De drie grote zeehondencentra in Nederland hebben in de eerste vier maanden van dit jaar een recordaantal van 35 zeehonden aangetroffen die in de Noord- of Waddenzee verstrikt zijn geraakt in visnetten of zwerfafval. Ter vergelijking: in de afgelopen periode waren dit er zo’n veertig op jaarbasis.
‘Laatst troffen we op Schiermonnikoog zelfs een zeehond aan die met zijn hele lijf vastzat in een aardappelnetje van oranje flosdraad’, zegt Emmy Venema, stranding coördinator van zeehondenopvangcentrum Pieterburen. ‘Gelukkig leefde hij nog en kon hij makkelijk worden bevrijd.’
Dit gaat lang niet altijd op. Met name bij jonge zeehonden, die bovengemiddeld vaak verstrikt raken, kan het dodelijk aflopen. Venema: ‘De zeehonden groeien, maar het net waarin ze terechtkomen groeit niet mee, waardoor er uiteindelijk fataal trauma aan de luchtwegen en bloedvaten ontstaat. Het is een hele langzame, pijnlijke dood.’
Irene de Zwaan is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jongerencultuur en onderwijs
Paradoxaal genoeg is de reden dat er meer verstrikkingen voorkomen juist positief: het gaat goed met de zeehondenpopulatie in Nederland. De kans op verstrikking neemt hierdoor logischerwijs toe. Vooral de populatie grijze zeehonden, die oorspronkelijk uit Groot-Brittannië komt en min of meer bij toeval ook in Nederland is neergestreken, groeit hard. Volgens de laatste tellingen van Wageningen University nam hun aantal in de totale Waddenzee de afgelopen vijf jaar met 12 procent per jaar toe, tot 10.544 dieren. Zij delen de zandbanken met nog eens 22.621 ‘gewone zeehonden’, zoals onze lokale soort wordt genoemd.
De zeehond heeft in Nederland, behalve de mens, geen natuurlijke vijand, waardoor hun aantal na het stoppen van de jacht in de jaren zestig gestaag groeide. Maar tegenwoordig wordt de populatie weer geconfronteerd met andere problemen. ‘Ook de scheepvaart en windparken zijn de afgelopen jaren exponentieel toegenomen’, zegt Sophie Brasseur, zeehondenonderzoeker aan Wageningen University. ‘Daardoor moet de zeehondenpopulatie beknibbelen op ruimte.’ Vooral de gewone zeehond lijkt hieronder te lijden. Brasseur merkt op dat er bovengemiddeld veel pups worden geboren in de Waddenzee, maar dat de totale populatie desondanks de laatste jaren afneemt.
Welke rol verstrikking speelt bij de overleving van de jongen, is niet bekend. De doodsoorzaak van zeehonden wordt in Nederland niet geregistreerd en vermoedelijk gebeuren veel verstrikkingen buiten het zicht, onder water. Maar volgens Brasseur is er wel degelijk iets aan de hand. ‘Er spoelen regelmatig onthoofde of verminkte zeehonden aan op de Nederlandse en Belgische stranden’, zegt ze.
Om de verstrikte zeehonden te helpen, hebben de drie zeehondencentra (Pieterburgen, Ecomare en A Seal) het plan voor een gezamenlijk Seal Response Team, bestaande uit dierenartsen en speciaal opgeleide en getrainde dierverzorgers. Het idee is dat zij met een boot naar de zandbanken uitvaren om de verstrikte dieren daar ter plekke te bevrijden en indien nodig medicatie toe te dienen.
Hoewel het plan al twee jaar bestaat, is het nog niet van de grond gekomen vanwege een gebrek aan financiële middelen. De apparatuur die nodig is, zoals een draagbaar anesthesieapparaat en een hydrofoon waarmee onderwatersignalen opgepikt kunnen worden, kost bij elkaar tienduizenden euro’s. De zeehondencentra zijn een crowdfundingsactie begonnen om het bedrag bij elkaar te krijgen. Tot die tijd proberen ze de apparaten te lenen bij verwante organisaties. ‘Onze wens is dat we na de zomer voor het eerst kunnen uitvaren’, zegt Venema.
Sophie Brasseur vindt het een goede zaak dat zeehondencentra melding maken van verstrikte dieren, maar is tegelijkertijd kritisch op het plan. ‘Als er tientallen zeehonden op een zandbank liggen en één verstrikt is geraakt, dan moet de hele groep worden verstoord om die ene zeehond te redden’, zegt ze. ‘De zeehonden verliezen hierdoor energie en hebben minder reserves om een pup te krijgen of om überhaupt te overleven.’
De zeehondenonderzoeker pleit ervoor om eerst goed in kaart te brengen waar de meeste verstrikkingen zich voordoen. ‘Dan kun je het probleem bij de bron aanpakken, bijvoorbeeld door te kijken of uitgespannen visnetten zodanig kunnen worden aangepast dat zeehonden minder snel verstrikt raken.’
Source: Volkskrant