Aan de demonstraties tegen Israëlisch geweld aan Amerikaanse universiteiten is te zien hoe de polarisatie alle redelijkheid uit een debat kan drijven. Incidenten besmeuren de gerechtvaardigde demonstraties.
Het zou zo simpel moeten zijn. Er gebeurt iets in de wereld, er zijn mensen die vinden dat dat niet zou moeten gebeuren, en die daar dan tegen demonstreren en hun directe omgeving zo proberen te beïnvloeden dat het ophoudt, of minder gebeurt. En naar wie dan wel of niet wordt geluisterd, of een beetje.
Maar zo werkt het niet als het om Israël gaat, en al helemaal niet als de demonstraties aan Amerikaanse universiteiten plaatsvinden. Als ergens te zien is hoe de polarisatie alle redelijkheid uit een debat kan drijven, is het daar.
Amerikaanse studenten die ageren tegen het Israëlische geweld in de Gazastrook willen dat hun universiteiten niet meer investeren in bedrijven die banden hebben met Israël, of in (militaire) bedrijven die de oorlog faciliteren. Dat gaat gepaard met demonstraties en tentenkampen. Normaal gesproken zou dat leiden tot gesprekken met de universiteitsbesturen, en eventueel onderhandelingen. Nu leidt dat van New York tot Texas tot harde ontruimingen en arrestaties. Er is feitelijk geen plek voor dit soort protesten.
Het eerste probleem is dat dergelijke pro-Palestijnse protesten (waaraan ook Joodse studenten deelnemen) abjecte ‘medestanders’ aantrekken, die een protest tegen Israël aangrijpen voor antisemitische haat en spreekkoren. Ook al zijn het incidenten en ook al vinden deze incidenten deels buiten de campus plaats, ze besmeuren ook de gerechtvaardigde demonstraties.
Het tweede probleem is dat deze incidenten door rechtse provocateurs worden aangegrepen om de hele pro-Palestijnse beweging als antisemitisch weg te zetten. Daarmee wordt een politiek protest gereduceerd tot een absoluut kwaad, waarnaar niet meer hoeft te worden geluisterd.
Aan beide extremistische zijden wordt Israël gelijkgesteld aan het Joodse volk. Aan de ene kant leidt dat tot daadwerkelijk antisemitisme, aan de andere kant tot onterechte beschuldigingen van antisemitisme.
In die dynamiek is geen middenweg begaanbaar. Voorzitter Minouche Shafik van de Columbia-universiteit probeerde zich voor een commissie in het Huis van Afgevaardigden expliciet te distantiëren van de antisemitische excessen die rond de protesten plaatsvonden. Maar in haar ijver liet ze een tentenkamp ontruimen met demonstrerende studenten die wel redelijk waren. De Senaat van de universiteit stelt een onderzoek in naar haar harde optreden. Nu ze min of meer tot inkeer is gekomen, zijn het juist Republikeinen die vinden dat ze niet hard genoeg optreedt.
Dit heeft ook politieke consequenties. Voor Republikeinen is de situatie ideaal: universiteiten, toch al doelwit van populistische retoriek, kunnen zo worden weggezet als broeinesten van een absoluut kwaad. Voor Democraten, die ook een Joodse achterban hebben, is de situatie penibel: elk (te) harde optreden tegen de demonstranten jaagt meer (jonge) kiezers weg uit het politieke midden. Polarisatie helpt altijd de partij die het meest extreem is.
Ook in Nederland wordt de retoriek door sommigen overgenomen. Ja, er zijn meer antisemitische incidenten, maar het antisemitisme-etiket wordt wel erg gretig op pro-Palestijnse protesten geplakt. Het is te hopen dat we hier wel redelijk kunnen blijven.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant