheid en gebed’ in acht zouden nemen om eens na te denken over de vraag ‘waarom Joden overal zo impopulair’ zijn.

‘Verpletterend, hè’, zegt Citroen. ‘Gewoon zeggen: eerst wat zelfreflectie graag. Daarna ben je misschien welkom.’

Hoe beschadigend is onderduiken voor de meeste mensen geweest?

‘Behoorlijk beschadigend. Maar ik denk dat een heleboel mensen ook hebben geleerd om dat na de oorlog te verbergen. Het devies na de oorlog was: doorgaan en niet klagen. Dat heeft mijn vader ook geprobeerd, met heel veel moeite.’

Overleven in de onderduik werd door de buitenwereld toch vooral gezien als het succes van dappere verzetsmensen.

‘Precies. Natuurlijk zijn er ongelooflijk moedige mensen geweest die anderen met gevaar voor eigen leven hebben gered. Maar het doet ook bijna afbreuk aan de moed van de onderduikers zelf.’

U schrijft: ‘De vrede moest ook worden overleefd.’

‘Ja! En dat was misschien wel minstens zo moeilijk.’

Nederland heeft er volgens Michal Citroen opvallend lang over gedaan voordat er überhaupt werd nagedacht over de eigen rol. ‘Na de oorlog werd er gezegd: ‘Ja, hallo! Wij hebben de Joden niet vervolgd. Dat hebben de Duitsers gedaan. Wij waren net zo goed slachtoffer.’ Er werd zelfs gezegd: ‘Jullie hebben tenminste de Hongerwinter niet meegemaakt.’ Of: ‘Kon je in Auschwitz ook bezoek ontvangen?’ Nul begrip van de situatie.’

Tot in de jaren zestig werden de Joden bij de Nationale Herdenking ook niet herdacht.

‘Het ging inderdaad alleen om verzetsmensen en om slachtoffers van bombardementen. Er mocht geen speciale aandacht zijn voor Joden. Dat was een welbewust gekozen lijn. Mensen hadden geen idéé. Er is een verhaal over hoe de Joden terugkomen op het Centraal Station in Amsterdam. Die mensen komen rechtstreeks uit het kamp en kunnen amper meer staan. Waarop een politieagent zegt: ‘Ja hoor, daar heb je ze weer, die Joden. Altijd denken dat ze bijzondere aandacht verdienen’.

‘Weet je waar ik altijd aan moet denken als ik door Amsterdam loop? Dat die mensen uit huis werden gesleept – vaak door de Nederlandse politie – terwijl andere mensen gewoon op een terras zaten. Die kunnen toch echt niet gedacht hebben: o, die gaan naar een werkkamp. De Joodse Invalide, het verpleeghuis, werd op klaarlichte dag leeggehaald. Die patiënten werden zo de vrachtwagens ingedonderd. Wat is er dan met je gebeurd als je dat ziet en het toch maar gewoon accepteert?

‘Ik begrijp dat mensen heel rare dingen kunnen doen als ze honger hebben. Maar dat je als overbuurman een kind aangeeft omdat je het vermoeden hebt dat het een Joods kind is, en omdat je daar 7,50 gulden voor krijgt. Waarna dat kind alsnog weggehaald wordt bij de onderduikgevers en op transport gaat naar een concentratiekamp. Toen ik dat las was mijn kleinzoon 4. Ik kon het bijna niet geloven. Wat is er met deze mensen gebeurd? Wat zegt dat over het beeld dat mensen dan nog hebben van het land, van de rechtsstaat, van Joden of van hun eigen positie? Dat is natuurlijk ook wat we vergeten: we hebben geen idee meer van wat oorlog met mensen dóét.’

Waarom moeten we die oorlog tachtig jaar na dato blijven herdenken?

‘Omdat het mensen waren zoals wij. Hun verhaal mag niet vergeten worden. Het is namelijk niet een Jóódse geschiedenis, het is een verhaal van ons allemaal. En omdat ik tegen beter weten in de illusie koester dat het misschien zal helpen. Dat mensen beseffen wat het ultieme gevolg is van discriminatie en uitsluiting. Dit kan er gebeuren als je gelooft dat de ene mens minder waard is dan de andere.’

Michal Citroen: Een adres – De geschiedenis van de joodse onderduik. Alfabet; 608 pagina’s; € 39,99. 

Wie is Michal Citroen? 

Michal Citroen (Den Haag, 1958) is historicus en journalist. Ze was jarenlang verbonden aan OVT, het geschiedenisprogramma van de VPRO op NPO Radio 1. In 2011 maakte zij voor dat programma een vierdelige documentaireserie over onderduiken. Drie jaar geleden verscheen een heruitgave van haar boek U wordt door niemand verwacht – Nederlandse Joden na kampen en onderduik uit 1999. Een adres – De geschiedenis van de joodse onderduik is verschenen bij Alfabet Uitgevers.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next