Home

Opinie: Archief foute Nederlanders vrijgeven? Alsof je een vuilnisbak leegt op woontafel van nabestaanden

Vanaf 2025 wordt het grootste oorlogsarchief van Nederland digitaal doorzoekbaar, met gegevens van 300 duizend mensen die werden verdacht van collaboratie in WOII. Tot zorg van nabestaanden: ‘Niet iedereen hoeft lukraak te kunnen grasduinen in al die dossiers.’

In een interview zegt Jeroen Saris, voorzitter van de Stichting Werkgroep Herkenning, dat nabestaanden bang zijn dat bij de openbaarmaking van de strafdossiers van foute Nederlanders in de familie ‘de pleuris uitbreekt’. Hij slaat de spijker op de kop. Het is niet zo dat mensen ineens te weten komen dat een grootvader fout is geweest in de oorlog. Toen in 1997 mijn boek Potgieterlaan 7 verscheen over mijn foute ouders, verweet mijn broer mij dat ik hem blootstelde. Dat hij in café Hoppe kwam en dat mensen zeiden: ‘Hé, je vader was een NSB’er!’ Later moest hij erkennen dat niemand hem daarop had aangesproken.

Over de auteur

Sytze van der Zee is schrijver en journalist.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Het gaat echter vooral om wat er in die dossiers staat. En dan hebben we het niet alleen over de processen-verbaal van verhoren en over de rechtbankverslagen. Dan hebben we het ook bijvoorbeeld over een klacht tegen je foute grootmoeder die werd ingediend door een gevangenisbewaarder, omdat ze elke keer als hij haar cel binnenstapte daar met een ontbloot onderlichaam en de benen wijd lag. Of dat andere grootmoeders seks probeerden te hebben met de rechercheurs die hen verhoorden, kennelijk in de hoop dat die een goed woordje voor hen zouden doen. Of dat je grootvader er plezier in schepte arrestanten te mishandelen en te folteren.

Wanneer die strafdossiers zonder enige restricties openbaar worden gemaakt, is het alsof je een vuilnisbak bij iemand op een huiskamertafel leeg kiepert. Zoek maar uit wat er van je gading is. Ik denk dat het een heel slecht idee is om die dossiers zonder meer vrij te geven. Tot dusver was de procedure dat je eerst bij het Nationaal Archief moest aantonen dat je er belang bij had (als familielid of researcher) om een dossier in het kader van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) te kunnen inzien. Vervolgens moest je een afspraak maken wanneer je kon komen.

Wat men zou kunnen doen teneinde de zaak met wat meer prudentie aan te pakken, is de dossiers vrijgeven, maar die alleen te laten inzien in het Nationaal Archief. Dan zouden de bewuste CABR-dossiers online onder bepaalde voorwaarden kunnen worden vrijgegeven voor familieleden en researchers. Niet iedereen hoeft lukraak te kunnen grasduinen in al die dossiers.

Ingezonden brieven

Familieverhoudingen 

Enkele jaren geleden bekeek ik in het Nationaal Archief – onder de nu nog bestaande, beperkte, zorgvuldige voorwaarden – de dossiers van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging over mijn familie en hun gedrag tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De dossiers bestonden uit een veelheid van grote en kleine papieren, strafrechtelijke documenten en zeer persoonlijke foto’s en brieven. Het bevatte uitingen van dorpsgenoten, collega’s en familieleden in allerlei vormen: belastend, ontlastend, vaag, slordig, duidelijk. Ik moest zelf de puzzel leggen om er een goed, laat ik zeggen enigszins juist beeld van te krijgen. Dit kostte mij weken.

Hier lijkt me nu net het bezwaar te zitten tegen de komende openbaarmaking. Dat mensen op het internet beperkt en kort in de dossiers gaan rondstruinen. Dat ze zich een beeld vormen op grond van een willekeurig aantal bekeken papieren, met soms twijfelachtige beweringen, en daarmee naar buiten komen.

De ontdekkingen en conclusies over mijn familie waren overigens geruststellend. Al heeft het al dan niet doen van deze inzage de familieverhoudingen wel enige tijd op scherp gezet. Zelfs deze ingezonden brief kan opnieuw voor onrust zorgen.
Marcel Gerritsen, Amsterdam

Behulpzame buren
Naar verluidt moest onze vader zich in 1941-’42 enkele malen bij de Ortskommandantur aan de Prins Hendrikstraat in Assen melden, om uit te leggen dat, en waarom, de familie Uri niet Joods was.

Dit gebeurde niet op initiatief van de Duitsers, maar omdat behulpzame medestadsgenoten hen bericht hadden dat wij ten onrechte niet op de van gemeentewege opgestelde adreslijst van de Asser Joden stonden.

Volgens onze vader deden ze dat niet omdat ze een hekel aan ons hadden, maar om onze woning te betrekken. Ook een methode om de woningnood op te lossen.

Als alle oorlogsarchieven straks in digitale vorm beschikbaar komen, moet het toch niet moeilijk zijn om alle landgenoten die andere landgenoten verlinkten eruit te sorteren. Met als resultaat dat we naast de lijst met officieel geregistreerde foute Nederlanders een nieuwe lijst krijgen met foute landgenoten die destijds niet als zodanig geregistreerd zijn.
Jan Uri, Arnhem

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next