Wat we van ons leven maken kan onder andere begrepen worden door onze collectieve omgang met verlies, sterven en de dood. Dat is uiteraard extra relevant in de aanloopweek naar 4 mei. Gelukkig bood de Volkskrant dit weekend een etiquette aan over ‘rouwen’ met een heuse rouwhandleiding van Lena Bril. Eerder schreef filosoof Marli Huijer een essay over ‘goed rouwen’ met een aangrijpende persoonlijke reflectie.
Zowel Huijer als Bril bieden mooie bijdragen, want de dood mag vooral ‘bespreekbaar zijn’, om met SIRE te spreken, maar tijdens het lezen werd ik wat ongemakkelijk. Deze bijdragen hanteren namelijk een wat beperkt perspectief op rouwen en rouwarbeid.
Vorig jaar overleed een bijzonder dierbare vriend van mij. Als iemand overlijdt, blijf je achter met wat antropologen lieux de mémoires noemen, plaatsen van herinneringen. Dat kan een stad, een woning of een boek zijn. Maar ook een bepaalde route. Zo reed ik altijd een bepaalde fietsroute naar die vriend. Ik fietste alleen via die weg naar hem. Tot hij overleed.
Laatst fietste ik ineens zomaar op diezelfde weg zonder naar hem te gaan. Alles aan die weg deed me aan hem denken. Maar hij was er niet meer. Weliswaar had die route niet meer die functie, maar wel die betekenis. Betekenisverdichting door functieverlies. Zo kun je dus rouwen als je een fietstocht maakt, een kamer binnenkomt of rondje gaat schaatsen, zoals Marli Huijer in haar essay schetst.
Over de auteur
Mark van Ostaijen is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dat wat afwezig is, kan pijnlijk aanwezig voelen. Je zou het fantoompijn kunnen noemen. Pijn bij datgene wat er niet meer is. Want als wij in Nederland spreken over rouwen, dan gaat dat veelal over de pijn van verlies, afwezigheid, leegte. Namelijk de pijn van iets wat er niet meer is.
Fantoompijn is de medische term voor pijngevoelens die mensen ervaren in een geamputeerd lichaamsdeel. Maar als fantoompijn gaat over de pijn van het ingebeeld aanwezige, dan mist ons vocabulaire een woord voor pijn van het ingebeeld afwezige. Noem het voorrouw, anticiperende rouw, maar ik houd het op fantoomrouw. Want als rouw de pijn beschrijft over datgene wat er niet meer is, dan beschrijft fantoomrouw de rouw over datgene wat er nog is.
Zo was ik al bij leven bang om die vriend vroegtijdig te verliezen. Al bij leven rouwde ik soms bij de gedachte dat hij er op een dag niet meer zou zijn. Ik kon soms overvallen worden door intens verdriet. Maar ook nu ervaar ik dat bij andere dierbaren. Bij mijn vader, moeder, broer, mijn partner en zelfs soms bij de aanblik van mijn hond. De gedachte dat ik hen ga overleven is soms haast ondraaglijk. Fantoomrouw.
De afwezigheid van fantoomrouw in ons vocabulaire illustreert onze wat gemankeerde vormentaal. Alsof je pas kan rouwen als iets verdwenen is. Terwijl we in een tijd leven waarin we vooral de angst delen dat we veel zullen verliezen. Zo beschrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau de stemming in het land als somber omdat inmiddels ‘bijna de helft een verslechtering verwacht van onze economische situatie’.
Net zoals de Amerikaanse socioloog Robert Putnam dat heeft laten zien voor de Verenigde Staten, geloven we in Nederland niet langer dat de aankomende generaties het per se beter zullen hebben. Alsof we al rouwen over onze toekomst. Hoe aanvechtbaar die perceptie ook is, zodra voorzien verlies de collectieve conditie bepaalt, heeft dat altijd serieuze effecten in het hier en nu.
Het lijkt een wat grote sprong, van individuele naar collectieve vormen van rouw, maar het kan geen kwaad wat meer stil te staan bij het fenomeen fantoomrouw. Dat kan ons laten inzien dat rouwen niet alleen betrekking heeft op gevoelens van reëel verlies, maar ook op voorzien verlies. Zowel op individueel als collectief niveau.
Uiteindelijk delen we allemaal de angst om iets te verliezen. Dat biedt wezenlijke aanknopings- en herkenningspunten voor verschilende groepen mensen. Ik ben bang dat er nog heel wat rouwarbeid te verrichten is. Want uiteindelijk zijn we allemaal geamputeerde achterblijvers.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant