De Nederlandse overheid dreigt miljarden euro’s aan Europees ‘coronageld’ mis te lopen door vertraagde wetgeving. Die vertraging is deels het gevolg van de val van het kabinet. Het nieuwe kabinet heeft hierdoor mogelijk meteen al een gat in de begroting.
Nederland kan aanspraak maken op 5,4 miljard euro uit het Europese coronaherstelfonds, maar daaraan verbindt de Europese Commissie wel strikte voorwaarden. Om die gereserveerde miljarden binnen te slepen, moeten kabinet en parlement vóór een aantal afgesproken data bepaalde maatregelen doorvoeren. In totaal zijn dat 49 maatregelen, die onder andere de Nederlandse economie verduurzamen, de arbeidsmarkt hervormen en witwassen tegengaan.
Maar het lijkt erop dat Nederland niet alle deadlines zal halen. De ministers Micky Adriaansens (Economische Zaken) en Karien van Gennip (Sociale Zaken) waarschuwen voor dit scenario in een brief aan de Tweede Kamer. Als het kabinet de wetgevingsbeloften aan Brussel niet (tijdig) nakomt, kan de Europese Commissie korten op de voor Nederland bestemde gelden.
Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
In het ergste geval vervalt dan het hele bedrag van 5,4 miljard euro, maar een gedeeltelijke korting is volgens de twee ministers waarschijnlijker. Elke maatregel die niet op tijd in wetgeving wordt omgezet, kan Nederland enkele miljoenen tot maximaal 600 miljoen euro kosten.
Een van de voorwaarden waaraan Nederland moet voldoen om het volledige bedrag te ontvangen, is het inperken van contante betalingen. Criminelen betalen graag grote bedragen in cash, omdat de herkomst van het geld dan niet te traceren is. Als antiwitwasmaatregel heeft Nederland de Europese Commissie beloofd contante betalingen van meer dan 3.000 euro te verbieden. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel na de val van het kabinet echter controversieel verklaard.
Demissionair minister van Financiën Steven van Weyenberg heeft de Tweede Kamer inmiddels gewezen op de gevolgen voor het uitbetalen van de coronagelden. Het kabinet wil het voorstel daarom toch aan het parlement voorleggen. Om een deel van de 5,4 miljard euro veilig te stellen, moet de betaallimiet moet uiterlijk op 31 maart 2025 wet zijn.
Ook de Eerste Kamer heeft een spaak in het wiel gestoken. De senaat stemde in december tegen het afschaffen van de energiebelastingvrijstelling voor de metaalindustrie, maar die afschaffing is een andere voorwaarde voor uitbetaling van geld uit het herstelfonds.
Verder is de invoering van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers sterk vertraagd, doordat het oorspronkelijke wetsvoorstel op advies van uitvoeringsorganisatie UWV wordt aangepast. Hierdoor is ‘een aannemelijk risico ontstaan dat de deadline niet gehaald gaat worden’, schrijven Van Gennip en Adriaansens. De wetgeving die schijnzelfstandigheid op de arbeidsmarkt moet aanpakken, is waarschijnlijk ook niet op tijd klaar, net zomin als de wetgeving die de Rijksoverheid meer regie moet geven over de landelijke woningbouw.
Het demissionaire kabinet is medeschuldig aan het eventueel mislopen van het geld uit het coronaherstelfonds, omdat Nederland de genoemde voorwaarden zelf aan Brussel heeft voorgesteld. Het kabinet blijkt achteraf te optimistisch te zijn geweest over de snelheid waarmee de beloofde wetgeving het Nederlandse parlement zou passeren.
Als Nederland niet de volledige 5,4 miljard euro krijgt, moet het volgende kabinet een begrotingsgat repareren. Het geld is namelijk op papier al uitgegeven. De gift uit het coronaherstelfonds is voor Nederland sowieso een sigaar uit eigen doos. De Nederlandse bijdrage aan dat fonds is met tientallen miljarden euro’s namelijk veel hoger dan het maximaal te ontvangen bedrag.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant