Terwijl vrijwel de hele wereld zich uitsprak vóór een humanitaire gevechtspauze in Gaza, onthield Nederland zich van stemming. Toen knapte er iets bij schrijver Mohammed Benzakour. Hij bedankte ervoor om te spreken bij de Dodenherdenking.
Door ons regionale Comité 4 en 5 mei was ik gevraagd of ik de Dodenherdenking-lezing wilde houden. Met als richtsnoer het landelijke thema: ‘Vrijheid vertelt: opmaat naar 80 jaar vrijheid’.
Eervol, maar ik bedankte vriendelijk.
Terwijl ik de uitnodiging las, spookten allerlei Gaza-filmpjes door mijn hoofd. Ik zag weer die vier tieners lopen, hoe ze plotseling één voor één tot gehakt werden vermalen, hoe de vierde probeerde te ontkomen maar z’n benen weigerden, op z’n knieën viel, waarna een projectiel ook hem in flarden scheurde.
Over de auteur
Mohammed Benzakour is socioloog en schrijver
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ik zag soldaten paraderen bij lijken, met de bh’s van vermoorde meisjes. Massagraven. Ook het beeld van dat uitgehongerde jochie, moeizaam sjouwend met een zak gedropte etenswaren, doemde op. Hij kreeg de kogel.
Ik ben gestopt met die filmpjes. Onze hersenen zijn niet ontworpen om dag in, dag uit het onverdunde kwaad van massamoord te absorberen. Liever kijk ik naar een zingend blauwborstje in het riet.
Onze tachtigjarige vrijheid en vrede loopt nogal parallel aan de tachtigjarige beroving en onderdrukking van de Palestijnen. Aan de voordeur vieren we vrijheid, via de achterdeur verstrekken we materieel waarmee jongetjes die naar voedselpakketten rennen op steriele wijze koud worden gemaakt.
Onze Israël-liefde leidde tachtig jaar lang tot topprestaties. De recentste: het land doodde in vier maanden tijd meer kinderen dan er in vier jaar tijd wereldwijd in alle oorlogen omkwamen.
En de teller, aangesterkt door een uithongeringsoperatie, tikt stevig door.
Wat betekent onze vrijheidsviering als we hier de rode loper uitrollen voor de eindverantwoordelijke van iets wat erg lijkt op uitroeiing: Isaac Herzog? De Israëlische president kreeg op 10 maart in Amsterdam een koninklijke ontvangst en mocht als hoofdgast de feestelijke opening bijwonen van het Nationaal Holocaustmuseum.
Als cynisme niet bestond, was het die dag uitgevonden.
Emile Schrijver, de museumdirecteur, kan goed pottenbakken: ‘Laten we ons niet blindstaren op de persoon Herzog. Hij vertegenwoordigt de Israëlische instellingen die documenten, foto’s en videomateriaal aan ons ter beschikking stelden. Hij staat symbool voor een volk dat de Holocaust meemaakte.’
Laten we nog een pot bakken en Poetin uitnodigen om de Hermitage te openen. Het gaat immers niet om de persoon Poetin, wat telt is dat de man symbool staat voor een rijk dat schitterende kunst voortbracht.
Opmaat naar tachtig jaar vrijheid. God, wat waren we blij met het belangrijkste document van de naoorlogse jaren: de preambule van de Universele Verklaring van de Mensenrechten uit 1948, bedoeld om een herhaling van Europa’s rassen-apocalyps te voorkomen.
Maar universeel? Hoe kan de terechte angst voor antisemitisme dan zo vaak ontaarden in blinde Israël-liefde? Zijn dat niet twee lelijke gezichten van dezelfde medaille?
We weten dat Israël gesticht is als thuisland voor de Joden, die al eeuwenlang in Europa slachtoffer waren van pogroms en discriminatie. Maar waarom moeten Palestijnen beroofd en vernietigd worden voor misdaden waaraan vooral Europeanen schuldig waren?
Laten we stoppen met konijnen uit een hoed toveren. Wie door propagandataal heen kan prikken, ziet haarfijn dat de horror in Gaza weinig te maken heeft met ‘zelfverdediging’ of Hamas. Die weet dat de gruwelijke Hamas-aanval van afgelopen oktober ‘niet in een vacuüm is gebeurd’, zoals VN-topman António Guterres opmerkte.
Die weet dat de moordpartijen door het Israëlische leger een versnelde voortzetting zijn van staand beleid: de apotheose van een uitgekiend settler-colonial project dat zijn wortels vindt in zionistische ideeën van nog vóór de oprichting van de staat Israël, lang vóór Hamas (opgericht in 1987) bestond. Die weet ook dat als je heel simpel de kaart van Palestina van 1948 naast die van 2024 legt, woorden niet meer nodig zijn.
Abel Herzberg bezat een glazen bol toen hem werd gevraagd ‘Wat moeten wij doen om te voorkomen dat onze kinderen weer slachtoffers worden?’ Zijn antwoord: ‘Dat is het probleem niet. De juiste vraag is hoe wij kunnen voorkomen dat onze kinderen beulen worden.’
En toen, op die memorabele vrijdagochtend 27 oktober 2023, op de drempel van tachtig jaar nationale vrede & vrijheid, toen schreef Nederland geschiedenis. In New York kwam een VN-resolutie in stemming, over humanitaire hulp aan Gaza: voedselpakketten, drinken, kleding, medicijnen. Israël had toen al drie weken alle primaire voorzieningen afgesloten, water, gas, stroom, internet; iets wat Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, toen Rusland hetzelfde deed met Oekraïne, ‘oorlogsmisdaden’ en ‘terrorisme’ noemde – maar nu zweeg ze.
De resolutie werd met een overweldigende meerderheid aangenomen, 120 landen. Op een groot scherm verscheen de uitslag. Mijn ogen zochten naar Nederland en zagen een geel kruisje. Stemonthouding? Droomde ik? Ik keek nog eens goed. Jawel, geel kruisje, zonder twijfel.
Anderhalve maand later, 12 december, herhaalde de geschiedenis zich. Nu ging het over een staakt-het-vuren. Praktisch de hele wereld, 153 landen, stemden vóór een pauze, zodat nabestaanden even konden ademhalen, hun doden begraven, als zombies ronddwalende kinderen wat nachtjes slaap gunnen. Maar Nederland koos opnieuw voor het gele kruis. Nooit deed geel zo’n pijn aan mijn ogen.
Toen knapte er iets. Een klein heelal spatte uiteen. Iets warms werd koud. Ik kon niet meer geloven dat dit het land is waar mijn vader in de jaren zestig zo blij naar toe was geëmigreerd en heeft helpen opbouwen. ‘Nederland is een mooi land met hele aardige mensen’, zei hij tegen ons. Maar hij wist toen niet dat dit mooie land op het gele kruisje zou drukken. Dat veel aardige mensen de andere kant zouden opkijken.
In kranten en op de radio hoor ik schrijvers en intellectuele lefgozers, zwanger van menslievendheid, mooie praatjes verkondigen over de koloniale verschrikkingen van eeuwen geleden in Afrika en Nederlands-Indië, maar over dezelfde verschrikkingen die zich in real time onder hun ogen voltrekken, daarover geen woord.
Gaan we honderden jaren later ach en wee roepen wanneer de botten van het Palestijnse volk vergaan zijn tot stof? Gaan we dan boeken schrijven als ‘De Palestijnse doofpot’ en films draaien als ‘Selling a Colonial War’?
‘De wereld is een gevaarlijke plek om te leven’, zei Einstein. ‘Niet vanwege de mensen die kwaadaardig zijn, maar vanwege de mensen die niets doen.’
Ik dacht altijd dat alleen despoten nooit wakker lagen van de bloedbaden die ze aanrichten, doof zijn voor de kreet en de doodsrochel die uit hun achterland opstijgt. Maar met dat gele kruis, haast achteloos ingedrukt, heeft dit land z’n eigen daden weggemoffeld achter een knopje en dit mechaniek werd een intermediair tussen het geweten en het allerergste. Voor het oog van de wereld heeft het een volk, of wat ervan over is, vogelvrij verklaard.
En dan… dan staan we straks op 4 mei op de Dam. We vieren tachtig jaar vrijheid. We leggen een koninklijke krans neer. We kijken vroom uit onze ogen. Een gezant van het kabinet zegt: dit nooit meer. We houden 2 minuten stilte en slaan onze ogen neer. Geen ogenblik vervloeken we onze mensenaard. Geen ogenblik schamen we ons. Noch wensen we onszelf een plaats toe in het smadelijkste graf. Maar het bloed aan onze handen krijgen we nooit meer eraf gewassen. Dodenherdenking, een mooi idee, maar de doden van de Tweede Wereldoorlog, en andere oorlogen, verdienen beter.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant