Home

Karate, Schotland en country: Helen Fields gebruikt ze allemaal voor haar thrillers

Ze werkte al jaren als advocaat, toen Helen Fields besloot haar jeugddroom na te jagen. Ze begon te schrijven en hield niet meer op. Van haar thrillers zijn inmiddels wereldwijd ruim 1 miljoen exemplaren verkocht. Wat inspireert haar zoal?

Even is er paniek in de tent. Helen Fields (55) is haar portefeuille kwijt, met alles erin. Pasjes, paspoort, cash, dat wil je niet op een tripje in Amsterdam. Maar wacht. ‘Ik ben heel goed in tijden van crisis’, zegt ze bezwerend. ‘Dat moet je ook wel zijn met drie kinderen. Altijd wat.’

Echtgenoot David is de hele boel aan het blokkeren, weet ze. En dus kan het interview gewoon doorgaan, hoor. Je overweegt dan toch om Ava Turner en Luc Callanach op de zaak te zetten, het Schotse speurduo uit de langlopende thrillerreeks van Fields. Maar dat grapmoment laat je voorbijgaan als ze met een open gezicht op de sofa plaatsneemt, zo van: kom maar op met je vragen.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten. 

We spreken hier met een advocaat die schrijver werd. Na een studie rechten en ruim een decennium aan de Londense balie, ging Fields voor de sprong in het diepe. ‘Vanaf het moment dat ik kon lezen schreef ik al mijn eigen schriftjes vol met verhaaltjes. Daar kwam een einde aan door mijn studie rechten. Ik werd advocaat, ik vond het een fijne baan, maar er was ook veel druk en stress en heel veel lange dagen. We kregen kinderen, en die wilde ik vaker zien.’

Cadeautje

Dus ze had een serieus gesprek met man David, die een filmproductiebedrijf heeft, en hij zei: je bent er mentaal vaak niet bij. ‘Hij had gelijk, maar ik wilde niet stoppen met werken. We gingen op vakantie naar Portugal en we stonden in het zwembad. Hij vroeg: ‘Wat zou je nu écht willen doen?’ Ik antwoordde dat ik altijd de ambitie had gehad om schrijver te worden. En hij zei: ‘Nou, hier is een cadeautje. Je krijgt zes maanden de tijd. Je hoeft geen geld te verdienen, naar je baan te gaan, geen huishouden... maar je moet wel heel hard gaan schrijven. Iedere dag achter je computer, en zien of je een boek kunt voltooien. Ik hield het op tweeduizend woorden per dag.’

Ze kende geen angst. ‘Voor mij is de wereld van de politie, juridische zaken en gevangenissen gesneden koek. Thrillers zijn een populair, maar ingewikkeld genre. Ik zeg altijd: het is niet zozeer de misdaad als wel je eigen toon die het boek maakt. Daar ligt de sleutel. Authentiek in je aanpak willen zijn. Je moet met je toon de lezers zo zien te prikkelen dat ze denken: van haar wil ik nóg wel wat lezen.’

Helen Fields debuteerde in 2016 met Perfect Remains (het eerste boek uit de zevendelige Callanach-reeks, vertaald als Perfecte resten), en inmiddels zijn we negen titels en wereldwijd ruim één miljoen verkochte exemplaren verder, waarvan in Nederland 150 duizend in vertaling. In juni verschijnt haar nieuwste thriller in vertaling: De kliniek, waarin forensisch psycholoog dr. Connie Woolwine achter een maniakale moordenaar aan moet.

Maar dan lopen we op de zaken vooruit.

Favoriet decor: Schotland

‘Ik heb er nooit gewoond, maar al bij mijn eerste bezoek werd ik verliefd op Schotland. Zoiets gebeurt maar een paar keer in je leven. Je gaat naar een nieuw land of een nieuwe stad en je bemerkt onmiddellijk de sensatie van: dit voelt als thuiskomen. Dat is wat mij overkwam toen ik Edinburgh bezocht, maar daar bleef het niet bij. Het is de diversiteit. Je kunt naar die enorme gothicsteden gaan, maar ook naar de bergen en de Highlands. En dan hebben ze ook nog veel mooie kleine eilanden.

Schotland draagt de geschiedenis met zich mee. ‘Bij de Schot zit dat gewoon in zijn binnenzak, ze lopen ermee rond. En ze zijn er trots op. Ik denk dat als je gaat schrijven je een plek moet beschrijven die je in vuur en vlam zet. Daarom heb ik de lotgevallen van Ava Turner en Luc Callanach in Edinburgh gesitueerd.’

De Schotten zijn nog steeds bezig met hun onafhankelijkheid. Zij begrijpt dat wel. ‘Niemand anders dan de Schotten zelf zouden daarover mogen beslissen. Schotland wil autonomie. Geef ze die. Het betekent heus niet dat ze zullen afdrijven van ons eiland. Je moet het in de context zien van duizenden jaren geschiedenis. Zij zijn Kelten. Dat is een heel andere cultuur dan die van de Britten. Ze zijn onverschrokkener, zitten vol passie, en hebben een sterk zelfbewustzijn. In vele opzichten horen ze eigenlijk helemaal niet bij het Verenigd Koninkrijk.’

Fields vermoedt dat veel Schotten denken dat ze zelf Schots is. ‘Het is vooral een kwestie van onderzoek. Als ik over een bepaalde straat in Edinburgh schrijf, of over een bepaald pand, dan ben ik daar geweest. Als er een scène in een pub speelt, dan heb ik daar zelf wat gedronken. Hetzelfde geldt voor een eiland of een kasteel: ik ben er geweest. Dus niet alleen maar op Google zoeken, of het bij elkaar verzinnen.’

De taal, dat is een ander verhaal. ‘Het onnavolgbare Schotse idiolect beheers ik niet, nee. Gaelic of andere Keltische talen zijn haast onmogelijk aan te leren, dus dat stop ik niet vaak in de boeken. Dan zou het lijken op culturele toe-eigening, vol missers. Nu is dat niet het geval. Als je van Schotland houdt, je betrokken voelt bij Schotland en het land in zekere zin promoot, dan hebben de Schotten daar geen enkele moeite mee. Dan ben je meer dan welkom.’

Jeugdboek: De Hobbit, J.R.R. Tolkien

‘Daaraan bewaar ik goede jeugdherinneringen. Mijn vader – die werkte voor het ministerie van Defensie, en namens de Britten allerlei ultrageheime zaken deed met de Canadezen en Amerikanen – nam het voor me mee. Het is het enige boek dat hij ooit aan mij heeft voorgelezen, dus dat blijft je voor altijd bij.

Tolkien heeft nogal een intellectuele stijl voor iemand die fantasy schrijft. Zijn wereld is zo complex en compleet, met al die figuurtjes als hoofdpersoon Bilbo Baggings en tovenaar Gandalf. Je moet jezelf als lezer toestaan om in die wonderlijke wereld mee te gaan. Sommige van de scènes tijdens de queeste van Bilbo zijn zelfs bizar.

Je proeft dat Tolkien een soort mad genius was, een gek geworden genie. Iemand die zó opgaat in zijn eigen verhalen, en een hele elfentaal ontwikkelt, het Sindarijns. Obsessief gewoon. Maar dat maakt het juist zo bijzonder. Het eerste deel verscheen in 1937, en het gaat nog steeds mee. Het boek is bedoeld voor kinderen, maar het is niet kinderlijk. Er zit een boel verhuld commentaar in op het menselijk tekort. Maar dat zie je pas als je het als volwassene herleest.

Ik was ook wel te spreken over Peter Jackson die de hele The Lord of the Rings-reeks en The Hobbit in delen heeft verfilmd. Ik denk dat we milder voor regisseurs en scenaristen zouden moeten zijn. Ik hou er niet van als mensen zeggen: ‘Ja maar, hij heeft dit sleutelelement helemaal verkeerd begrepen.’ Peter Jackson heeft heel hard gewerkt om een gepassioneerde hervertelling neer te zetten, met een geweldige cast en prachtige locaties. Maar het is een feit dat iedere verfilming afwijkt van het oorspronkelijke boek. Dat kan ook niet anders, en het zou geen probleem hoeven te zijn. Het zijn twee aparte dingen: boek en film.’

Film: Coda, Sian Heder (2021)

‘Ik volg uiteenlopende filmgenres. Het epische van Peter Jackson is mooi om naar te kijken, maar ik hou ook van vrolijke romcoms, of de zogeheten auteursfilms. Maar dan wel op voorwaarde dat ze iets nieuws toevoegen, zoals Get Out van Jordan Peele. Hij heeft het genre van de psychologische horror op heel slimme wijze opnieuw uitgevonden. Get Out is de Rosemary’s Baby van onze tijd.

Een van mijn meer recente favorieten is Coda van Sian Heder uit 2021. Coda staat voor: child of deaf adults, en dat meisje Ruby Rossi wil de muziekwereld in. Maar thuis willen ze haar niet laten gaan, want ze is nodig op het visserijbedrijf van haar dove ouders.

Klein gegeven, maar heel goed gedaan. De makers kiezen een moment in de tijd en schetsen een tragedie, zonder er maar op door en door te gaan. Als ik dit als nieuw boek zou voorstellen, zou mijn uitgever zeggen: daar kun je onmogelijk 95 duizend woorden mee vullen, maar in de film lukt het – op een heel bijzondere en opwindende manier. Van begin tot eind houdt het verhaal je aandacht vast. Heel goed geschreven, voorbeeldige storytelling. Een verhaal met een hart.’

Muziekgenre: Country

‘Toen ik klein was speelde ik een beetje piano. Ik probeerde ook de fagot. En ik moet je bekennen dat ik tot mijn 20ste operalessen volgde. Dat was een droom van mij. Ik deed mee aan concoursen en theatershows, maar meestal als figurant hoor. Mijn vader was een echte jazz cat. Dus ik ben opgegroeid met Ella Fitzgerald en Nat King Cole.

Nu, als ik schrijf aan een boek, zet ik graag americana op, countrymuziek. De outlaws, Johnny Cash, Kris Kristofferson, Willie Nelson, Waylon Jennings. De complete Highwaymen, die country-supergroep. En John Fogerty en zijn Creedence Clearwater Revival. Ze maken een boel herrie, maar daar kan ik wel op schrijven. Dat lukt me niet met klassieke muziek. Wat gek is, want veel schrijvers doen dat juist wel. Zij draaien instrumentale muziek, zodat ze niet worden afgeleid door de teksten. Bij country heb ik daar geen last van. Ik ken die liedjes al, ik word er niet door afgeleid.

En Dolly Parton natuurlijk. Met name haar oudere werk. Er was een tv-serie waarin haar liedjes tot korte verhalen werden omgetoverd, dat was heel goed bedacht. Ik wil graag een keer naar haar pretpark Dollywood. Ik hoor dat ze daar een oude tourbus hebben staan waarin je een nacht kunt verblijven, voor het on the road again-gevoel. Kost wel minimaal 10 duizend dollar. Die Dolly. Je kunt onmogelijk niet van haar houden. Dan zegt ze dingen als: ‘Weet je wel hoeveel centjes het kost, schatje, om er zo goedkoop uit te zien als ik?’ Kostelijk, toch?’

Natuur: Yosemite National Park

‘We hebben een tijd in Californië gewoond, en een bezoek aan Yosemite was vaste prik. Een overweldigend natuurgebied, met dat enorme ecosysteem kun je het vergelijken met een metropool. Bomen zo hoog als wolkenkrabbers, en dan weer heel kleine wijkjes tussen de struiken. Diverser zul je het niet snel vinden. Recentelijk zijn er bosbranden geweest, tragisch, maar de natuur kwam sterk terug. Al na een paar maanden zag je onder de geblakerde vlakten het groen weer verschijnen. De natuur staat nooit stil. Is dat niet prachtig? In Yosemite kun je je klein voelen, net als in de hooglanden van Schotland. Je krijgt er een begrip van schaal, een begrip over niet meer dan een minuscuul stipje zijn in het universum. Ik hou daarvan. Ik heb dezelfde sensatie in de woestijnen van Amerika, of de fjorden van Noorwegen.’

Onvervuld verlangen: Belize

‘In een opwelling hebben we een stuk strand gekocht in Belize, het voormalige Brits-Honduras. Let wel: zonder het vooraf met eigen ogen te hebben gezien. Dat was net voor covid, en de bedoeling was dat we er een huis zouden laten bouwen. Romantisch, niet? Door de pandemie hebben we het hele plan maar opgegeven, en zijn we in het Verenigd Koninkrijk gaan wonen. Uiteindelijk zijn we wel in Belize gaan kijken, maar inmiddels rezen de bouwkosten de pan uit, en was het er behoorlijk gevaarlijk geworden. Onlangs werd de politiecommissaris er nog vermoord. Dat wil je je kinderen allemaal niet aandoen. Nu wonen we tevreden in het slaapdorpje Arundel Castle, aan de zuidkust van Engeland. De hertog van Norfolk woont er ook, haha. Het is er een soort ansichtkaart uit de tuttige Britse jaren vijftig. Dat zal vast niet zo blijven, maar voor nu is het er prima toeven.’

Vrije tijd: Karate

‘Ik vraag mijn kinderen nooit iets te doen wat ik zelf niet zou durven. Dus moet ik mee – naar pretparken met windtunnels enzo, dan ga je finaal over de kop. Ik wilde ook dat ze karate gingen leren: de sport maakt je mentaal sterker. Dus daar moest ik zelf dan ook op, ik was midden 40. Ik haalde niet de zwarte band, maar ik ging wel een paar levels omhoog. Zo had ik iets gevonden dat ik echt heel leuk vond, en mijn kinderen ook. Als iemand ons slaat, slaan we net zo hard terug, maar dan met meer precisie. En beter nog: karate hielp mij ook bij het schrijven van gevechtsscènes. Daar gaat het om de details.

Zij: ‘Geef je duim eens...’

Huh?

Zij: ‘Ik zal het niet echt doen, maar als ik onder je nagelriem ga, geeft dat een heel gemene elektrische schok. Die kennis kun je zo gebruiken in je verhalen.’

Aanbevolen: Collega-thrillerschrijvers

‘Ik waak ervoor andermans thrillers te lezen als ik zelf aan het schrijven ben. Voor je het weet neem je onbewust iets over. Maar ik heb wel twee tips voor je: om te beginnen Christopher Brookmyre, een Schot, hij woont in Glasgow. Zijn boeken waren voor mij de voornaamste reden om zelf te beginnen. Hij schrijft duistere, maar geestige misdaadromans, en hij geeft je iets heel bijzonders mee. Je zit er keihard bij te lachen, maar het gaat niet ten koste van de suspense. Het draait allemaal om de onderzoeksjournalist Jack Parlabane die in Edinburgh de krankzinnigste zaken oplost. Eerst bewonderde ik zijn werk, en later leerde ik Chris zelf kennen. Dan ben ik toch een soort fangirl, pijnlijk genoeg.

Nummer twee is de Brit Mark Billingham. Voorheen was hij stand-upcomedian en acteur, en ook hij begrijpt dat de truc van crime is dat je voldoende ups en downs moet hebben, veel wisselende stemmingen, dus. Je kunt niet permanent spanning en actie hebben, tenzij het Mission Impossible is. Hij voegt drama, horror, suspense en een vleugje comedy samen, en dat vraagt om een goed gevoel voor timing. Anders gaat dat ten koste van de geloofwaardigheid van je personages. Hij heeft een langlopende reeks over inspecteur Tom Thorne, gesitueerd in Londen. Ik kan je beide auteurs van harte aanbevelen.’

Cv Helen Fields

1969 Geboren in de plaats Romsey, Hampshire District, Engeland. 

Studeerde rechten aan de universiteit van East Anglia in Norwich en de Inns of Court School of Law in Londen.

2002-2015 Werkt als advocaat in Londen.

2016 Debuteert als thrillerschrijver met Perfecte resten. De reeks rond het inspecteursduo Luc Callanach en Ava Turner telt inmiddels zeven delen. Wereldwijd werden inmiddels ruim een miljoen exemplaren verkocht.

2021 Creëert een nieuwe serie rond forensisch psycholoog dr. Connie Woolwine. Over deze hoofdpersoon verschenen Schaduwman (2021) en, binnenkort ook in vertaling, De kliniek.

Helen Fields woont met haar man Dave, drie kinderen en twee honden in Arundel Caste aan de kust van Zuid-Engeland.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next