Home

Opinie: Formerende partijen hebben óók ingewikkelde financiële puzzel op te lossen

De partijen die mogelijk een nieuw kabinet gaan vormen, willen van alles, zoals gratis mondzorg. Maar ze moeten ook voorkomen dat het overheidstekort te veel oploopt. Kijk bijvoorbeeld eens naar de externe inhuur, die maar blijft toenemen.

De recente rapportage van de Raad van State naar aanleiding van de Voorjaarsnota heeft de financiële puzzel op de formatietafel er niet eenvoudiger op gemaakt. Hieruit blijkt dat conform de nieuwe Europese begrotingsregels 22- à 23 miljard euro aan het tekort beperkende maatregelen moet worden gevonden. Vooralsnog gaat het om een indicatieve som, die in juni definitief moet worden ingediend.

Europa beveelt dit aan om zodoende op een structureel saldo uit te komen dat voldoende hoog is om bij een normale conjunctuurbeweging het feitelijk tekort beneden de norm van 3 procent te houden. Dit voorkomt extra bezuinigen gedurende de rit en welk kabinet ook aantreedt zal zich hieraan moeten conformeren.

Over de auteur

Raymond Gradus is hoogleraar bestuur en economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De begrotingsopgave dus is tenminste 5 miljard meer dan geadviseerd door de studiegroep begrotingsruimte. En dit is allemaal nog zonder de geldverslindende plannen die formerende partijen aan het smeden zijn. Laat ik mij beperken tot de zorg. De PVV staat te trappelen om haar zorgplannen uit het verkiezingsprogramma (eigen risico weg én mondzorg in pakket) uit te voeren.

Nog eens 8 miljard

Van BBB is bekend dat zij het voorstel voor het eigen risico steunt en van NSC dat zij de (controle op) mondzorg weer in het basispakket wil. Dit alleen al gaat om een extra bedrag van 8 miljard euro. De begrotingsopgave komt daarmee uit op 30 miljard. Deze begrotingsruimte moet worden gevonden via zowel hogere belastingen als lagere uitgaven.

De cruciale vraag is, waar het accent zal liggen: hogere lasten, of bezuinigen op de uitgaven? Hoewel dit tegen de tijdgeest in lijkt te gaan, hebben lagere uitgaven veruit de voorkeur. Alleen dit zal de krappe arbeidsmarkt lucht geven. Het aantal overheidsbanen nam tussen september 2019 en september 2023 toe met ruim 75 duizend, tot 599 duizend.

Extern personeel

Ook de inhuur van extern personeel bij rijk, uitvoeringsorganisaties en gemeenten neemt een forse vlucht. In 2022 betaalden ministeries 2,7 miljard euro aan ict’ers, consultants en interim-managers. Dit is drie keer zoveel als in 2012. Ondanks de toename in personeel neemt het aantal vacatures in het openbaar bestuur nog steeds toe. Het lijkt erop dat het vooral de beleids- en communicatieafdelingen zijn die uitdijen. Op de directies communicatie werkten in 2023 bijna duizend vaste werknemers. Dit zijn er driehonderd meer dan in 2015. Als reden voor deze toename wordt aangegeven ‘de uitbreiding van het aantal bewindspersonen’.

In de Voorjaarsnota is geen rekening gehouden met recente afspraken. Onlangs werd voor het Rijk een cao afgesloten met een looptijd van halverwege 2024 tot eind 2025. Rijksambtenaren krijgen daarin 10 procent loonsverhoging en forse eenmalige uitkeringen, ruim het dubbele van de inflatie. Het betaald zorgverlof wordt verruimd en rijksambtenaren kunnen een fiets leasen. Tevens wordt aan ambtenaren de mogelijkheid geboden om jaarlijks 2.000 euro van hun studieschuld af te lossen.

Euforisch

Al met al een peperdure cao, die ervoor zorgt dat de taakstelling voor een volgend kabinet verder oploopt. Euforisch wordt in een persbericht gesteld dat op deze wijze de overheid ‘een aantrekkelijke werkgever is en blijft, ook voor jonge startende ambtenaren’, maar er wordt wel heel makkelijk aan voorbij gegaan dat bedrijven, die bijvoorbeeld de energietransitie moeten verwezenlijken, azen op dezelfde ict’ers, planologen en technici.

Een nieuw kabinet dient daarom paal en perk te stellen aan de uitbreiding van het aantal ambtenaren en moet de zogeheten Roemer-norm – de afspraak dat het aandeel externe inhuur niet meer dan 10 procent mag bedragen van het personeelsbudget – gewoon handhaven.

Sociale zekerheid

Voorts zal kritisch gekeken moeten worden naar de uitgaven aan zorg en sociale zekerheid. Deze zijn gestegen van 156 miljard in 2019 naar 216 miljard euro in 2024, substantieel sneller dan de groei van de economie. Omkering van deze trend vereist behoud of zelfs verhoging van het eigen risico in de zorg, een inkomensafhankelijke bijdrage voor Wmo en jeugdzorg, en een loskoppeling van de AOW van de (minimum)loonontwikkeling.

Tot slot verdient het aanbeveling, zoals ook opgenomen in het verkiezingsprogramma van NSC, om te komen tot een ‘comprehensive spending review’ van collectieve uitgaven. Bijvoorbeeld, het woud aan regelingen voor leren en ontwikkelen moet kritisch worden bezien. Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) zorgde voor een tsunami aan middelen die veelal bij ondermaatse bijlesbureaus terechtkwamen, omdat scholen deze budgetten niet goed konden wegzetten. Zo’n review helpt de politiek prioriteiten te stellen en de vraag te beantwoorden welke dienstverlening we van de overheid willen en voor wie.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next