De trainer keek naar de benen van het meisje dat naast me een warming-up aan het doen was. Hij fronste. ‘Wat heb jij nou?’, vroeg hij. Ik keek opzij. Ze droeg een kort boksbroekje en op haar benen stonden donkere, beurse plekken. Sommige waren klein en bijna zwart, andere wat groter en lichter. Sommige van de plekken hadden een vorm van een halve cirkel. Het leek alsof ze was toegetakeld door wilde dieren.
Dat bleek zo te zijn. ‘Ik ben aangevallen door wolven’, zei ze. Een paar weken geleden was ze met vakantie in Turkije. Nadat ze had gesport, liep ze ’s avonds terug naar huis. Het was een verlaten weggetje en het schemerde. Ze hoorde geblaf in de verte en dat geblaf kwam steeds dichterbij. Plots was ze omringd door vier wolven. Het konden ook herdershonden zijn geweest, zei ze, ze kon het niet goed zien.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
De beesten vielen haar aan, beten zich vast in haar kuiten en dijen. Ze voelde hoe hun tanden zich door haar huid boorden. Niet in paniek raken, dacht ze, kalm blijven. Niet terugvechten, wachten tot ze ophouden. En als ze niet ophouden... dan is dit het maar. Uiteindelijk zag ze in de verte koplampen die dichterbij kwamen. Een paar minuten later – voor haar gevoel uren – stopte een auto. Twee mannen stapten uit, renden op haar af en sleurden haar in de auto. Ze was gered.
De trainer zette grote ogen op en daarna keek hij mij aan. Toen bleef zijn blik hangen op mijn elleboog, waar een pleister op zat. ‘En wat heb jij nou weer, Shake?’, vroeg hij. (Shake is een afkorting van Shakespeare, zo noemt hij me omdat ik schrijf. Hij schrijft het zelf dan weer als Sjeekspier, wat volgens mij een verwijzing naar een piemel is.)
Ik liet mijn vingers over de pleister gaan. ‘O dit’, zei ik. ‘Nou...’ Goed, dit was er gebeurd. Aan onze douchestang zit zo’n bakje waar je zeep in kan leggen. Daar ligt nooit zeep in, maar wel het scheermesje van mijn vrouw. Die ochtend, tijdens het douchen, had ik me omgedraaid en in die draai was mijn elleboog langs het scheermesje gegaan en had ik dus een snee op mijn elleboog opgelopen. Het had best wat gebloed.
‘En het deed ook echt pijn’, zei ik. Ik bedoel, je kunt aangevallen worden door een roedel wilde beesten waarvan je niet weet of er misschien ook een hondsdolle tussen zit, maar er zijn ergere dingen – zoals bijvoorbeeld onder de douche aangevallen worden door het roze scheermesje van je geliefde. Het meisje naast me keek me aan. In haar ogen zag ik afschuw en bewondering en medelijden. En terecht ook. Baas boven baas.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant