Nu steeds duidelijker wordt dat de moordlust van huiskatten funest is voor de biodiversiteit, groeit onder gewetensvolle baasjes de vraag of we de poes met goed fatsoen nog wel naar buiten kunnen laten. In de Groene Amsterdammer las ik over ‘kattenschaamte’.
Ik was er al bang voor. Zo’n maatschappelijke kwestie kan zwaar op mijn schouders drukken. Maar bij de deur stonden twee katten luidkeels om hun vrijheid te blèren. ‘Openmaken, onderdaan!’ meende ik te verstaan. ‘Er zijn vogels op het dek.’ In een visioen zag ik hoe de katten ons leven tot een hel zouden maken als we hen voortaan binnenhielden. Daarna bekeek ik de potentiële moordenaars nog eens goed.
Verdachte 1 is kogelrond en mist een oog, verdachte 2 heeft het buskruit niet uitgevonden. Regelmatig hobbelen zij moordlustig achter vogels aan, maar de vogels lachen erom. Frustrerend voor de hitmen, maar een opluchting voor deze baas, die dankzij hun vraatzucht en domheid is gevrijwaard van kattenschaamte.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns