Vorige week was de week van strafrechtadvocaat Inez Weski. Naar aanleiding van haar boek Het geluid van de stilte, over haar arrestatie op verdenking van lekken in de zaak tegen haar voormalige cliënt Ridouan T., was ze praktisch in alle media aanwezig. Als een nieuwe Houellebecq werd haar boek al besproken nog voordat het in de winkels lag. Ook verscheen ze bij Buitenhof voor een gesprek met Twan Huys, een interview met een lengte slechts voorbehouden aan minister-presidenten. Vanuit het niets rukte Weski’s boek op naar de eerste plaats in de toptien.
Een bestseller!
Voor dat verkoopsucces heb ik in eerste instantie twee verklaringen. In haar boek beschrijft Weski zichzelf als het slachtoffer, dat in een onderaardse kerker wordt geworpen, alwaar zij de vreselijkste ontberingen moet doorstaan. De tweede verklaring ligt in het feit dat Weski een excentrieke verschijning is. Door de misdadigers die ze verdedigt, verkeert ze in levensgevaarlijke kringen – een bestaan dat ze overigens zelf gekozen heeft. In aansluiting daarop lijkt zwart haar kleur in kleding en merkwaardige opmaak.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Momenteel kijk ik naar de populaire HBO-serie Curb Your Enthusiasm, waarin Larry David de excentriekeling speelt. Hij is bot, grof, doortrapt en liegt soms tegen de klippen op, maar op de een of andere manier is hij altijd aandoenlijk. Bijna alles wordt hem vergeven, niet alleen door zijn vrouw en zijn naaste omgeving, maar ook door het grote publiek, dat graag partij trekt voor deze aspergerpatiënt, ook al heeft hij volkomen ongelijk. Dat mechanisme lijkt eveneens te spelen bij Weski.
Maar nu het opmerkelijke.
Weski en haar boek mogen door het goedwillende publiek worden omarmd, degenen die werkelijk iets van de zaak weten zijn unaniem negatief over de houding die zij in haar boek en in de media heeft aangenomen. Volgens John van den Heuvel in De Telegraaf kan Weski haar boosheid beter richten op haar eigen criminele cliënten dan op het Openbaar Ministerie. In Het Parool zijn de misdaadverslaggevers Paul Vugts en Wouter Laumans eveneens weinig enthousiast. Ronduit debunkend is een recensie in HP/De Tijd van criminoloog Hans Werdmölder, tevens de auteur van het boek: De Zaak Ridouan T. Hij schrijft dat Weski ‘een aantal stuitende insinuaties maakt in de richting van het OM’, maar dat zij ‘achter het schild van geheimhouding’ duikt zodra het over haar eigen zaak gaat. Tenslotte noemde Rinus Otte, de hoogste baas van het Openbaar Ministerie, de beschuldigingen van Weski ‘quatsch, echt totale onzin’, maar als belanghebbende is hij wellicht niet objectief.
Tijd om het boek van Weski te lezen. Wat meteen opvalt, is de pathetische toon waarop Weski zichzelf afschildert als het grootste slachtoffer van de 21ste eeuw, terwijl je toch het idee krijgt dat zij wordt behandeld volgens dezelfde termijnen en beperkingen als iedere verdachte op wie een zware verdenking rust. Mogelijk is zij naar de bunker gebracht uit eigen bescherming. We weten niet met wie zij allemaal omgaat, zijzelf geeft daar geen klaarheid over.
Wel suggereert ze dat met haar arrestatie een nieuwe Dreyfus-affaire plaats heeft gevonden. Om die beschuldiging te illustreren, verwijst zij niet alleen naar haar eigen voorvaderen die eeuwen geleden al ronddoolden, maar ook naar verscheidene vooraanstaande Joden, tot Einstein aan toe. Het schijnt in haar dna te zitten, schrijft ze, maar dat is wel erg hoog gegrepen nonsens, want er bestaat namelijk geen enkele dna-test waarmee een Joodse afkomst kan worden aangetoond.
Als zij in haar beperking haar medicijnen niet op tijd heeft gekregen, dan had dat anders gemoeten, maar dan nog zijn in dit verband alle verwijzingen naar het lijden van Joden nogal op de rand van het onsmakelijke. In plaats van zichzelf te vergelijken met Dreyfus moest ik bij het lezen soms meer denken aan Jopie de Vries, die als baas van Casa Rosso op de Wallen vele criminele miljoenen verdiende, maar tenslotte aan gevangenisstraf ontsnapte, omdat professor Jan Bastiaans hem in een psychiatrisch rapport aanmerkte als een ‘Jodenjongen, gruwelijk gekwetst door zijn oorlogservaringen’.
Slim, handig.
Wat er precies speelt en waarvan zij wordt verdacht, daar kom je in het boek vreemd genoeg niet achter, omdat zij zich verschuilt achter een immense klaagmuur van geheimhouding. Ze beschouwt geheimhouding zo’n beetje als het grondrecht aller grondrechten, maar ik vraag me toch af hoe onbeperkt eindeloos dat recht is. Stel, een hypothetisch geval, dat een advocaat getuige is van een moord die door een cliënt wordt gepleegd, of daar zelfs – al of niet onbedoeld – aan meewerkt, kan hij of zij dan een beroep doen op het verschoningsrecht om te zwijgen? Als dat mogelijk is, dan heb je een plot voor de perfecte moord. Ik geloof dat Agatha Christie dat motief weleens heeft gebruikt, maar dan niet met een advocaat, maar met een arts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant