Home

Opinie: Steeds minder planten en dieren in het water. Maar daar kunnen we wat aan doen

De waterkwaliteit in Nederland staat onder druk. De overheden, van lokaal tot nationaal, moeten daarom hun verantwoordelijkheid nemen bij het beheer van de watergangen. Bijvoorbeeld door herstel van natuurlijke oevers, stellen wetenschappers.

In 2027 moet de waterkwaliteit in Nederland (en andere lidstaten van Europa) volgens de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) op orde zijn. Mocht dat niet het geval zijn dan kan Nederland een boete of dwangsom opgelegd krijgen. De kwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van het voorkomen van planten en dieren (beoordelingssoorten), de hoeveelheid meststoffen en de concentratie milieuvreemde stoffen in het water. Deze factoren moeten alle drie op orde zijn.

De beoordelingssoorten van de KRW bestaan uit water- en oeverplanten, algen, vissen en macrofauna (libellenlarven, waterkevers, -slakken en vele andere kleine waterdieren). Waterkwaliteit is belangrijk voor de biodiversiteit maar ook andersom. Alle waterplanten en -dieren spelen samen een belangrijke rol bij het verbeteren van de waterkwaliteit. Zo nemen waterplanten meststoffen op en maken ze daarmee het water helder. Een belangrijk probleem is nu dat, vergelijkbaar met het aantal insecten, ook het aantal planten en dieren in het water sterk achteruit is gegaan.

Over de auteurs

Koos Biesmeijer is hoogleraar Natuurlijk Kapitaal en wetenschappelijk directeur bij Naturalis Biodiversity Center. Bart Specken is senior adviseur biodiversiteit bij Waternet. Louise Vet is emeritus hoogleraar Evolutionaire Ecologie, oud-directeur van  het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en voorzitter van Deltaplan Biodiversiteitsherstel.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Om de waterplanten en -dieren weer terug te krijgen moet er, naast een goede waterkwaliteit, ook voldoende leefgebied zijn, zoals bijvoorbeeld natuurlijke oevers. Die laatste factor krijgt nog wel eens te weinig aandacht, mogelijk omdat ruimte voor natuur in Nederland lastig te verwerven is. Hier kan de groenblauwe dooradering (GBDA) uit het Aanvalsplan Landschap (2022) de oplossing bieden.

Houtwallen

Het Aanvalsplan Landschap van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel pleit ervoor om het aantal houtwallen, bomen, waterpoelen, natuurlijke oevers en randen met kruiden en bloemen te verdrievoudigen. Hierdoor ontstaat een groenblauwe dooradering van het gehele landelijk gebied. Dus ook op landbouwgrond waar - zo beoogt het Aanvalsplan - boeren langjarig moeten worden betaald voor het beheer ervan. Het betreft landschapselementen die passen in het landschap en vele functies vervullen.

Niet alleen het bevorderen van biodiversiteit maar ook het vastleggen van CO2, het leveren van functionele natuur voor landbouw (natuurlijke gewasbescherming), schone lucht, gezonde bodem, een rijk landschap en ja, ook waterkwaliteit. Daarnaast is het een ideale kans om meer ruimte voor water in de polders te creëren, zodat, net als bij ruimte voor de rivier, er minder kans op wateroverlast ontstaat. Minister Van der Wal (Natuur en Stikstof) heeft dit advies overgenomen in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG).

Libellen

Maar ook meer leefgebied op het land heeft een positief effect op de waterkwaliteit. Want, hoewel de KRW over water gaat, zijn veel beoordelingssoorten van de KRW een deel van hun leven boven land te vinden. Een duidelijk voorbeeld hiervan zijn libellen. Ze leven, net als ruim 1.700 andere soorten waterinsecten, een deel van hun leven onder, en een deel boven water.

Veel van deze waterinsecten behoren tot de beoordelingssoorten van de KRW. Sommige soorten blijven in de buurt van het water, andere, zoals libellen, zijn het grootste deel van hun leven niet bij het water te vinden. Je komt ze vooral in graslanden tegen, of in open vegetaties, zoals heide en bosranden, waar ze deze gebieden als jachtgebied gebruiken (Vlinderbalans 2024). Voor deze soorten is het leven onder- of boven water even belangrijk.

Schuilen

Wanneer het in de korte bovenwaterfase van libellen (en voor veel andere soorten insecten) niet lukt om voedsel te vinden, te schuilen tegen vogels, te paren en daarna om eitjes te leggen, dan kan dat het verschil maken tussen wel of geen libellenlarven in het water. Dan kan de KRW-score lager uitvallen dan wanneer het allemaal wel is gelukt. Robuuste natuur, zowel in, langs als (ver) buiten het water is daarom essentieel om de KRW-doelen te halen.

Vaak wordt gedacht dat alleen de waterschappen verantwoordelijk zijn voor het halen van de KRW-doelen, maar dat is een misvatting. Het Rijk, de provincies en ook de gemeentes zijn medeverantwoordelijk en moeten (en kunnen!) een belangrijke bijdrage leveren. Alle overheden bezitten vele kilometers watergangen die zij onderhouden. Vaak worden deze watergangen in het najaar van kant tot kant gemaaid, vanuit de gedachte dat de afvoer van het water niet mag worden belemmerd. Veel watergangen bevatten genoeg ruimte om een smalle strook oeverplanten in de winter te laten staan. Hier zit ‘gratis’ leefgebied voor de beoordelingssoorten van de KRW. Maar dat is niet voldoende voor de waterinsecten die ook boven land leven. Het aanleggen van alle typen landschapselementen zal een positieve bijdrage leveren aan het halen van de doelen van de KRW.

We roepen alle overheden op de inrichting van het landschap met groenblauwe landschapselementen, de GBDA, een belangrijke plek te geven in hun strategie en uitvoeringsplannen, zodat er alles aan wordt gedaan om de KRW-doelen in 2027 te halen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next