Er bekruipt me al een hele tijd een onbestemd gevoel als ik in de binnenstad kom. Ik dacht eerst dat het aan Groningen lag, of aan mij. Maar de laatste tijd moest ik in veel steden zijn en het was bijna overal hetzelfde. De steden lijken trouwens ook steeds meer op elkaar.
Waren het de gele steentjes waarmee onze binnenstad is belegd, zodat het verschil tussen stoep en straat niet meer bestaat en we er samen wel uit komen? Waren het de koffietentjes en grootwinkelbedrijven, de bezoekers, elke keer meer? Of was het een combinatie, de favoriete oorzaak van mijn moeder: ‘Het is de combinatie. Alles met mekaar.’
Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het radioprogramma Standpunt.nl ging over de teloorgang van de winkelstraat, de monocultuur, leegstand, huurexplosies, ondermijning. Vanwege mijn jeugd in een Blokkerwinkel mocht ik ook drie keer kort mijn oranje licht over de kwestie laten schijnen. De andere experts, bestuurders en city-managers, waren het roerend eens: de stad is een bedrijf, die je dan ook moet runnen als een bedrijf. Dan komt het wel weer goed.
Daar had je het, de bron van het lichte ongemak: de stad is een bedrijf. Dat voel je: je komt ergens binnen, terwijl het eigenlijk buiten is, openbare buitenruimte. Ik heb de keuze om naar binnen te gaan niet gemaakt, terwijl het mijn keuze was, die ik zelf wilde houden – ‘Ik wil helemaal niet naar binnen’, zei ik.
Nog maar kort geleden ging je op de fiets naar een winkel in het centrum voor een gloeilamp of een boek. In veel gevallen mag dat niet meer. De stad is verdeeld in zones, verblijfplaatsen. Je dient je fiets aan de randen daarvan te parkeren en te voet verder te gaan. Dan begint het beleven en ervaren, terwijl, zei ik: ‘Ik wil helemaal niet beleven.’
Zodra je de egale koopvloer van gele steentjes betreedt, word je gezien, opgemerkt, en krijg je een nieuwe rol. Eerst was je inwoner, nu ben je bezoeker, verblijver. Iemand wiens zintuigen willen worden geprikkeld en die allemaal latente verlangens uit de zak moeten worden geklopt – ‘Ik wil helemaal geen rol.’
Het gevolg is dat je nooit meer gewoon in de stad kunt zijn, met eigen redenen, of zonder. Er zijn weinig bankjes. Anders gaan er mensen op zitten met iets van thuis of uit de supermarkt, en dat moeten we niet hebben, want dat kost de horeca omzet. Dat is althans de bedrijfsmatige redenering. Daardoor zijn er ook zo weinig bomen, die ten koste gaan van het terrasvolume, en is Groningen intussen even warm als Tilburg.
Maar hoe weten ze dat mensen die op bankjes zitten, als je de bankjes weghaalt, even verderop voor 8 euro koffie gaan drinken op een heet terras? Dat weten ze niet, want het is niet zo. Het alternatief is meestal: niet komen, thuisblijven. Zonder fiets en genoeg bankjes om op uit kunnen te rusten, is de stad voor veel mensen onbereikbaar. Voor een groot deel van de inwoners is de stad trouwens allang te duur, die waren al eerder door de city-managers het centrum uit geselecteerd.
Zo help je winkels wel van hun klanten af, had ik kunnen zeggen, en wordt de stad vanzelf een showroom voor bezoekers, die hun spullen op internet bestellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant