In het opgeknapte Weizigtpark in Dordrecht krijgt de vermoorde Joodse voetbaltrainer Árpád Weisz een pad naar zich vernoemd dat vrijdag wordt geopend. ‘Weisz was echt in de vergetelheid geraakt’, zegt archivaris en oud-voorzitter van voetbalclub DFC, Arie Heijstek.
Het is druk in het Weizigtpark in Dordrecht. Na een grootschalige renovatie, waarbij het park enkele jaren gesloten was, genieten fietsers en wandelaars er nu weer volop van het groen. Wat niet iedereen direct zal opvallen, is dat het park sinds de opknapbeurt ook een nieuw wandelpad heeft: het Árpád Weiszpad, vernoemd naar de vermoorde Joodse voetbaltrainer Árpád Weisz (1896-1944).
De naam van de trainer, die tussen 1939 en 1942 met zijn gezin in Dordrecht woonde, prijkt op vijf straatnaamborden, die het pad door het hele park flankeren. Hoeveel moeite en energie het heeft gekost om die borden hier te krijgen, zullen de meeste voorbijgangers waarschijnlijk niet beseffen. ‘Árpád Weisz was bijna helemaal vergeten’, zegt de 79-jarige Arie Heijstek, initiatiefnemer van het nieuwe pad, ‘maar nu is hij weer iemand.’
Dat op vrijdag 3 mei het Árpád Weiszpad officieel geopend wordt, is voor deze archivaris en oud-voorzitter van voetbalclub DFC (Dordrecht Football Club) erg belangrijk. Het was Heijstek die Weisz uit de vergetelheid wist te halen. ‘Het begon met een elftalfoto uit 1939’, vertelt hij, ‘die bij ons in de kantine hing. Daar stond een onbekende trainer op. Niemand wist wie hij was.’
Als archivaris van de club gaat Heijstek op onderzoek uit. De Joodse Árpád Weisz blijkt een in Hongarije geboren voetballer, die zeven keer uitkwam voor het Hongaarse elftal. Vanwege een knieblessure maakt hij de overstap naar het trainerschap. Hij vertrekt naar Italië en is – tussen 1926 en 1939 – trainer van Inter Milan, AS Bari en FC Bologna. Drie keer wordt hij kampioen van Italië.
En dan neemt zijn leven een opmerkelijke wending. Vanwege de door Mussolini ingevoerde rassenwetten wordt het Joden verboden om te werken. Weisz verlaat Italië en vlucht naar Nederland. Daar komt hij bij de Dordtse voetbalclub DFC terecht. Een overstap die in Dordrecht een sensatie wordt genoemd. ‘In die tijd was DFC een van de topclubs van Nederland’, zegt Ed Vermeulen, voorzitter van het Dordtse Museum 1940-1945, ‘en die haalde dus nu de toptrainer van Europa binnen. Dat was wel wat. Weisz was toen heel bekend, de stadions zaten vol.’
Hoewel het een topclub is, bungelt DFC juist op dat moment onderaan en zitten ze zonder trainer. Archivaris Heijstek: ‘Maar toen Weisz in 1939 aantrad, zorgde hij meteen dat DFC niet degradeerde. Ze bleven eerste klasse spelen.’
De Hongaar bewijst zich als een succesvol trainer. Toch zal het altijd de vraag blijven wat hij precies in zijn mars had met zijn Dordtse spelers. Zijn populariteit kan niet voorkomen dat hij in september 1941 thuis komt te zitten. De Duitse bezetter verbiedt Joden om nog langer te werken.
Het is een klein jaar stil. Dan duikt de naam van Weisz opnieuw op in de archieven. Dit keer bij een indringend politierapport van 2 augustus 1942. Daar staat vermeld hoe Weisz – samen met zijn vrouw en twee kinderen – ‘op last van de Duitsche politie is medegenomen’. Het gezin moet naar Kamp Amersfoort, en daarna naar Auschwitz. Weisz’ vrouw en kinderen worden direct bij aankomst vermoord. Hijzelf overlijdt er twee jaar later aan de gevolgen van tuberculose.
Het tragische verhaal waar archivaris Heijstek op stuit, schrijft hij op in het 125-jarig jubileumboek van DFC, dat in 2008 verschijnt. ‘En toen begon de boel te rollen’, vertelt Heijstek. ‘We werden zelfs gebeld uit Italië en Hongarije, waar Weisz ook vergeten was. Ze wilden van alles weten.’
Bij de stichting Stolpersteine Dordrecht is de naam ‘Weisz’ dan ook gevallen. ‘We wilden natuurlijk een steen leggen’, zegt voorzitter Kees Weltevrede, ‘maar we moesten wel precies weten om wie het ging. Weisz was echt in de vergetelheid geraakt.’ De naam is Weltevrede al wel eerder tegengekomen. ‘Die vonden we vreemd. Het was natuurlijk een Hongaar.’
Bij voetbalclub DFC besluit men Weisz te herdenken. Er wordt een glazen plaquette van de trainer opgehangen, in de kantine, zodat iedereen hem kan zien. Zes jaar lang hangt hij daar, tot hij opeens verdwenen is. ‘Ze bleken hem naar de bestuurskamer te hebben verplaatst’, zegt Heijstek. ‘Maar het probleem is: daar ziet niemand hem.’
Heijstek vreest dat de Hongaarse toptrainer alsnog vergeten zal worden. Het idee voor een straatnaambordje ontstaat. Dat niet iedereen even enthousiast is, verbaast hem. ‘Sommige mensen zeiden: zo’n goede trainer was hij nu ook weer niet.’ Heijstek trekt een getergd gezicht. ‘Maar daar gaat het niet om, het gaat erom dat hij vermóórd is.’
Los daarvan vindt Heijstek hem wél een goede trainer. ‘Dat beaamden ook de spelers die ooit onder hem trainden. Ze waren allemaal in de tachtig, maar daarover waren ze het eens.’ Opnieuw navraag doen kan niet meer. De spelers zijn inmiddels overleden.
Stichting Stolpersteine Dordrecht is in 2018 klaar met het nodige uitzoekwerk. Er worden vier struikelstenen gelegd op het Bethlehemplein, de plek waar het gezin Weisz gewoond heeft. De stichting helpt archivaris Heijstek vervolgens ook met een petitie voor een Árpád Weiszpad, die door meer dan zeshonderd mensen wordt ondertekend. De gemeente neemt het voorstel over.
En nu is het dan eindelijk zover. Heijstek kan vandaag in het Weizigtpark een wandeling maken over het Árpád Weiszpad. Precies op de plek waar tot 1948 DFC zat, en waar Weisz zijn spelers heeft getraind. Heijstek is tevreden, al moet natuurlijk wel gezegd dat er in Bologna élk jaar een grote officiële herdenking plaatsvindt, en dat er in Hongarije in 2023 een standbeeld van Weisz is onthuld.
‘Maar in Dordrecht is dit nu gelukt’, zegt hij. ‘En een straatnaam, die haal je niet zomaar morgen weg.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant