Home

Die twee minuten verbinden ons, juist omdat we de ander ruimte voor eigen gedachten laten

Omdat je anderen gunt dat zij aan iets anders denken dan jij. Dat is geloof ik mijn antwoord op de vraag waarom je niet zou demonstreren tijdens de Nationale Dodenherdenking.

De vraag leeft nu er rekening mee wordt gehouden dat sommigen hun solidariteit met de Palestijnen, en hun protest tegen het optreden van Israël en de Nederlandse regering, tijdens de herdenking zullen uiten. Met name de oproep van GroenLinks-PvdA-leider Timmermans om hiervan af te zien, drie weken geleden, had een hoog ‘denk niet aan een roze olifant’-gehalte. Daarnaast neemt burgemeester Halsema van Amsterdam maatregelen die zo zichtbaar zijn – zoals een halvering van het aantal aanwezigen en een fouilleeractie – dat ze die wel publiekelijk móést toelichten. Of hiermee de kans op verstoringen is vergroot of verkleind, is niet te zeggen.

Maar de vraag is interessant en nog niet zo makkelijk: waarom niet demonstreren? Doordat eerbied voor de Dodenherdenking lang betrekkelijk vanzelfsprekend is geweest, zijn veel antwoorden een beetje dooddoeners: omdat het anders kwetsend is, omdat het moment sacraal is.

Dat collega-columnist en activiste Asha ten Broeke door dit type antwoorden niet direct wordt overtuigd, snap ik. Demonstraties bestrijden de status quo, dus kwetsen en ontheiligen kunnen daarbij horen.

Daarom mogen we in Nederland bijvoorbeeld ook een koran verscheuren of verbranden als protest. En zou het een nederlaag voor de demonstratievrijheid zijn wanneer de Arnhemse burgemeester Marcouch zijn zin krijgt en daar een verbod op komt. Het mag zo zijn dat in de praktijk meestal radicaal-rechts de Koran wil schenden bij wijze van xenofoob gebaar, maar de islam is meer dan het toevallige geloof van een Nederlandse minderheid. De islam manifesteert zich op veel plekken in de wereld als dwingend systeem waarin mensenrechten met voeten worden getreden en waarin vrouwen, lhbti’ers en andersdenkenden worden onderdrukt. Daartegen moet je, als je wilt, kunnen ageren, ook door het boek te ontheiligen waarop dat systeem zich zegt te baseren.

Toch overtuigt het betoog van Ten Broeke en gelijkgestemden me ook niet. Herdenken is betekenisloos, zeggen zij, wanneer je daaruit geen lessen ontleent en toepast om hedendaags onrecht te bestrijden. Maar dat is niet het punt. De vraag is waarom dat gelijktijdig zou moeten. En de reden waarom het beter is van niet, schuilt voor mij in respect voor verschil. Het herdenken van de Nederlandse oorlogsgeschiedenis is, met een begrijpelijke nadruk op de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging, een krachtig uitgangspunt dat inderdaad aan het denken zet. Maar het mooie is dat het verschillende mensen aan verschillende zaken laat denken.

En het is die diversiteit aan interpretaties waar de socialerechtvaardigheidsbeweging – ‘woke’, zo u wilt – moeite mee lijkt te hebben. Alsof het er niet in wil dat een ander nu eenmaal niet altijd op hetzelfde moment precies hetzelfde belangrijk vindt als jij. Dat is de kracht van de beweging, omdat zij met deze ijzerenheinigheid onderwerpen agendeert en de marges van het aanvaardbare verandert. Maar ook haar zwakte, omdat zij door het gebrek aan inlevingsvermogen en de intolerantie die ermee gepaard gaat een meerderheid van zich vervreemdt.

Ja, sommigen zullen tijdens de dodenherdenking aan Gaza denken. Maar anderen aan Oekraïne. Weer anderen aan een vredesmissie of een recent persoonlijk verlies. En velen aan de Tweede Wereldoorlog. Zelf sta ik elk jaar nog naast een overlevende van de Shoah die simpelweg rouwt. En wat ik door deze hele discussie besef, is dit: vaak wordt benadrukt dat die twee minuten stilte ons verbinden, maar zij verbinden ons níét in een eenheid van denken. De verbinding komt juist tot stand doordat we elkaar in stilte ruimte bieden. Het zijn minuten waarin we elkaar eindelijk even níét hoeven te overtuigen van ons eigen gelijk. Dat is net zo kostbaar als het kwetsbaar is.

De manier waarop burgemeester Halsema haar maatregelen verdedigt, sluit hierbij aan. Zo heeft zij aangekondigd dat een groep die overduidelijk actie komt voeren – bijvoorbeeld vijftig man in dezelfde T-shirts met politieke boodschap – zal worden geweerd. Daar kwam kritiek op: de burgemeester zou de uitingsvrijheid te zeer beknotten. Maar zij voert aan dat het juist de uitingsvrijheid van de herdenkers is die zij beschermt en dat de stilte hun te beschermen uiting is.

Hierin verschilt de herdenking van de recente opening van het Holocaustmuseum, toen Halsema een demonstratie toestond tegen de aanwezige Israëlische president Herzog. Ze maakte in mijn ogen een fout door enkele kleine, venijnige groepen pal naast de ingang te laten plaatsnemen, maar op zich is het verdedigbaar dat die opening geen openbare manifestatie was zoals de Dodenherdenking en dus minder bescherming genoot. Burgers kon niet het recht worden ontzegd om hun bezwaren direct kenbaar te maken aan het bezoekend staatshoofd van het land waartegen zij te hoop lopen. Hun gejoel was pijnlijk, maar dat is de prijs die we voor vrijheid betalen.

Ik hoor bij de overgrote meerderheid die hoopt dat deze zaterdagavond herdenkingen overal in Nederland ongestoord verlopen. Wie erdoorheen gilt, is minstens een egocentrisch mormel. Maar ik kan niet ontkennen dat ik ergens ook heb genoten van de discussie in de aanloop. Het afwegen van vrijheden en belangen, het permanente open debat. Dit is het. Hier gaat het om. Dit zijn we.

Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast Stuurloos. Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next