Home

Een reservoir aan goedkope arbeidskrachten: de uitbreiding van de EU, twintig jaar geleden, heeft Oost én West veranderd

De Europese Unie kreeg er woensdag twintig jaar geleden tien lidstaten bij. Hoe heeft de toetreding van landen als Polen, Hongarije en de Baltische staten de EU veranderd? Over goedkope arbeid, de opkomst van het populisme en de zoektocht naar een nieuw economisch model.

In het buurtschap Aadorp bij Almelo moet een migrantenhotel verrijzen voor de werknemers van het nabijgelegen distributiecentrum van Amazon. De inwoners van Aadorp zijn er niet blij mee, zegt Agnes Jongerius, afzwaaiend Europarlementariër van de PvdA.

‘Ze zeggen: we gunnen die migranten het allerbeste, maar zo’n hotel staat niet in verhouding tot onze kleine buurtschap. Waarom geeft de gemeente toestemming voor al die distributiecentra in de omgeving? Er werkt geen enkele Nederlander. De winst gaat in het geval van Amazon de Atlantische Oceaan over. Het hotel zal worden gebouwd door een Frans bedrijf, dus daar verdient de lokale gemeenschap ook niets aan’, aldus Jongerius.

Over de auteur
Peter Giesen is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de Europese Unie en internationale samenwerking. Eerder was hij correspondent in Frankrijk.

De kwestie is niet los te zien van de grote uitbreiding van de Europese Unie op 1 mei 2004, woensdag twintig jaar geleden. In één klap kreeg de EU er tien lidstaten bij, waaronder Polen, Hongarije en de Baltische staten. Opeens konden werkgevers beschikken over een enorm reservoir aan goedkope en flexibele arbeidskrachten, dat nog eens werd uitgebreid door de toetreding van Roemenië en Bulgarije in 2007. Bovendien konden grote bedrijven investeren in de nieuwe lidstaten, waar de lonen lager waren dan in West-Europa en de vakbonden vaak een zwakke positie hadden. ‘Door de uitbreiding werden de welvaartsverschillen in Europa groter. Dat heeft het neoliberale model versterkt’, zegt Jongerius.

Het postcommunistische Oosten veranderde het Westen

De uitbreiding werd, toen en nu, vaak bekeken door een West-Europese bril. West-Europa exporteerde zijn succesvolle liberale model naar het postcommunistische Oosten. De Oost-Europeanen waren na de oorlog ‘gekidnapt’ door de Sovjet-Unie, zoals de Tsjechische auteur Milan Kundera schreef. Nu keerden de gijzelaars terug naar hun familie, als achtergebleven neefjes die liefdevol werden opgevangen door hun succesvolle en weldoorvoede oom en tante.

‘Men dacht destijds dat het postcommunistische deel van Europa zou veranderen, terwijl het Westen hetzelfde zou blijven’, zegt de Oostenrijkse historicus Philipp Ther, hoogleraar aan de Universiteit van Wenen. In werkelijkheid veranderden Oost en West allebei, in een proces van wederzijdse beïnvloeding, schreef Ther in zijn boeken How The West Lost The Peace (2023) en Europe Since 1989 (2016).

Ther spreekt van een ‘co-transformatie’, die het eerst zichtbaar was in Duitsland. ‘Door zijn geografische ligging kreeg Duitsland het eerst te maken met de concurrentie van de opkomende landen in Oost-Europa. Het moest reageren. Dat gebeurde door de lonen te matigen en de verzorgingsstaat te versoberen, met de zeer controversiële hervormingen van de rood-groene regering van bondskanselier Gerhard Schröder’, zegt Ther.

Het was een proces dat al was begonnen met de Duitse eenwording en doorging na 2004. De Duitse industrie profiteerde van de uitbreiding door productie te verplaatsen naar de goedkope landen in het Oosten. Nergens ter wereld worden zoveel auto’s per hoofd van de bevolking geproduceerd als in Slowakije. Concerns als BMW en Audi investeerden fors in Hongarije, ondanks de ondermijning van democratie en rechtsstaat door premier Viktor Orbán. Volgens de Ituc, de internationale confederatie van vakbonden, heeft de regering van Orbán de vakbondsrechten sterk aangetast. Dat is allerminst een bezwaar voor de grote autoconcerns. Ther: ‘Ze investeren liever in een autoritair geleid land als Hongarije dan in een democratie als Frankrijk waar veel gestaakt wordt.’

Duitsland werd eind jaren negentig nog gezien als de zieke man van Europa, een kwakkelende economie, maar ontwikkelde zich in de 21ste eeuw tot Export-Weltmeister, met een economisch model van relatief lage overheidsuitgaven, gematigde lonen en verplaatsing van productie naar Oost-Europa. ‘Andere landen, zoals Nederland en Oostenrijk, moesten wel volgen. Zo werd co-transformatie niet alleen een Duits, maar ook een Europees proces’, zegt Ther. Landen als Frankrijk en Italië konden of wilden het Duitse model niet overnemen en raakten achterop.

De uitbreiding bevorderde de opmars van het populisme

De Europese Unie voorzag in 2004 dat plotselinge arbeidsmigratie naar West-Europa tot een schokgolf zou kunnen leiden. Daarom werd het vrije verkeer voor Oost-Europese werknemers geleidelijk ingevoerd, met een overgangsperiode van zeven jaar. Slechts één land had geen behoefte aan deze overgangstermijn: het Verenigd Koninkrijk.

De regering van Tony Blair geloofde dat er hooguit 5- tot 13 duizend Oost-Europeanen jaarlijks het Kanaal zouden oversteken. Een grove misrekening, zo bleek: in een studie uit 2018 rekende de Universiteit van Warwick uit dat er sinds de uitbreiding meer dan een miljoen Oost-Europeanen naar het Verenigd Koninkrijk waren gekomen, zo’n 3 procent van de Britse arbeidsbevolking. Onvrede over arbeidsmigratie werd een belangrijke factor in het Brexit-referendum van 2016.

Zo bevorderde de uitbreiding het populisme binnen de EU. Ook hier was sprake van co-transformatie. Jonge, ondernemende Oost-Europeanen verlieten het platteland, waardoor bij de achterblijvers een gevoel van malaise ontstond dat de inwoners ontvankelijk maakte voor de boodschap van politici als Viktor Orbán in Hongarije en Jaroslaw Kacyznski in Polen. In West-Europa droeg de immigratie van Oost-Europeanen bij aan de opkomst van populistische partijen, al speelde onvrede over asielmigratie een sterkere rol.

Orbán en Kacyzinski zetten zich af tegen de EU, tot grote irritatie in het Westen. Het Westen had veel geld overgemaakt naar het Oosten, maar nu toonden de postcommunistische neefjes zich ondankbaar en ondermijnden ze de Europese waarden van rechtsstaat en democratie. In 2020 bedong premier Mark Rutte dat de uitkering van Europees geld afhankelijk zou worden van het naleven van de rechtsstaat. Hij kreeg er veel applaus voor in West-Europa.

Maar ondertussen is Orbáns grote vriend Geert Wilders de leider van de grootste partij van Nederland. Oost en West groeien naar elkaar toe. De bedreiging van de rechtsstaat is geen louter Oost-Europees probleem meer. ‘Het probleem is dat de economische orde in de EU de grote steden bevoordeelt, terwijl arme regio’s achterblijven of nog armer worden. Natuurlijk kun je het populisme niet helemaal verklaren met sociaal-economische factoren, maar ze spelen wel een belangrijke rol. Zelfs een oude democratie als Nederland wordt erdoor geraakt’, zegt Ther.

De EU zoekt naar een nieuw economisch model

‘De Brexit veroorzaakte in Brussel een schokgolf’, zegt Agnes Jongerius. ‘Veel mensen dachten: als Europa er alleen maar voor de markt en de munt is, dan is het niet zo raar dat het niet populair is.’

In de jaren na de Brexit werden de regels voor arbeidsmigranten aangescherpt. Zo moeten ze evenveel betaald krijgen als andere werknemers in het land waar ze werken. De handhaving blijft lastig, zegt Jongerius. De capaciteit van de arbeidsinspectie is beperkt en er worden steeds nieuwe constructies verzonnen om onder de regels uit te komen, zoals het inhuren van werknemers als zelfstandigen.

In Brussel wordt nagedacht over een nieuw economisch model. Mario Draghi, de voormalige president van de Europese Centrale Bank, werkt voor de Europese Commissie aan een rapport over het concurrentievermogen van Europa. Volgens hem zitten de lidstaten op het verkeerde spoor door elkaar te beconcurreren met lage lonen en lage belastingen. ‘Het netto-effect is een verzwakking van de thuismarkt en de ondermijning van ons sociale model’, zei hij onlangs in een toespraak in Brussel. De lidstaten van de EU moeten meer samenwerken, hun krachten bundelen tegen de steeds sterkere concurrentie van de Verenigde Staten en China, die hun economieën met miljarden stimuleren. Europa moet investeren in defensie, energie, vergroening en innovatie, aldus Draghi.

De situatie is heel anders dan in 2004, zegt Philipp Ther, door de oorlog in Oekraïne en de sterk toegenomen geopolitieke rivaliteit. Mede daarom vindt hij de uitbreiding van 2004 een ‘opmerkelijk succes’, ondanks alle complicaties en nadelen. De welvaart in het Oosten nam toe, evenals de individuele vrijheid. Bovendien: zonder uitbreiding zou Oost-Europa nu een niemandsland tussen West-Europa en Rusland zijn geweest, een bron van permanente instabiliteit.

Ondertussen draait het model van goedkope arbeid gewoon door

De geesten in Brussel veranderen, maar in de praktijk werken nog veel mensen onder slechte omstandigheden in kassen, slachthuizen en distributiecentra. Het zijn sectoren die maar weinig toevoegen aan de Nederlandse economie, constateerde de Adviesraad Migratie onlangs, terwijl de kosten op de samenleving worden afgewenteld, vooral door druk op een toch al overspannen woningmarkt.

Het zijn ook sectoren die slechts kunnen bestaan omdat er een reservoir aan goedkope arbeidsmigranten is. Twintig jaar na de uitbreiding zijn dat vaak geen Polen en andere Oost-Europeanen meer. ‘Het Oosten heeft zich economisch ontwikkeld. Is het dan je levensdroom om je in het Westen te laten uitbuiten?’, zegt Jongerius. ‘Dus zie je steeds meer werknemers uit Kazachstan, Oezbekistan, de Filipijnen, Vietnam en Indonesië. Allemaal om de lagelonensector in leven te houden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next