Zevenvoudig Grammy-winnaar Kacey Musgraves speelt woensdag en donderdag in Paradiso. De Texaanse staat symbool voor de worsteling van het countrygenre met het fenomeen vernieuwing. ‘Ik vind Deeper Well niet meer of minder country dan Star-Crossed’.
Op de website van Paradiso, de Amsterdamse poptempel die woensdag en donderdag voor haar zal volstromen, wordt Kacey Musgraves (35) omschreven als een ‘Amerikaanse countryster’. Wie haar in maart verschenen album Deeper Well beluistert, kan die aanduiding wel volgen: onversneden country maakt ze weliswaar niet, maar haar popvariant van rootsy americana is er hoorbaar in geworteld – en een ster mag ze als zevenvoudig Grammy-winnaar ook wel heten, zeker in de VS, waar ze grote arena’s vult.
Toch is ‘countryster’ voor Musgraves een ironisch en ook een beetje wrang woord. Want ís ze nog wel country? Volgens de ‘Academy’, die jaarlijks de Grammy Awards uitreikt niet, of liever gezegd: niet meer, tot nader order. Wie zich in de persoonlijke Grammy-geschiedenis van Kacey Musgraves verdiept, ziet dat de nu 35-jarige Texaanse symbool staat voor de worsteling van het countrygenre met het fenomeen vernieuwing.
Menno Pot schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.
Musgraves debuteerde in 2013 met Same Trailer, Different Park. Dat album bevatte country van het tamelijk pure soort: akoestische gitaar, banjo, pedalsteelgitaar en zang met zuidelijke twang. Musgraves was 24, een jonge meid uit Texas die op de albumhoes cowboylaarzen droeg. Ze won de Grammy Award voor ‘Countryalbum van het Jaar’ en gold in één klap als de kroonprinses van haar genre.
De country-industrie staat bekend als een wereld van conservatieve mannen, maar progressieve vrouwen hebben er hun plek wel zo’n beetje veroverd. Die strijd werd gevoerd (en gewonnen) door oermoeders als Dolly Parton. Een progressieve vrouw die een country queen wordt: het kan, zo ver is de country al gemoderniseerd.
Veel gevoeliger ligt de modernisering van de muziek zelf. Precies die gewaagde stap zette Kacey Musgraves in 2018 op Golden Hour, haar vierde studioalbum (haar kerstplaat uit 2016 meegeteld), waarop veel liedjes een elektronische onderstroom hadden. Zulke moderne fratsen kunnen in conservatieve countrykringen als hoogverraad worden opgevat: country is niet elektronisch – en als het wél elektronisch is, is het geen country!
Dat ook Golden Hour ‘Countryalbum van het Jaar’ werd tijdens het Grammy-gala was spectaculair. Nog spectaculairder was het feit dat vijandigheid van puristen vrijwel achterwege bleef. Het supertalent was nu ook bejubeld vernieuwer: de kroonprinses had de country de weg naar de toekomst gewezen.
En toen kwam Star-Crossed (2021), album nummer vijf, waarop Musgraves haar echtscheiding van zich af zong. Ludduvuddu en heartbreak zijn klassieke countrythema’s, maar muzikaal tapte Musgraves ineens uit een ander vaatje. Star-Crossed was pure elektronische pop, een koerswijziging die haast deed denken aan die van Taylor Swift, die een countrypopsterretje was tot ze op 1989 (2014) synthesizerpop ging maken.
De Academy luisterde en nam een ferm besluit: Star-Crossed werd officieel gediskwalificeerd voor de countrycategorieën van de Grammy Awards. Daarbij kon men zich beroepen op de regel dat een album voor ‘minstens 51 procent’ uit country-elementen moet bestaan om mee te dingen naar een prijs in die categorieën. Waar die berekening precies op gebaseerd is, weet eigenlijk niemand.
‘Ik vond het raar’, zegt Musgraves vanuit een New Yorkse hotelkamer, in een telefoongesprek met de Volkskrant. ‘Maar ik zat er ook weer niet al te erg mee. Ik ben songwriter en muzikant. Ik ontwikkel me. Maar een vreemde gewaarwording was het wel.’ Cindy Mabe, de directeur van Musgraves’ (country)platenlabel Universal Nashville, was minder laconiek en klom in de pen: op Star-Crossed hoorde je aantoonbaar meer country-instrumenten dan op Golden Hour, beweerde zij, en de songs waren in de kern nog steeds country.
Op het vorige maand verschenen Deeper Well klinkt Musgraves weer heel wat country-achtiger: weg is de elektronica, het album is grotendeels akoestisch getoonzet en ze zingt over liefde, onafhankelijkheid en persoonlijke groei. ‘Het is geen poging om weer country te zijn’, zegt ze, ‘hoewel dat hier en daar alweer is beweerd. Ik wilde het deze keer gewoon kleiner en simpeler houden. Ik vind Deeper Well niet meer of minder country dan Star-Crossed.’
Hoe verhoudt ze zich nu eigenlijk tot het genre waarin ze groot werd, maar dat haar in het najaar van 2021 ineens uitspuugde, al was het dan alleen de Academy die dat officieel deed? ‘Ik ben een meisje uit Texas. Ik ben opgegroeid met country, het is mijn cultuur. Marty Robbins, Patsy Cline, Willie Nelson, John Prine. Ik zal altijd van country houden en in mijn liedjes zal altijd country zitten, zelfs al zou ik proberen dat te vermijden.’
Ze volgt gewoon haar creatieve pad, zegt ze. De beste artiesten hebben volgens haar iets ‘genreloos’. Ze noemt Ray Charles en The Beatles. ‘Of ik nu weer meeding naar countryprijzen? Ik merk het wel. Als het zo is, zal ik vereerd zijn.’ Ze grinnikt. ‘Alleen al hierom vind ik het fijn om binnenkort naar Europa te gaan en in steden als Amsterdam te spelen. Wel country, geen country; volgens mij boeit die discussie jullie Europeanen totaal niet. Toch?’
Oh, What a World (2018)
Het lijkt een vrij klassiek countrypopliedje, maar hoor die vocoder aan het begin en dat elektronische onderstroompje. Zó introduceerde Kacey Musgraves ‘hippe’ geluiden in het country-idioom – en de countrywereld vond het prachtig.
Justified (2021)
Qua melodie en instrumentarium niet minder country dan het werk op Golden Hour, zo betoogde Musgraves’ platenlabel, maar de Academy was onverbiddelijk: de ‘51-procentsnorm’ niet gehaald, Musgraves geen country meer.
Too Good to Be True (2024)
Het klassieke country-instrumentarium is terug in Musgraves’ werk en de liedjes zijn, behalve ‘country-achtiger’ ook gewoon beter dan op Star-Crossed. Het woord is aan de Academy, in het najaar: is Musgraves nu weer country?
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant