De gebeurtenissen in het Midden-Oosten en de protesten daartegen aan de Amerikaanse universiteiten dwingen Joodse studenten een keuze te maken. Ook als ze nooit eerder met hun afkomst bezig zijn geweest. ‘Ik word vaak een nep-Jood genoemd.’
Had een jaar geleden tegen Elizabeth (20) gezegd dat ze actie zou voeren voor het lot van de Palestijnen, en ze was in lachen uitgebarsten. ‘Alle kritiek op Israël zag ik als kritiek op mijzelf als Jood’, zegt de biologiestudent. Nu ziet ze het precies andersom. ‘Ik verzet me tegen Israël vanwege onze geschiedenis van onderdrukking’, zegt ze, ‘dus omdát ik Joods ben.’
Elizabeth, die om veiligheidsredenen niet met haar achternaam in de krant wil, voert actie op de campus van de Universiteit van Berkeley in Californië. Ze heeft een muts op haar hoofd, een mondkapje voor haar mond en een gouden davidster om haar hals. Ze zit in de felle Californische zon, tussen zo’n honderd tenten: het decor dat je dezer dagen aantreft op universiteiten door heel de Verenigde Staten.
Maral Noshad Sharifi is correspondent Verenigde Staten voor de Volkskrant. Ze woont in New York.
De afgelopen weken werden meer dan 1.600 studenten opgepakt, terwijl de politie hun kampementen probeerde op te breken. Sommigen werden met geweld van de campus verwijderd. In de staat Indiana stonden scherpschutters opgesteld op de daken, met hun wapens op de studenten gericht.
De studenten protesteren tegen het Israëlische optreden in Gaza, de Amerikaanse miljardensteun aan Israël en de investeringen die de universiteit doet in aan Israël gelieerde bedrijven. Onder de actievoerders zijn honderden studenten met een Joodse achtergrond. Ook Elizabeth sloot zich aan.
‘Als ik thuis vragen stelde over de bezetting’, zegt ze, ‘of begon over de rechten van Palestijnen, dan werd ik meteen afgesnauwd.’ Discussies over Israël ging ze jarenlang uit de weg. Maar dat lukt niet meer sinds de aanvallen van Hamas op 7 oktober en het Israëlische antwoord daarop. In totaal zijn bij het geweld al 1.139 Israëlische doden en meer dan 34 duizend Palestijnse doden gevallen.
‘Ik denk dat Joodse studenten zich niet meer neutraal kunnen opstellen’, zegt Elizabeth. ‘Of ze maken een draai van 180 graden, zoals ik, of ze gaan juist sterker achter Israël staan.’
De protesten op Amerikaanse campussen veroorzaken een schisma onder Joodse studenten. Zij voelen al maanden de druk om een positie in te nemen over de oorlog, waar ze ook als Amerikanen niet omheen kunnen. De studenten maken zich zorgen over antisemitisme, willen de campus niet op vanwege de anti-Israëlische leuzen, of zijn bang dat pro-Israëlische politici en lobbyclubs hun verhinderen om zich uit te spreken voor de rechten van Palestijnen.
‘Wat er op Amerikaanse campussen gebeurt, is gruwelijk’, zei de Israëlische premier Benjamin Netanyahu vorige week in een tv-toespraak. ‘Het is gewetenloos. Het moet worden gestopt!’
Aan de ene kant staan pro-Israëlische studentenclubs die geen kritiek dulden op Netanyahu’s militaire operatie. Daar lijnrecht tegenover staan linkse groepen als Jewish Voice for Peace, die zich luidkeels verzetten tegen wat zij een ‘genocide’ op de Gazanen noemen.
‘De vraag die je nu hoort, is: aan welke kant sta jij?’, zegt rechtendocent Deborah Malamud, die aan de New York Universiteit joodse studies doceert. ‘Alles draait nu om die tweespalt.’
‘Ik heb eigenlijk nooit zo gevolgd wat er in Israël gebeurde’, zegt student Logan Cyr bij een hek van de campus van de Universiteit van Los Angeles. ‘Tot 7 oktober.’ Op deze campus viel de politie dinsdagnacht binnen nadat demonstranten het pro-Palestijnse tentenkamp hadden aangevallen door stoelen en vuurwerk naar de studenten te gooien.
Net als Elizabeth op Berkeley ging ook Cyr door de recente gebeurtenissen in Israël en de Gazastrook beter nadenken over zijn identiteit als Jood. Maar hij kwam tot een tegengestelde conclusie.
‘Als de aanslagen van 7 oktober in de VS hadden plaatsgevonden en Hamas had meer dan honderd Amerikanen gekidnapt’, zegt de eerstejaarsstudent, ‘dan had Washington precies hetzelfde gedaan’. Cyr betreurt de vele doden onder de Palestijnen, maar begrijpt wel waarom Israël zo hard terugslaat. ‘Ik vind het heel belangrijk om me nu uit te spreken voor de Israëlische regering’, zegt hij, ‘om pal te staan voor de veiligheid van mijn volk.’
Deze week ging hij voor het eerst naar een bijeenkomst van Hillel, een pro-Israëlische studentenorganisatie die op achthonderd campussen actief is en gratis reizen naar Israël aanbiedt. Cyr: ‘Het gaf me een heel veilig gevoel om tussen gelijkgestemden te zijn.’
In de Verenigde Staten wonen zo’n zeven miljoen Joden. Hun kijk op Israël wordt grotendeels bepaald door de generatie waartoe ze behoren. Wie volwassen werd in de jaren negentig, toen de zogenoemde Oslo-akkoorden werden gesloten en er vrede gloorde, heeft vaak een positievere kijk op het land dan twintigers en dertigers van nu, die zijn opgegroeid in een tijd dat Israël steeds meer nederzettingen is gaan bouwen in de bezette gebieden.
‘De laatste tien jaar heeft er een ideologische aardverschuiving plaatsgevonden in Amerikaans-Joodse kringen’, schrijft politicoloog Peter Beinart in The New York Times. In de Democratische Partij is solidariteit met de Palestijnen steeds meer verankerd geraakt. Zelfs Chuck Schumer, de Joodse leider van de Democratische meerderheid in de Senaat, heeft gezegd dat hij begrip heeft voor ‘het idealisme’ van jongeren die voor een eenstaatoplossing zijn, dus zonder een specifiek Joodse staat.
Deze ontwikkelingen, schrijft Beinart in het opiniestuk, zetten de verhouding tussen liberalen en zionisten op scherp. ‘Joden zullen steeds meer druk voelen om een keuze te maken.’
De afgelopen jaren is bij veel jongeren het idee dat Israël sterk moest zijn verflauwd. Tegelijkertijd hebben de aanslagen van Hamas ook het gevoel van onveiligheid bij veel Joodse studenten vergroot. Een deel van hen is Israël daarom juist meer gaan omarmen, ziet onderzoeker Malamud. ‘Veel jonge Joden ervaren de aanslagen als zeer traumatisch’, zegt ze. Een groep die steeds kritischer werd, staat nu weer op één lijn met de generatie van hun ouders.
Logan Cyr is zich ervan bewust dat er ook Joodse studenten zijn die juist afstand nemen van de Israëlische regering, die de oorlog een genocide noemen. ‘Iedereen heeft recht op zijn eigen mening’, zegt hij. ‘Ik vind hen niet minder Joods.’ Niet iedereen denkt er zo over.
‘Ik word vaak nepjood genoemd’, zegt de 19-jarige Henry in het tentenkamp van Berkeley. Hij draagt een gebreid keppeltje met het motief van een watermeloen – het symbool van de Palestijnse strijd. ‘Sommige Joodse medestudenten noemen mij te dom om het conflict te begrijpen, of vragen of ik ben omgekocht.’
Henry zag toen hij nog op de middelbare school zat eens een kaart van de bezette Palestijnse gebieden door de jaren heen. Israël werd steeds groter, Palestina kleiner. Dat onrecht was thuis, onder vrienden en in de synagoge ‘de olifant in de kamer’. Totdat de oorlog uitbrak in oktober.
Nu spreekt Henry zijn ouders amper meer. Hij wil niet langer naar zijn synagoge, zegt hij, omdat hij daar als kind jarenlang is voorgelogen over de rol van Israël. ‘Vanuit alle hoeken krijg je van jongs af aan te horen dat een echte Jood nationalistisch moet zijn, de militaire macht van Israël moet steunen, geweld moet goedkeuren’, zegt Henry. ‘In die mythe geloof ik niet meer.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant