Een tijdje geleden paste ik op een wolfshond genaamd Victor, die zo groot is dat je hem kan zadelen om er een stukje mee over het fietspad te galopperen. Het was fijn om hem even aan mijn zijde te hebben, niet alleen omdat Victor een lief blij ei is maar ook omdat andere hondenbezitters me opeens zagen staan. Buren die me voorheen negeerden knikten me nu vriendelijk toe, maakten een praatje, vertelden over hun eigen viervoeter. Het voelde als een inwijding.
Enkele dagen na mijn toetreding tot het lokale hondgenootschap werden mijn nieuwe vrienden openhartiger. Ze vertrouwden ze me toe welke dieren – in hun ogen dan – verwaarloosd werden, en welke baasjes weleens aangespoord moesten worden om de troep van hun huisdier op te ruimen. De meeste ontboezemingen gingen over een hond die men ook wel De Blaf noemde, een containerschip van een beest dat nooit luistert naar zijn baas, altijd los loopt, naar kinderen gromt en die, wanneer zijn eigenaar de hort op is, het hele blok wakker houdt met zijn geblaf. Om het nog erger te maken valt De Blaf naast postbodes en pakketbezorgers ook nog eens onophoudelijk soortgenoten aan, waardoor de meeste hondeneigenaren hem uit de weg gaan.
„Dat beest is gewoon totaal onopgevoed”, mopperde een van mijn buren. „Er zijn geruchten dat hij niet eens naar puppycursus is gegaan.”
„Jullie zouden een inzamelingsactie kunnen houden, zodat De Blaf alsnog op bijscholing kan”, grapte ik, maar de buur schudde zijn hoofd.
„Daar is hij al veel te oud voor. Bovendien zijn die opvoedcursussen niet verplicht.”
„Hè”, zei ik (want niemand vertelt mij ooit wat), „maar dat is toch heel raar? Zo’n exemplaar als De Blaf verpest het voor de hele buurt!”
„Ja, maar daar heeft zijn baas maling aan. Toen wij hem er een keer op aanspraken, begon-ie meteen te schreeuwen, dat we ons niet met zijn hond moesten bemoeien enzo. De Blaf werd ook agressief, en sindsdien laten we hen maar. Het is vervelend, maar we leven nou eenmaal in een vrije wereld.”
Die woorden gingen weer door me heen toen ik vanmiddag Victor uitliet. Verderop zag ik De Blaf op een keeshond afstormen. Het diertje sprong in de armen van zijn baasje, dat zich snel uit de voeten maakte. Blafs eigenaar kwam er op zijn dooie gemak achteraan geslenterd, met een zelfvoldane grijns op zijn gezicht.
Want zo ziet een vrije wereld er dus ook uit.
Source: NRC