Omroep PowNed besloot een documentaire over afslankmiddel Ozempic niet meer uit te zenden na een waarschuwing van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Maar dat PowNed, de NPO en de NVJ verbolgen spreken over een inbreuk op de persvrijheid? ‘Tamelijk onzinnig.’
Omroep PowNed zou zijn teruggefloten door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (de Inspectie) vanwege een geplande documentaire over het gebruik van het oneigenlijke afslankmiddel Ozempic. De Inspectie vreest dat de documentaire is strijd is met het reclameverbod op geneesmiddelen.
Omroepvoorzitter Dominique Weesie is verbolgen over het vermeende verbod en zegt dat er gedreigd zou zijn met het opleggen van een dwangsom (de IGJ ontkent dit, red.). Daarmee zou de Inspectie een inbreuk maken op de journalistieke vrijheid. Wie heeft nu gelijk?
Over de auteur
André den Exter is universitair hoofddocent gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Dat de waarschuwing van een mogelijke dwangsom bij PowNed overkomt als een feitelijk verbod, maakt de handelswijze van de Inspectie niet ongeoorloofd, integendeel. De Inspectie heeft de wettelijke taak toe te zien op de naleving van onder andere de Geneesmiddelenwet en het opsporen van overtredingen. Ongeacht hoe het dat gesprek is verlopen, verwijt PowNed de Inspectie de uitvoering van haar opgedragen taakstelling. Tamelijk onzinnig dus.
Juist de Geneesmiddelenwet beoogt de bevolking te beschermen tegen het op de markt brengen en het gebruik van onveilige en niet-geregistreerde geneesmiddelen. Ozempic is als zodanig wel geregistreerd, maar niet als afslankmiddel. Juist om onwetende burgers te beschermen tegen lichtzinnigheid en mogelijke gezondheidsrisico’s, moet de Inspectie optreden. Die beschermingsfunctie vloeit voort uit het mensenrecht op gezondheidszorg en heeft niets met betutteling van doen.
Juist omdat het een schaars goed betreft, moet de Inspectie erop toezien dat het uitsluitend voor medisch geïndiceerde doeleinden wordt voorgeschreven en gebruikt (namelijk diabetes). Niet-geïndiceerd gebruik brengt de gezondheid van diabetespatiënten mogelijk in gevaar en is daarmee verwerpelijk. Zeker een bekende Nederlander zoals Filemon Wesselink heeft een bijzondere verantwoordelijkheid bij het oneigenlijk gebruik van dit schaarse geneesmiddel. Dat heeft niets met vrije nieuwsgaring van doen, de afslankfunctie van Ozempic is immers ruimschoots bekendgemaakt, maar veeleer met sensatiezucht.
Nu is het onderscheid tussen informatieverstrekking (via de documentaire) en reclame niet altijd even helder. De beoordeling ervan is afhankelijk van diverse feitelijke omstandigheden. Maar de suggestie dat het gewichtsverlies van presentator Filemon Wesselink wordt geassocieerd met het gebruik van Ozempic en het gegeven dat hij zijn collectie slim fit-broeken weer past, neigt naar verboden publieksreclame. Zeker als de voordelen van het middel worden benadrukt en gezondheidsrisico’s onvoldoende worden belicht, is er eerder sprake van aanprijzing dan van objectieve informatieverstrekking.
Publieksreclame van geneesmiddelen wordt in Europa als ongewenst beschouwd, aangezien het bijdraagt aan onnodige medicalisering en kostenverhoging in de zorg aanwakkert. Spijtig voor PowNed, maar hier geldt het gezondheidsbelang. Van een verbod op uitzenden van de documentaire kan geen sprake zijn, maar wie z’n billen brandt moet wel op de blaren zitten.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant