Al dagen van tevoren hadden mijn dochters de spullen die ze op Koningsdag wilden verkopen klaargezet. Er was een tas vol rubberen laarzen die ze niet meer passen; een tas met prinsessenjurken die ze nooit meer aandoen; nog een tas met prinsessenjurken die ze nooit meer aandoen; een tas vol Penny’s, Bixie & Friends en nog meer boeken en tijdschriften over paarden; nog een tas – maar dit was zo’n grote, robuuste tas van de Aldi – vol Penny’s, Bixie & Friends en nog meer boeken en tijdschriften over paarden; een rotan poppenwagen met daarin een naakte babypop; een rieten strandhoed en een knuffelpaard.
We reden richting het oosten, waar we bij familie Koningsdag gingen vieren en al dit spul in Deventer of Twello zouden verkopen. Zelfs als we alles zouden verkopen zou de opbrengst van deze shit (want laten we wel wezen, het is – uiteindelijk – allemaal shit) bij lange na niet opwegen tegen de extra brandstofkosten door gewicht van voornoemde shit – maar daar gaat het natuurlijk niet om. Het gaat erom dat je kinderen plezier hebben door iets te verkopen en ze op die manier ook een gevoel van zelfbeschikking krijgen.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Dat kregen ze niet, want in zowel Deventer als Twello was er geen plekje meer beschikbaar. We hadden via een website een plek moeten reserveren en dat niet gedaan, want niemand vertelt ons ooit iets.
In plaats van te verkopen gingen mijn dochters maar kopen. We struinden over een marktje waar alle kinderen op elkaar leken en alle spullen die verkocht werden op elkaar leken. Ik raakte mijn dochters kwijt, om ze uiteindelijk terug te vinden met ieder een zak snoep in de handen. We lieten de markt achter ons en reden naar de oever van de IJssel om daar opnieuw ons geluk te beproeven. De zwaarste tas met Penny’s en Bixie & Friends werd uit de auto geladen, evenals de poppenwagen met pop, de strandhoed en het knuffelpaard. Na een lange tocht over een grote parkeerplaats en een grasveld werd het geheel uitgestald op een plekje waar niemand iets zou kopen.
Een paar uur later keerden we weer huiswaarts, de auto volgeladen met een tas vol rubberen laarzen die ze niet meer pasten; een tas met prinsessenjurken die ze nooit meer aandoen; nog een tas met prinssesjurken die ze nooit meer aandoen; een tas vol Penny’s, Bixie & Friends en nog meer boeken en tijdschriften over paarden; nog een tas, van de Aldi, vol Penny’s, Bixie & Friends en nog meer boeken en tijdschriften over paarden; een rotan poppenwagen met daarin een naakte babypop; een rieten strandhoed en een paardenknuffel. Plus: een nieuw paar oorbellen; een horrorhandtas die kan praten en ogen heeft die knipperen en een winterjas met patroon van pauwenveren. En een hangmat voor de poes, waar we eigenlijk geen plek voor hebben. Lang leve de Koning.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant