Een jaar geleden zat Arnout Jaspers, schrijver van het leugenachtige boek De Stikstoffuik, bij praatprogramma Vandaag Inside. Hij kreeg van presentator Wilfred Genee de vraag of we nu wel of niet een probleem hadden met stikstof. Nou, dat we een probleem hadden met stikstof wilde Jaspers schoorvoetend nog wel toegeven, ‘maar géén crisis!’. Die crisis hebben we aan onszelf te danken, we konden ook gewoon de normen wat bijstellen, dan was er niet zoveel meer aan de hand, aldus Jaspers.
Hij is een van de quasi-salonfähige ‘experts’ uit het penopauzale ploegje rond Syp Wynia. De oud-Elsevierman geeft niet alleen boekjes uit van radicaal-rechtse opiniemakers als Wierd Duk of Roderick Veelo, maar ook van zich als expert vermommende mannen van een zekere leeftijd. Denk naast de genoemde Jaspers aan ‘immigratie-experts’ Jan van de Beek en Jan Latten, of ‘klimaatexpert’ Lucas Bergkamp. Hun daadwerkelijke expertise varieert nogal, om het vriendelijk te zeggen, maar ze vinden elkaar in hun kneiterrechtse ideeën en behoefte de publieke opinie te bespelen. Het zijn zonder uitzondering fanatieke twitteraars, die zich ook agressief uitspreken over zaken die niets te maken hebben met hun vermeende kennisgebied – ‘woke’.
Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.
Onnozele mediaredacties zijn nog steeds onder de indruk van senioriteit, en Wynia’s vossen verschijnen dan ook regelmatig op televisie, waar er overigens zelden iets van overblijft, zoals afgelopen week Jan van de Beek bij Op1. Hun deskundigheid is net zo kundig als desinformatie informatie is, maar dat maakt weinig uit; twijfel zaaien is genoeg. Zo vormen de heertjes een onderschat deel van het radicaal-rechtse ecosysteem, waarin de hitleriaanse speech van Eva Vlaardingerbroek of het zogenaamd ‘milde’ omvolkingsverhaal van Wilders in Hongarije deze week vanzelfsprekend meer aandacht trekken.
Dat gezegd hebbende heeft Jaspers wel gelijk over het woord crisis, zij het onbedoeld. Men heeft ooit Uri Rosenthal gevraagd het woord crisis te definiëren, vroeger kon je dat soort dingen nog aan VVD’ers vragen, en die kwam met ‘een gebeurtenis die diep ingrijpt in het functioneren van een organisatie of een sociaal systeem en waarbij in onzekerheid en onder tijdsdruk diepingrijpende beslissingen genomen moeten worden’. In die definitie komt de crisis opeens, onverwacht, en zou daarmee ook iets tijdelijks moeten zijn.
Corona was duidelijk zo’n crisis, maar vele andere zaken die we nu een crisis noemen zijn dat evident niet. Stikstof, de huizenmarkt en zelfs klimaatverandering; het zijn allemaal problemen die we zelf hebben gecreëerd door feiten te negeren en verstandig beleid uit te stellen, onder druk van financiële belangen en uit angst voor het electoraat. Problemen die zich verergeren, van kwaad tot erger, waardoor de situatie steeds acuter wordt; zeker in het geval van klimaatverandering kan spreken van een noodsituatie. Maar crises zijn het niet. De glijdende schaal van verergering maakt dat genoemde problemen ook niet opeens over zijn, zoals crises, maar er langdurige inspanningen nodig zijn om het tij te keren. En dan nog zal de weg omhoog óók geleidelijk zijn.
De rekening voor de vrije omgang met het woord crisis krijgen we nu gepresenteerd door formerend bruinrechts, dat een asielcrisis wil uitroepen, omdat men ergens heeft gehoord dat je je dan opeens niet meer aan internationale verdragen zou hoeven te houden. De kwalificatie crisis bewijst zich daarmee maar weer eens als een zwaktebod, een term om lafheid mee te verhullen, of om de gebruiker van dat woord anti-rechtsstatelijke opties te geven. Het woord crisis leidt vrijwel altijd af van het ware probleem (geen crisis!): politiek onvermogen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant