Home

Formerende partijen kijken weg als het om Wilders gaat, en normaliseren zo zijn ideeën

Formatie

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Een opmerkelijke stilte daalde neer over Den Haag, nadat PVV-leider Geert Wilders vorige week vrijdag in Boedapest had gesproken op CPAC Hungary. Dat Wilders zou spreken op deze spinoff van dit (inmiddels) radicaal-rechtse Amerikaanse jaarcongres, was op zichzelf al zorgelijk genoeg, al vielen de beoogde coalitiepartners VVD, NSC en BBB daar niet over. De stilte zette door ná zijn toespraak, en dat is nog ernstiger. Hij sprak in Boedapest een klassiek Wilders-verhaal uit, zonder direct hard nieuws, maar het was een opeenstapeling van apocalyptische denkbeelden. Hij had het over „bedreigingen van binnenuit en van buitenaf”, „no go-zones waar onze vrouwen en dochters niet langer veilig zijn”, en schilderde immigratie af als een project van duistere elites, die ook nog eens, onder meer, „het onderwijs aan kinderen perverteerden”.

Het was niet alleen een duister verhaal, maar ook een signaal aan de beoogde coalitiepartners: hier zullen jullie het mee moeten doen. Wilders zei in het begin van zijn toespraak dat hij niets zou zeggen dat de onderhandelingen in gevaar zou brengen, en dat bleek een correcte inschatting. De andere drie partijen reageerden niet, in de vermoedelijke hoop dat alles weer voorbij zou gaan – op naar de volgende toespraak, tweet of uitspraak. Wilders weet wat hij al vermoedde: zijn speelruimte is immens. Een duidelijk signaal aan Wilders – afkeuring, een correctie, een waarschuwing – was het allerminste dat ze hadden kunnen geven. Maar zelfs dat kwam niet.

Jarenlang bevonden Wilders en zijn PVV zich buiten de normen van het parlementaire debat. Wilders deelde uit, maar moest ook incasseren. En op een gedoogconctructie tussen 2010 en 2012 na bleef de afstand tussen de PVV en de rest van het politieke speelveld groot. Dat is veranderd nu de PVV de grootste partij is geworden, en het voortouw neemt in de formatie. De PVV staat niet buiten de orde, maar ís de orde. Andere partijen kijken weg als Wilders extreme uitspraken doet, of imiteren hem zelfs. Dat was overigens al een tijd gaande, onder meer bij de VVD. Maar sinds november vorig jaar is dit proces versterkt. De drie formerende partijen, die over ruim een week verder gaan onderhandelen met de PVV, behandelen Wilders’ standpunten als volstrekt redelijk. Kritiek gaat meestal over de financieel-economische inzichten van Wilders, niet over zijn ideeën over de rechtsstaat of de islam. Ze reageren geforceerd verheugd als Wilders antidemocratische of discriminerende voorstellen „in de ijskast” zet, wat dat ook mag betekenen.

Normalisering van Wilders’ gedachtegoed is daarmee een reëel risico. Tekenen daarvan zijn te bespeuren bij BBB. De partij groeide razendsnel ten tijde van de stikstofcrisis, maar heeft het de laatste maanden meer en meer over immigratie. In NRC pleitten de Kamerleden Mona Keijzer (voorheen CDA) en Gijs Tuinman voor een tijdelijke asielstop. Op de vraag of zo’n stop stand houdt in het internationaal recht, antwoordde Keijzer: „Juristerij is geen wiskunde.” Ook willen de Kamerleden de discussie starten over de vraag of vluchtelingen uit Oekraïne niet terug kunnen naar hun land, omdat delen veilig zouden zijn. Opvallend genoeg haalde Keijzer uit naar de verantwoordelijk demissionair staatssecretaris, Eric van der Burg (VVD). „Heeft hij ze wel allemaal op een rijtje?” Normalisering is niet alleen zwijgen op momenten dat dat beter uitkomt, maar ook het overnemen van Wilders’ ideeën, en zijn harde, op de persoon gerichte politieke stijl. Dat proces is het gevolg van een tragisch gebrek aan tegenspraak.

Source: NRC

Previous

Next