Home

Aan wie we denken tijdens de Dodenherdenking. ‘Ik ben meer bezig met het concept stilte’

Tijdens de Nationale Dodenherdenking zijn we twee minuten stil. Maar ieder jaar is er opnieuw discussie over wie of wat we tijdens die stilte zouden moeten herdenken. Ook de aandacht van Volkskrant-lezers lopen uiteen: ‘Ik ben dan meer bezig met het concept stilte.’

Aan wie denken we op 4 mei, als even na achten de tonen van de taptoe wegwaaien op de Dam? Aan ‘onze eigen doden’, zei burgemeester Femke Halsema afgelopen week. Of toch ook aan de huidige ‘gewelddadigheden in de wereld’? Ja, zei Andrée van Es, voorzitter van het Amsterdams 4 en 5 mei Comité, want als je ‘daar geen ruimte voor maakt, komt er een moment waarop je als herdenking ongeloofwaardig wordt’.

Het gesteggel over deze vraag is al zo oud als de Dodenherdenking zelf. Aanvankelijk werden vooral gevallen verzetshelden en soldaten herdacht, daarna eisten veteranen van andere oorlogen hun plek op, pas decennia later kwam er meer oog voor het lot van de slachtoffers van de Holocaust.

Het memorandum groeide met de jaren en luidt inmiddels: ‘Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord; zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog en de koloniale oorlog in Indonesië, als in oorlogssituaties en bij vredesoperaties daarna.’

Over de auteurs

Haro Kraak is verslaggever van de Volkskrant en specialiseert zich in cultureel-maatschappelijke onderwerpen als identiteit, polarisatie en extremisme.  

Abel Bormans is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.

Elk tijdperk bracht nieuwe slachtoffers mee om te herdenken, en nieuwe kritiek daarop. De angst voor verwatering is immer groot. Het is een ‘hutspotherdenking’ geworden, schreef socioloog Jolande Withuis in 2012 in de Volkskrant, en dat was niet positief bedoeld. Want: ‘Wie alles herdenkt, herdenkt niets. De impliciete boodschap luidt dat de Tweede Wereldoorlog op zich te weinig gewicht heeft om te herdenken.’

Banale werkelijkheid

Je zou ook kunnen zeggen dat het enigszins potsierlijk is om te willen beheersen waaraan mensen op 4 mei denken. ‘Het denken is vrij’, zei Halsema ook al, dinsdag bij Nieuwsuur. Lokale comités mogen eigen accenten leggen, maar de burgemeester zal tijdens de Nationale Herdenking stilstaan bij de doden ‘in onze eigen oorlogen’. De oorlog in Gaza noemt ze zaterdag niet in haar speech. Daarvoor is het debat ‘te gepolitiseerd’.

Dat het weinig zin heeft om mensen te dwingen aan specifieke oorlogen of slachtoffers te denken, bewijst ook een (niet-representatieve) enquête die de Volkskrant uitzette onder lezers. Op de vraag ‘aan wie of wat denkt u concreet op 4 mei?’ antwoordde een lezer bijvoorbeeld: ‘Het afnemen van rechten van homoseksuelen over de hele wereld. De machtswellust van dictators’.

Een ander denkt aan ‘iedereen die genocide en haat heeft ervaren. Rwanda, Joden in Nederland, homo’s in Rusland, etc.’ Weer een ander denkt op een iets abstracter niveau: ‘Vooral aan de schande dat de mensheid zo snel vergeet en dezelfde fouten blijft maken’. Of: ‘Waar zondeboktheorieën toe (kunnen) leiden.’ Of, geheel abstract: ‘Ik heb geen concrete gedachten’.

En dan is er nog de banalere werkelijkheid, zoals een geest die zich niet laat sturen op het moment suprême. Dankzij ‘een chaotisch brein’ lukt het lezer Floor van der Have (27) ‘niet altijd goed’ om aan oorlog te denken. ‘Ik ben dan meer bezig met het concept ‘stilte’. Ik zie het meer als een uiting van respect: ik hou mij twee minuten stil. Denken aan oorlog komt op andere momenten wel weer.’

Vrij en veelledig

Wel zo eerlijk, en particulier. Maar in de reacties van lezers van de Volkskrant vallen er ook constanten te ontwaren (wat overigens ook vertekend kan zijn door het feit dat jonge lezers ondervertegenwoordigd zijn).

Velen denken aan familieleden en vrienden die zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorlog. Zo schrijft lezer Juus Kreiken (74) – in hartverscheurende bewoordingen – te denken ‘aan de pijn en het verdriet van mijn moeder, aan allen die ik niet gekend heb, aan het moment van hun verstikking, dan zie ik mijn neefjes van 8 en 11. Dan sta ik weer, zoals in mijn nachtmerries, naast mijn naakte oma in de gaskamer.’

Eenderde van de mensen denkt aan familie en bekenden, blijkt ook uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek. Maar ze blijken in die twee minuten ook aan meerdere groepen tegelijk te kunnen denken: 83 procent denkt aan alle Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. En uit eerdere onderzoeken bleek al dat een grote meerderheid óók stilstaat bij oorlogsslachtoffers uit andere landen. Zo herdenken Volkskrant-lezers dit jaar volop de slachtoffers in Oekraïne, Israël en Gaza.

Het (her)denken is dus vrij, veelledig en laat zich niet vastpinnen. De oorlogen in het buitenland, nabij en verder weg, lijken bovendien het belang van de Dodenherdenking te vergroten. Dat vrijheid niet vanzelfsprekend is, beseffen meer mensen de laatste jaren, zo blijkt uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek. In 2020 was 49 procent van de ondervraagden het eens met de uitspraak: ‘Onze vrijheid is steeds minder vanzelfsprekend.’ In 2024 gaat het om 65 procent.

De angst dat er hier weer een oorlog kan uitbreken, wordt sinds 2020 vaker als reden genoemd om te herdenken: toen ging het om 45 procent van de ondervraagden, inmiddels is dat aandeel gestegen naar 58 procent. Het is niet bekend of die zwartgallige toekomstvisioenen ook leiden tot meer gedachten over daders tijdens de twee minuten stilte. Maar er wordt aan daders gedacht, zoveel is duidelijk. Zo’n 30 procent doet het, bleek uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek van een aantal jaren terug.

Zo ook een Volkskrant-lezer. ‘Gek genoeg niet met woede’, zegt zij. ‘Zeker omdat het vandaag de dag zo duidelijk wordt dat veel mensen ook niet vies zijn van extreme denkbeelden. De mensen zijn verongelijkt, boos en ook bang. Ik denk eraan hoe makkelijk het is om geleidelijk een dader te worden. Dat biedt wellicht genoegdoening op het moment, maar geeft later eindeloze spijt.’

Verbondenheid

Niet alle Nederlanders vinden de Dodenherdenking even belangrijk, blijkt uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek. Van alle Nederlanders zegt 78 procent dat 4 mei hen aanspreekt. Voor de Nederlanders van Turkse en Marokkaanse afkomst (43 procent) en van andere niet-westerse afkomst (60 procent) geldt dit een stuk minder. Daarnaast hechten 65-plussers meer waarde aan de herdenking (91 procent) dan jongeren (71 procent).

Van alle migrantengroepen zijn Nederlanders van Indonesische komaf het positiefst over de Nationale Herdenking (82 procent). Ze staan zelfs minder onverschillig tegenover de ceremonie dan Nederlanders zonder migratieachtergrond (al is het verschil niet significant). Het veranderde memorandum, waarin sinds 2022 de koloniale oorlog in Indonesië expliciet wordt genoemd, wordt door die groep op prijs gesteld.

Inwoners met een niet-westerse achtergrond nemen minder vaak deel aan 4 en 5 mei. Als zij dat wél doen, associëren ze die dagen volop met gevoelens van nationale verbondenheid. Volgens onderzoeker en historicus Esther Captain brengen zij Nederland dan in verband met de vrijheden die hier gevierd mogen worden. Dat leidt tot een ‘klik’, zeker als zij of hun familie getuige waren van oorlog. ‘Daarvoor hebben zij hun geboorteland verlaten’, aldus Captain.

Uit de cijfers blijkt dat de twee minuten stilte de kurk is waarop de hele ceremonie drijft. 87 procent van de ondervraagden zegt dat de stilte hen aanspreekt. Daarmee krijgen de minuten stilte de voorkeur boven het spelen van het volkslied (75 procent positief), de voordracht in De Nieuwe Kerk (33 procent) of de toespraak op de Dam (51 procent) – dit jaar van auteur Dido Michielsen en mensenrechtenactivist Lilian Gonçalves-Ho Kang You.

Waarom slaat uitgerekend die stilte zo aan, het ogenschijnlijke niets? Een van de onderzoekers van het Nationaal Comité 4 en 5 mei verwees naar Tony Walter, de Britse emeritus hoogleraar death studies aan de Universiteit van Barth. In complexe samenlevingen, stelt Walter, werken woorden zo nu en dan eerder uitsluitend dan verbindend. Stilte is soms de sterkste manier om een boodschap over te brengen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next