Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
Het spook van woke heeft de jazz te pakken! Hoofdredacteur Erno Elsinga van onlinemagazine Jazzenzo aarzelde niet om de cancelcultuur erbij te halen, hoewel niet helemaal duidelijk werd waarom.
Wat is er aan de hand? Een zestal podia en jazzfestivals, waaronder TivoliVredenburg en North Sea Jazz, lieten het medium onlangs in een brief weten dat medewerkers ‘na de zoveelste onbetamelijke publicatie’ niet meer welkom zijn in hun zalen. Boycot! Censuur! Of nee, wacht: de podia schreven eigenlijk alleen dat Jazzenzo geen gratis perskaarten meer krijgt.
Een vergelijkbare maatregel trof De Nationale Opera een paar jaar geleden tegen querulant-criticus Olivier Keegel, die consequent louter weerzin jegens het gezelschap verkondigde. Deze gecancelde critici mogen heus blijven schrijven, maar niet op kosten van de zaak.
Ik begrijp het sentiment van deze podia goed. Kunstpers wordt vaak met veel egards behandeld en geniet bepaalde privileges, een gratis eersterangskaartje, extra informatie, toegang tot de premièreborrel. Die gastvrijheid garandeert natuurlijk nooit een positieve recensie, maar er moet wel een minimum aan respect en professionaliteit tegenover staan. Een bepaald basisenthousiasme wellicht, of op z’n minst oprechte nieuwsgierigheid – en dus niet een a priori geharnast vooroordeel. Ik snap heel goed dat een maker, gezelschap of podium geen zin heeft om eindeloos te knipmessen en ook nog eens zelf te betalen voor gegarandeerd hatelijke afzeikstukjes.
Iedereen mag zich criticus noemen, maar dat geeft niet automatisch recht op een perskaart. Er is binnen de kunstkritiek een groot grijs gebied van semiprofessionele of amateurcritici van wie de kwaliteit inderdaad soms te wensen overlaat. Kunstkritiek is iets anders dan eindeloos verbolgen doorbloggen tegen het verstrijken van de tijd. En als een recensent het permanent ruk vindt wat ergens gebeurt, zou-ie zich eens achter z’n oren moeten krabben. Kunstwaardering is voor een groot deel smaak, en als iets niet je smaak is, is het zinloos en oneerlijk om ertegen te blijven foeteren.
Toch is de actie tegen Jazzenzo buitenproportioneel. Een paar van de invloedrijkste jazzpodia bundelen hier de krachten tegen een piepkleine website waar een handvol geïnformeerde amateurs fanatiek zijn mening ventileert over muziek. De podia voelen zich aangevallen, maar dat ze samen op hoge poten zo’n brief sturen, is behoorlijk intimiderend.
Daarbij is het ontzeggen van vrijkaarten aan freelancecritici in de praktijk bijna een beroepsverbod. De kunstkritiek is geen vetpot en concertkaartjes zijn duur: hobbyisme en dilettantisme ontstaan mede door die belabberde betaling. Zo houd je slechts een handvol professionele critici in vaste dienst over, terwijl de kunst juist gebaat is bij een breed debat. Dat gesprek moet je niet proberen te smoren. Integendeel: de kunst heeft juist méér critici nodig, schreef ook hoofdredacteur Simon van den Berg van Theaterkrant Magazine onlangs in een special over theaterkritiek.
Hij had ook een gedurfde suggestie voor de kunstsector: investeer zélf in meer en betere kunstkritiek. Een beetje beknibbelen op het marketingbudget en de sector kan een serieus onafhankelijk fonds voor kunstbeschouwing oprichten. Daarbinnen kan dan ruimte zijn voor een breder debat over ethiek en kwaliteit. Pak dus geen perskaartjes af, maar stop critici juist geld toe. Want uiteindelijk is een bloeiende kritiek juist voor de kunst van vitaal belang.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns