Ze is al meer dan twintig jaar getrouwd, maar sinds een half jaar houdt Inge ook van een ander. Haar verhouding met de dertig jaar oudere hondenfokker wordt steeds roekelozer, maar één ding weet ze zeker: haar man zal ze nooit verlaten.
‘Ik dacht altijd dat ik gelukkig was. Mijn man is medisch specialist, we hebben een mooi huis, een actief seksleven en een zoon. We gaan graag samen naar musea en drinken wijn bij de open haard. Maar ik geloof dat ik sinds een half jaar een verhouding heb. Het woord komt nog wat onwennig over mijn lippen, ik spreek het uit met tegenzin, gêne en verwondering. De man op wie ik verliefd ben is dertig jaar ouder dan ik en een hondenfokker. Hij heeft iets jongensachtigs en rauws.
‘De eerste keer dat ik hem ontmoette was bij een hondenshow met mijn bordercollie, waar hij de grote organisator was die iedereen kende. Ik vond hem nogal onbehouwen, het type man dat een deur dichtslaat zonder op te letten of er achter hem iemand loopt die ook naar binnen wil. Toch voelde ik me aangetrokken op een manier die onmiddellijk en waanzinnig was. Hij was zo duidelijk niet bezig met hoe anderen over hem denken, hoe ik over hem dacht. Onwillekeurig maakte ik een vergelijking met mijn eigen man, die ondanks zijn medische carrière mentaal altijd op me heeft geleund. Hij is als een sonar, zendt voortdurend hulpsignalen uit in de hoop door mij in het zadel te worden gehouden.
‘De hondenman en ik kwamen uit twee aparte werelden en generaties. Na die eerste keer ontmoetten we elkaar een tweede en derde keer. Zijn snelle, droge kus op de parkeerplaats was zowel onverwacht als onvermijdelijk. En niet veel later bij hem thuis, waar hij mij had uitgenodigd om naar de puppy’s te komen kijken, maakte hij schaamteloze opmerkingen over mijn borsten en deed zich al snel tegoed – een ander woord is er niet voor – aan mijn lichaam.
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
‘Ik ben al langer dan twintig jaar getrouwd, heb nooit naar een andere man getaald, maar gleed in deze affaire zonder me schuldig te voelen. Dat is misschien nog het vreemdst, dat ik mezelf op een heel nieuwe manier heb leren kennen. Hij heeft handen met brede nagels en gehavende nagelriemen. Hij keek me aan met onomwonden begeerte en ik voelde me zo licht. Alsof dat mooie huis, die man thuis, al die vrienden, tot aan de fraaie planten in de tuin aan toe, alles, alles wat ik om me heen had verzameld in twintig jaar, niet alleen geluk was, maar ook een last, een verantwoordelijkheid.
‘Het was altijd mijn taak geweest mijn man te steunen, wanneer hij in de put zat, trok ik hem eruit. Als ik overstuur was, was hij nog meer overstuur. Regelmatig gaat hij in zijn eentje naar congressen en symposia maar als ik voor mijn werk eens naar het buitenland ga, wil hij gezellig mee. De hondenfokker had die bevestiging niet nodig. In zijn gezicht zaten diepe groeven die ik uitlegde als metafoor voor zijn autonomie, zijn twinkelende ogen vertelden een verhaal van lust en superioriteit waarbij ik me kon ontspannen.
‘In een leeg café hadden we gesprekken over zijn jeugd en de relatie met zijn vader, tegen diens wil was hij niet gaan studeren, maar had hij er met zijn koppige, harde hoofd voor gekozen fokker te worden. Op een dag keek hij me vertwijfeld aan en zei ineens serieus: Wat gebeurt er nu eigenlijk tussen ons? Vanaf dat moment ging het snel. Hij nam grote risico’s door me bij hem thuis uit te nodigen als zijn vrouw er niet was. Mijn man wist dat ik hem opzocht, maar ging ervan uit dat ik dit om professionele redenen deed – of misschien maakte hij zichzelf dat wijs. En maakt hij zich dat nog steeds wijs.
‘Eén, twee keer per week zien de fokker en ik elkaar. Hij is ruw, onverzadigbaar. Hij duwt me achterover op de keukentafel, stroopt mijn jeans af, legt zijn handen op mijn dijen en zuigt zich met zijn mond vast tussen mijn benen. Ik raak steeds verder verwikkeld in zijn wereld, waar zijn vrienden en collega’s hardop over ons speculeren. Zijn huwelijk is sinds een half jaar gesneuveld, zijn vrouw dreigde hun boerderij in de fik te steken, met alle honden erbij. Hij is vrij. Maar ik zal mijn man nooit verlaten – en dat weet hij.
‘Het gaat snel, naast onze ontmoetingen zijn we steeds vaker samen te zien bij evenementen en kynologenclubs, we worden sinds kort als stel uitgenodigd op etentjes. Dit weekend bijvoorbeeld hebben we zaterdag een hondenevent, en zondag een diner met een man en een vrouw. Ik heb nog geprobeerd om daar onderuit te komen, want ik voel me er ongemakkelijk bij. Maar de tafel was al gereserveerd en die mensen zijn belangrijk voor hem.
‘Als iemand hem zou vragen wat er tussen ons speelt, zal hij guitig glimlachen en zeggen: ‘Niks, wat zou ik met haar moeten?’ Maar hoelang houden we dit vol? Naast elkaar op een tribune, kruipt mijn hand naar zijn mouw en knijpt hij even in mijn vingers. Het is als een veenbrand. Sinds zijn vrouw weg is, is hij steeds roekelozer. Ik heb een dubbelleven. Toch voel ik ’s avonds als ik terugkom in het huis met mijn zoon en man geen enkele schroom, ik hoef niet te schakelen, want de twee levens completeren elkaar als een linker- en een rechterhandschoen.
‘Intussen lijken de aanrakingen van de hondenfokker te veranderen, het is alsof er meer zachtheid verborgen gaat onder zijn gretigheid. Ik lig in zijn bed. Met mijn mond tegen zijn hals. Hij zegt: kom toch bij me wonen. Ik weet tegelijk wel en niet hoe dit gaat aflopen. We racen in steeds groter tempo af op een climax, een explosie, maar één ding weet ik zeker: mijn gezin zal ik nooit verlaten. Mijn man zal mijn vertrek niet overleven, en in zijn ongeluk zal hij onze zoon meeslepen.
Mijn man is liever blind voor wat zich onder zijn ogen afspeelt dan dat hij zijn demonen de baas wordt. De hondenfokker zal zich erbij neerleggen dat ik nooit zijn vrouw word, hij zal er andere vrouwen naast nemen, we zullen afstand nemen, het misschien uitmaken. Maar dan zal alles weer opnieuw beginnen. Ik heb hem weleens eerder gezegd, vlak voor zijn huwelijk stukliep: laat me toch gaan. Nooit, antwoordde hij. En wat mezelf betreft: ik hou van hem, vanaf het eerste moment dat ik hem zag. Ik kan het niet helpen.’
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Inge gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Ook voor komende zomer zijn we op zoek naar lezers die ons willen vertellen over hun vakantieliefde – alles tussen een kleine flirt, een fling en een grote liefde – van lang of korter geleden. Ook wanneer jullie niet meer bij elkaar zijn. We willen ook de lovers in kwestie aan het woord laten; zo nodig gaan we samen op zoek. Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant