Home

De ene stilte is de andere niet, en die van 4 mei is de meest gecompliceerde

Er zijn natuurlijk verschillende soorten stilte. Zodra je een ruimte binnenstapt waar mensen zwijgend tegenover elkaar zitten omdat ze elkaar haten, voelt die stilte compleet anders dan wanneer je twee geliefden gadeslaat die zwijgend naast elkaar zitten te lummelen op een stadsbankje in de zon.

Voor die eerste groep lijken de minuten wel uren te duren, voor die laatste twee vliegen de uren juist als minuten voorbij. Zoals het hoort.

In een bos kan de stilte luidruchtig zijn, ’s nachts juist drukkend of angstaanjagend. Soms heeft stilte iets helends, al was het maar omdat onze gevoelens vaak veel subtieler en complexer zijn dan de woorden die we gebruiken om ze te omschrijven. En soms is stilte vooral raadzaam. Zo vertelde de Tilburgse hoogleraar kerkgeschiedenis Paul van Geest mij ooit dat de leider van de jezuïeten voor ieder belangrijk besluit dat hij neemt, standaard twee uur zwijgt omdat hij gelooft dat contemplatie vóór de actie net zo belangrijk is als de actie zelf.

Maar, en vergeet deze niet want dit is ook een zeer belangrijke vorm van stilte, in bepaalde gevallen kan zwijgen juist misdadig zijn. Bijvoorbeeld wanneer mensen, of zelfs hele legers, dingen doen die het daglicht niet kunnen verdragen.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Welke van de bovenstaande stiltes het zwaarst weegt, weet ik niet. Moeten we bijvoorbeeld die laatste vorm van zwijgen in ons achterhoofd houden wanneer demonstranten morgenavond richting de Dam trekken om daar te roepen dat Palestina vrij moet zijn vanaf de rivier tot aan de zee?

Mijn gevoel zegt van niet. Sterker nog: mocht dat gebeuren, dan zal ik waarschijnlijk een gigantische behoefte voelen ons rechtsstatelijke zwijgrecht per direct uit te breiden met een zwijgplicht. Op 4 mei herdenken we nota bene de zes miljoen Joden die werden uitgeroeid nog voordat de staat Israël werd gesticht en we moeten ons, zoals oud-collega Sander van Walsum het woensdag treffend verwoordde op de opiniepagina’s in deze krant, bovendien ‘geen illusies maken over het lot van de Joden in een Palestina ‘from the river to the sea’.’

Daarnaast kun je nu al uittekenen wat voor sakkerende tweets onze eigen geblondeerde broodschreeuwer er na zo’n protest uitperst en hoeveel extra zetels hem dat oplevert.

Tegelijkertijd constateerde Amsterdam-correspondent Elsbeth Stoker woensdag in haar analyse van de geschiedenis van de Dodenherdenking dat de twee minuten stilte op 4 mei eigenlijk nooit echt in stilte passeerden. Altijd vond er wel een protest of discussie plaats over wie er dat jaar wel of juist niet herdacht moest worden. En, ook niet onbelangrijk, al die discussies bleken essentieel in het onder ogen komen van ons eigen, soms stinkende oorlogsverleden.

Zo kwam er pas eind jaren zeventig, dus een schrikbarende dertig jaar na het einde van de oorlog, voorzichtig wat ruimte vrij om ook de 100 duizend vermoorde Nederlandse Joden te herdenken. Tot er een serieuze discussie over dat onderwerp losbarstte, draaide de Dodenherdenking hoofdzakelijk om het verheerlijken van onze eigen heldendaden.

‘Elke generatie richt zich op andere slachtoffers en helden’, zegt historicus Ilse Raaijmakers in het stuk van Stoker. ‘Wie we herdenken en hoe we herdenken, zegt iets over waar we als Nederland staan en wie we zijn.’ ‘Juist door de discussie blijft de herdenking levend.’

Rechtvaardigt die redenering dan een protest op zaterdagavond 8 uur?

Ik vermoed dat we hier te maken hebben met de meest gecompliceerde vorm van stilte die er is, namelijk de stilte die nooit kan bestaan, omdat er continu over gesproken wordt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next