Elke week bezoek ik mijn oude moeder. Wij bespreken dan wat er zoal is voorgevallen in haar leven (De oleander op het balkon staat bijna in bloei, mevrouw Siebinga van nummer 48 is verhuisd naar Exloo) en in het mijne (een watersnoodramp van bijbelse proporties die niet alleen in ons bovenhuis aanmerkelijke schade aanrichtte maar bovendien bij de onderburen de stoppenkast deed ontploffen, ja, ontplóffen, terwijl ze er juist in aan het kijken waren wat er toch aan de hand kon zijn dat al het licht was uitgevallen; het is een wonder dat er geen dooien zijn gevallen).
En dan waren er de zorgen om mijn moeders horloge. Het stond al zo’n twintig jaar stil, wat op zich niet erg was, want op je 85ste is een horloge niet meer van levensbelang, vooral niet als je een iPhone op de salontafel hebt liggen. Ze had het horloge bovendien amper gedragen, constateerde ik, want het leren bandje was nog stug en als nieuw. Maar er zat een batterijtje in, en een batterijtje kan gaan leeglopen, met de vreselijkste gevolgen; misschien nog net niet tot in de stoppenkast van de onderburen, maar toch.
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
Al weken, maanden, jaren had ik beloofd met dat horloge naar een horlogemaker te gaan, maar ja, er kwam telkens wat tussen, zie boven, tot ik, in een tóch nog verloren uurtje, de koe bij de horens vatte en ‘batterij horloge Amsterdam’ googelde.
Even later fietste ik naar de Nieuwe Nieuwstraat, een bedrieglijke naam voor wat een van de oudste straatjes van de binnenstad moet zijn. Er zat wel degelijk een horlogemaker, die beloofde zijn best te zullen doen. Het ‘klaar terwijl u wacht’ bleek een half uur te gaan duren, dat ik besloot stuk te slaan bij een filiaal van Primark om de hoek.
Ik was nog nooit in een Primark geweest, en hoop van u hetzelfde. Vijf verdiepingen danteske gruwzaamheid, vol schreeuwende, graaiende tienermeisjes, door kinderhandjes vervaardigd wegwerptextiel, stonede toeristen met uitpuilende rugzakken, huilende baby’s en aalgladde, in Axe Dark Temptation & Wild Green Mojito gemarineerde jongelui.
Toen ik na een half uur naar buiten liep, had ik alle moed opgegeven, ook wat het horloge betrof; maar dat laatste bleek mee te vallen. Het liep weer! Murw van de Primark en de watersnoodramp fietste ik naar mijn moeder.
Even later toonde ik haar de levendig ronddribbelende secondewijzer. ‘Nu kun je het horloge weer dragen!’, zei ik feestelijk. ‘Ja’, antwoordde ze. ‘Maar het bandje is zo stug...’, en ze staarde, langs de bijna bloeiende oleander, in de verte; ja misschien wel zo ver als Exloo.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant