In de dagelijkse lezersbrieven blikken lezers terug op de interviews met Dieuwertje Blok en Jaap van Dissel, en op de lintjesregen. De kans op een onderscheiding blijkt het grootst in Noord-Brabant en het kleinst in Groningen.
In het interview met Dieuwertje Blok over de amputatie van haar neus, zegt ze: ‘Een kind waaraan iets mankeert, wordt anders behandeld.’ Is dat niet juist het probleem: mensen met een zichtbare beperking worden onzichtbaar gemaakt? Zoals Dieuwertje dacht: ‘Televisie is nu wel voorbij.’
Waarom is televisie voor haar voorbij? Als ik met mijn taststok loop, ben ik ook een bezienswaardigheid. Dat komt omdat mensen met een beperking veelal onzichtbaar zijn in een maatschappij die is ingericht op mensen die ‘normaal’ (horen te) zijn.
Laat mensen met een beperking of een niet-regulier uiterlijk, zichtbaar worden op televisie, in de bioscoop, in films, boeken, op straat, et cetera. Nodig ons uit om over andere onderwerpen dan onze handicap te komen praten in talkshows. Laat ons acteren en presenteren. Gewoon. Want wij mensen met een beperking zijn geen bezienswaardigheid. Hoe zichtbaarder wij worden, hoe minder beperkt we zullen zijn alleen al omdat ‘normale’ mensen hierdoor misschien meer rekening met ons gaan houden.
Dan is het geen gunst meer als een kroeg of activiteit toegankelijk voor ons is. Dan wordt het normaal dat mensen de stoep voor hun huizen vrijhouden zodat mensen in bijvoorbeeld een rolstoel kunnen passeren.
Wat geven we kinderen mee als mensen zonder neus, zonder zicht of gehoor mét hun vele kwaliteiten, onzichtbaar blijven? Dan blijft het beeld bestaan dat je niet meetelt als je afwijkt van de norm.
Peter Bakker, syndroom van Usher, oftewel doofblind, Haarlem
Het eerste wat ik maandag zie is de kop ‘Wilders zoekt grenzen op’. En in de laatste zin van het intro staat dat ‘de andere formerende partijen zich hullen in ongemakkelijk stilzwijgen’. Had daar niet moeten staan, ongemakkelijk en gevaarlijk stilzwijgen? Want dat is het. Naar mijn idee is de krant zo veel te diplomatiek.
Jolike van Dijk, Heerhugowaard
Een verbeterde spoorverbinding tussen de Randstad en het Noorden moet nu eindelijk maar eens worden aangelegd. Maar vergeet zeker ook de Nedersaksenlijn niet die de universiteitssteden Groningen en Enschede zal verbinden. De Nedersaksenlijn mist alleen nog maar een klein stukje spoor tussen Musselkanaal en Emmen.
Bekijk de verbetering van de ontsluiting van het Noorden ook eens vanuit het oosten, in plaats van altijd maar vanuit die Randstad.
Kees de Jong, Utrecht
Prachtig hoe Sander Schimmelpenninck het begrip ‘crisis’ benadert. Hoe zwaar wil je iets maken? Je vraagt je zelfs af of je bij de val van Rutte IV nog wel over een kabinetscrisis moet praten. Zullen we dat in het licht van Uri Rosenthals definitie maar vervangen door een ‘kabinetsprobleem’? Bij de formatie kunnen we zo langzamerhand wel spreken over een ‘formatiecrisis’.
Walter van der Vorst, Alphen aan den Rijn
Mira de Vries pleit voor een kinderverbod bij demonstraties. ‘Zij kunnen nog geen eigen mening hebben over complexe politieke zaken en ze zijn onvoldoende handelingsbekwaam om te beslissen over de risico’s die het bijwonen van demonstraties met zich meebrengt.’ Volgens eenzelfde argumentatie zou je kinderen ook niet mee moet nemen naar kerk, synagoge of moskee.
Bo de Lange, Hilversum
Dit jaar werden voor Koningsdag tijdens de lintjesregen
3.372 inwoners verrast met een decoratie. Al jaren heb ik het idee dat er ergens in het voordracht- en beoordelingstraject iets vreemds gebeurt. Ik kan mij niet voorstellen dat er maar één op de ruim vijfduizend Nederlanders zich maatschappelijk zo heeft onderscheiden dat hij of zij een lintje verdient. Dat moeten er toch veel meer zijn, kijk maar eens om je heen.
Je zou ook verwachten dat die lintjesbui een beetje gelijkmatig verdeeld over het land losbarst. Maar nee, hoor. De minste kans op een onderscheiding, 1 op 7.894, maak je in Groningen (600 duizend inwoners, 76 lintjes). De meeste, 1 op 4.151, in Noord-Brabant
(2,6 miljoen inwoners, 636 lintjes). Wat ook opvalt: de drie zuidelijke provincies scoren het best: Limburg, 1 op 4.346 en Zeeland,
1 op 4.382.
Die verschillen geven duidelijk aan dat er iets niet klopt. Tijd voor een aanpassing. En schaf dan meteen dat vreemde ‘lid-ridder-officier’-verschil af.
Rob Dijksman, Hulsberg
Dat de politiek een echte slangenkuil is, wordt eens te meer duidelijk uit het relaas van Soumaya Sahla die uit de VVD is gezet. Blijkbaar was een beetje gesis van de leider van de PVV genoeg.
Arend Hart, Phitsanulok, Thailand
Als je kwaad wil, kun je aan het interview met voormalig OMT-baas en ‘mister coronacrisis’ Jaap van Dissel je hart ophalen. Het citaat ‘Zet twee wetenschappers bij elkaar en je hebt drie meningen’, is natuurlijk een dooddoener. Wetenschap als een mening? Neen toch?
Ongetwijfeld is wat Van Dissel bedoelt iets anders: namelijk dat wetenschappers het met elkaar oneens kunnen zijn, simpelweg omdat de wetenschap vaak geen eenduidige en volledige antwoorden heeft. Dit drijft wetenschappelijk onderzoek, de ene wetenschapper neigt naar de ene hypothese, de andere naar een andere. Verhitte discussies en onderzoek brengen ons als wetenschappers vervolgens een stapje verder, als de ene of de andere hypothese kan worden weerlegd.
Dit heeft echter niets met ‘meningen’ te maken, vandaar dat het citaat zo ongelukkig is. Maar het interview met Van Dissel legt de vinger wel op de zere plek: namelijk dat de politiek wetenschappers vaak gebruikt als dekmantel voor haar handelen. Het Outbreak Management Team (OMT) werd naar voren geschoven om de verantwoordelijkheid voor moeilijke politieke keuzes (bijvoorbeeld wel of niet een lockdown) in de schoenen van de wetenschap te schuiven.
En dit zijn beleidskeuzes die evident politiek zijn: hoe weeg je verschillende maatschappelijke belangen tegen elkaar af? Bijvoorbeeld bij een lockdown, de kans op infectie versus sociaal isolement. En over die afweging kun je een mening hebben, ook wetenschappers.
Arnoud Boot, hoogleraar economie aan de UvA.
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.
Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant