Hoe hoort het en wat spreken we af? In deze onregelmatig verschijnende serie doen verschillende auteurs een voorzet voor nieuwe etiquetteregels op veelal onontgonnen terreinen. Filosoof Lena Bril geeft 45 suggesties voor een behulpzame omgang met rouw.
Ik was 17 jaar toen mijn vader op een hete aprildag stierf. De volgende ochtend liep ik hand in hand met mijn zusje naar school. Wat me bijstaat van die schooldag: het tl-licht in de gangen. De geur van gymschoenen in mijn kluisje. De wiskundeleraar die me de wind van voren gaf omdat ik mijn huiswerk niet had gemaakt. Maar bovenal herinner ik me de priemende blikken in de gangen en de neerslaande ogen zodra ik terugkeek. Bijna niemand durfde tegen me te praten – want wat zeg je tegen iemand die de avond daarvoor haar vader is verloren?
Misschien tekent dat moderne rouw nog het meest: het gevoel dat je door de supermarkt loopt, overweldigd door een zinloze hoeveelheid mueslisoorten – en dat je de buurvrouw ziet wegschieten in het zuivelschap. Angst, voelen de meesten bij de aanblik van een rouwende. Angst voor de dood. Angst om het verkeerde te zeggen of te doen. Angst voor een huilbui in de Albert Heijn.
De oorzaak van deze rouwangst is volgens filosofen, theologen en sociologen het verdwijnen van traditionele rouwrituelen. Wat overblijft is een handjevol etiquette voor de eerste week na het overlijden. Een rouwadvertentie in de krant, de begrafenis met cake en koffie – en daarna lijkt het alsof de rouwende geen enkele regel of richtlijn heeft om op terug te vallen.
Tegelijkertijd ontwikkelt de moderne mens allerlei nieuwe rituelen en rouwgewoonten. Tijd om die op te tekenen. Want gedeelde omgangsvormen – wat je zegt, wanneer je zwijgt – geven houvast: aan de rouwende én aan de mensen daaromheen. En ze voorkomen onhandige opmerkingen van wiskundedocenten en pijnlijke situaties in de supermarkt. Daarom: 45 suggesties voor een behulpzame omgang met rouw.
‘In het stervenshuis gaan direct de gordijnen dicht’, schreef Amy Groskamp ten Have in Hoe hoort het eigenlijk? (1939). De buren werden door de begrafenisondernemer op de hoogte gesteld, familie en vrienden ontvingen een rouwkaart – en zo hoefden de nabestaanden niemand meer te informeren over hun verlies. Hoe doe je dat nu? In de appgroep? En hoe kun je de rouwende helpen in de eerste dagen na de dood?
Wie in de rouw is, staat buiten de sociale orde. Zo vóél je je (het normale leven lijkt lichtjaren van je af te staan) en je hebt alle recht je daarnaar te gedragen. Sluit je op in huis, huil op straat, fiets naar Zuid-Frankrijk, kleed je enkel nog in zijn of haar lievelingskleur of kijk elke dag dezelfde aflevering van Rail Away – doe wat nodig is en trek je niets aan van fatsoensnormen. Hetzelfde geldt voor de adviezen hieronder: zie het als suggesties voor wat houvast en negeer vooral wat jou afleidt van jouw rouwproces.
Als er één regel is voor de rouwenden, laat het dan deze zijn: als je weet hoe vrienden of familie je kunnen ondersteunen, zég het ze. ‘Iedereen wil dolgraag helpen’, vertelt Lisanne van Sadelhoff, auteur van het boek Je bent jong en je rouwt wat. ‘Maar we zijn vaak veel te terughoudend en bescheiden met vertellen wat we nodig hebben.’ Dus: negeer je schroom en vraag je vrienden of ze je huis kunnen opruimen als jij een begraafplaats uitzoekt.
Voelt misschien onpersoonlijk, maar kan te midden van de chaos vlak na een overlijden uitkomst bieden: één appbericht dat je aan al je relevante contacten stuurt. Zo’n generiek massa-appje fungeert eigenlijk als een rouwadvertentie of rouwkaart – ontvangers begrijpen dat de nabestaanden geen tijd en ruimte hebben om aan iedereen een persoonlijk bericht te sturen.
Rouwen is hard werken, zegt psycholoog Manu Keirse. Bovendien is de taak nooit voltooid: het gemis zul je altijd meedragen. Daarom spreekt Keirse liever niet van rouwverwerking, maar van rouwarbeid. Een belangrijke eerste stap in de rouwarbeid is het onder ogen komen van de nieuwe realiteit, stelt Keirse in Helpen bij verlies en verdriet (2017). Daarvoor helpt het om de feiten over het overlijden te delen. Hiervoor kun je het overlijdensbericht of -appje gebruiken. Denk aan het tijdstip, de aanwezigen, de locatie. Je kunt dit bericht verder zo persoonlijk maken als je wil – maar een simpele opsomming van de feiten volstaat.
De taak van de omstander is om de rouwenden te ondersteunen bij hun rouwarbeid, en waar mogelijk werk uit handen te nemen. Mocht je aanwezig zijn bij het overlijden van bijvoorbeeld je schoongrootvader of de moeder van een vriendin – pak dan, waar mogelijk, zwijgend klusjes op. Rouwenden zijn niet in staat om een to-dolijstje te maken. Bied hulp aan, of beter, ruim gewoon de vaatwasser in of laat de hond uit. Sta je meer op afstand, zie ook: punt 10.
Een voorzien overlijden vraagt om een ander communicatieprotocol dan een onverwachte dood. Sterft iemand plotseling, dan is de schok vaak zo groot dat het nieuws zich razendsnel verspreidt – de familie kan zich in zo’n geval het best neerleggen bij een gebrek aan controle over de verspreiding van het nieuws. Als iemand overlijdt na een ziekbed, schrijft Amerikaans etiquette-expert Florence Isaacs in Do I have to Wear Black to a Funeral, dan is het wijs om stil te staan bij jouw plek in het geheel. Is het aan jou om de vrienden van de nabestaanden op de hoogte te stellen? Bij twijfel: vraag de partner en kinderen om toestemming.
Ook een tip voor intimi van de rouwenden: werp jezelf op als bel- en app-assistent. Neem de telefoon op en gun de nabestaanden zo een moment om na te denken wie ze te woord willen staan en wie niet. Stel voor om werk, school of kennissen te informeren over het overlijden. Maar, tipt Keirse, jaag de nabestaanden ook weer niet de passiviteit in. Het is ook fijn om iets omhanden te hebben in die eerste dagen na de grote schok.
Er komt een moment dat het onvoorstelbare moet plaatsvinden: de eerste nacht. De lichten gaan uit, de vrienden en familie gaan weg. Stel altijd voor dat een goede vriend of familielid bij de rouwende blijft slapen: in bed, in de kamer, of ergens anders in het (lege) huis. Mocht iemand liever alleen zijn: dring dan niet aan. Vul een kruik met kokend water, leg een elektrisch kussen klaar of zet een kop thee op het nachtkastje. Helpen zal het niet, maar misschien verdrijft het – al is het maar een beetje – de kilte van die eerste nacht.
Sta je verder af van het verlies, dan hoor je het slechte nieuws waarschijnlijk via je telefoon. Voor de ontvanger van zo’n appje geldt: reageer, houd het kort en verwacht geen enkele respons. De telefoon van de nabestaanden staat op zo’n moment roodgloeiend en het laatste waar iemand tijd of denkkracht voor heeft is het beantwoorden van vragen of lezen van alinea’s goedbedoelde steunbetuigingen. App iets terug in de trant van: ‘Wat een vreselijk nieuws. Mijn gedachten zijn bij jou en de familie.’ Nog beter, aldus etiquette-experts Ritsema en Isaacs: stuur een brief of kaartje (zie: punt 11).
Sommige etiquette blijft altijd hetzelfde. Zoals eten brengen naar mensen in de rouw. Cruciaal: vraag niet ‘kan ik nog iets meenemen van de Appie?’ en bied ook niet aan ‘om een pan soep te maken’. Doe het gewoon. Vul een tas met makkelijk, gezond eten (bananen, yoghurt, mueslirepen, sap) en zet een tupperwarebak met tomatensoep voor de deur. Ook belangrijk: verwacht geen appje met ‘dankjewel’ of een recensie van je kookkunsten.
Sommige etiquette verdwijnt ten onrechte, zoals het schrijven van een rouwbrief. Beatrijs Ritsema stelde dat de brief, op wit papier zonder lijntjes, altijd de voorkeur heeft boven een kaartje. Briefpapier biedt meer ruimte (die je het best kunt gebruiken voor het optekenen van herinneringen aan de overledene) en een Hallmarkkaartje met ‘Sterkte!’ past niet bij de zwaarte van het verlies. Zo geef je de rouwende een tastbaar aandenken aan de overledene, vertelt verliesdeskundige en literatuurwetenschapper Krina Huisman. Een verhaal wat de rouwende bovendien later terug kan lezen, wat volgens Manu Keirse dan weer bijdraagt aan de nodige ‘rouwarbeid.’
En dan is er nog moderne etiquette waarmee we beter kunnen stoppen. Zoals de gewoonte om bij overlijden met collega’s, dispuutgenoten of sportclub een gezamenlijke kaart te sturen, waar ieder een ‘persoonlijke’ boodschap op schrijft. In de praktijk betekent dat tientallen keren ‘gecondoleerd’ en ‘sterkte.’ Ritsema hekelde deze schijnpersoonlijke berichten en pleitte in plaats daarvan voor één boodschap uit naam van de hele groep.
Wees een betrokken baas en zorg dat de rouwende een brievenbusbloem of kaartje uit jouw naam ontvangt. Ja, ook als de werknemer niet in vaste dienst is (freelancers en stagiair vallen daar óók onder).
Nog zo’n nieuw rouwritueel: de socialemediapost. Hoe te reageren op zo’n Facebook- of Instagrambericht?
A. Als je de overledene of de nabestaande goed kent: stuur een persoonlijk bericht. Bij voorkeur een brief (zie punt 11) of anders een appje.
B. Betreft het kennissen, reageer dan op de post met een kort ‘Wat een verlies! Sterkte de komende tijd.’ Een ❤️ is altijd goed.
C. Ken je de overledene niet, en de poster matig? Een like is voldoende. Mocht je zelf in een soortgelijk rouwproces zitten, weerhoud jezelf dan van het achterlaten van lange comments over jouw ervaringen.
‘Schat, hoor ik nou dat je moeder is overleden? Wat vreselijk!’ Niemand wil zo’n DM ontvangen. De DM op Instagram is de plek voor memes, flirts, felicitaties en emoji’s – níét voor medeleven.
Amerikaanse onderzoekers ontdekten dat mensen rouwen op sociale media om veel redenen prettiger vinden dan in het ‘echte’ leven. Zo kun je online de ruimte nemen om te reflecteren op je verlies, zonder geforceerde face-to-faceinteractie. Het is een manier van emoties uiten die voor sommigen zowel privé als gemeenschappelijk aanvoelt. Oordeel niet over zulke digitale ontboezemingen en reageer met een hartje.
Ja, je bent geschokt dat die oud-klasgenoot is overleden. Een rouwpost op sociale media is echter voorbehouden aan de eerste en tweede ring van de overledenen. Bel dus een vriend of huil uit bij je partner. Maar deel geen ‘RIP. Lieve Kitty. Het leven zal nooit meer hetzelfde zijn zonder mijn hockeymaatje’, als je Kitty al decennia niet meer hebt gezien.
Wijlen Beatrijs Ritsema schreef in 2008 al over ‘de toenemende antropomorfisering van huisdieren’, met als logisch gevolg een normalisering van huisdierbegraafplaatsen, -rouwkaarten en -uitvaarten. Voor het verdriet van baasjes zullen we daarom ook meer begrip moeten opbrengen. Dus verberg je verwonderde blik bij de uitnodiging voor een kattencrematie en toon oprecht medeleven met de rouwende dierenvriend.
Sinds de begrafenisondernemer het stokje van de gemeenschap of de kerk heeft overgenomen, vertelt antropoloog Yvon van der Pijl, is de ‘persoonlijke’ uitvaart in opmars. Iedereen is uniek, luidt het adagium, en dus behoort een laatste afscheid vooral een goede weergave van het leven van de overledene te zijn. Al die ‘persoonlijke’ begrafenissen lijken onderhand behoorlijk op elkaar, ziet Van der Pijl. Oude gebruiken (de zwarte kleding, de condoleancerij) maken plaats voor nieuwe rituelen (de powerpoint, bitterballen met een borrel). Sommige etiquette wordt expliciet door de nabestaanden benoemd, maar veel ‘regels’ blijven onuitgesproken. Bovendien volgen gewoonten en gebruiken elkaar sneller op, vertelt Van der Pijl, met dank aan (sociale) media. Hoe navigeer je je door dit snelveranderende landschap?
Idealiseren is normaal, vlak na het overlijden. Maar niemand is verplicht om enkel de mooie eigenschappen op te rakelen in een speech of tijdens de borrel. Sterker: samen lachen om die vreselijke eetgewoonten van de overledene, kan de dode dichterbij brengen en werkt verbindend. Ook de minder grappige mankementen mag je best benoemen. De begrafenis is echter niet het moment voor rancune of ressentiment: bewaar die voor bezoek aan het graf, gesprekken met vrienden of therapie.
Bij gebrek aan gemeenschappelijke normen, is daar nu de uitnodiging met uitvoerige instructies voor de uitvaart. De begrafenis gaat daarmee steeds meer lijken op de bruiloft of het verjaardagsfeest. Uitvaartondernemer Orlanda Adams begeleidt bijvoorbeeld veel themabegrafenissen (denk: ‘groen’, ‘koolmeesjes’ of, doe eens gek, ‘glitter’). Een dresscode is eveneens populair (tenue de ville – formeel, niet te uitbundig – ziet Adams het vaakst). Soms wordt gasten zelfs gevraagd om met de fiets of trein te komen (want: duurzaam, of wielerfanaat). Ook veel gezien: het verzoek geen bloemen mee te nemen. Deze gebruiksaanwijzing voor de uitvaart is er niet voor niets. Lees de instructies goed door, leg je persoonlijke voorkeuren naast je neer (ja, het is even wennen, een ‘groene’ begrafenis) en laat je teenslippers thuis als de uitnodiging rept over tenue de ville.
Je zit in Costa Rica, de kinderen hebben waterpokken, niemand kan je hele dienst overnemen: wat te doen met de begrafenis die uitzonderlijk slecht uitkomt? Als je een persoonlijke band met de overledene hebt (vrienden, familie, een goede collega), dan is aanwezigheid verplicht, vond Beatrijs Ritsema. Deelnemen via een livestream valt daar ook onder. Orlanda Adams ziet dat het steeds normaler is om virtueel aanwezig te zijn. Wel attent: stuur naderhand even een kaartje om de nabestaanden te condoleren.
Dan heb je ook nog de uiterst pijnlijke situatie dat je niet gewenst bent op een uitvaart – bijvoorbeeld in geval van conflict of ontrouw. Dit scenario kent alleen verliezers. Het is hartverscheurend om geen afscheid te kunnen nemen. Toch is het alternatief – publiekelijk de familie of partner schofferen – een nog pijnlijker uitkomst. Kies voor de livestream, adviseert etiquette-expert Florence Isaacs, schrijf een brief aan de overledene, neem later afscheid bij het graf – maar ga niet stiekem met een grote zonnebril op achterin de zaal staan.
Een begrafenis is geen braderie, vond Beatrijs Ritsema. Je dient je volgens de etiquette-expert ‘stemmig’ te kleden: vooral niet slonzig en zeker ook niet ‘swingend.’ Overigens vond Ritsema het idee van een dresscode absurd: ‘voorkomen dat iemand iets detonerends aantrekt is onmogelijk, en zo belangrijk is kleding nu ook weer niet.’ Zo zie je maar dat normen in korte tijd kunnen veranderen. Desondanks zijn Ritsema’s kledingvoorschriften – onopvallend, netjes, geen schreeuwende kleuren – bij gebrek aan een dresscode nog steeds een goede leidraad.
Een uitvaart van een familie met een andere culturele achtergrond kan de nodige spanning opleveren. Nergens voor nodig, zegt begrafenisondernemer Orlanda Adams. Bel gewoon jouw contact in de familie op en vráág wat er van de gasten wordt verwacht.
Veel mensen hebben moeite met het woord ‘gecondoleerd’, vertelt Orlanda Adams. Het klinkt afstandelijk, vindt de een. De ander doet het denken aan ‘gefeliciteerd’, zeker als men er voor de vriendelijkheid ‘van harte’ voor zet. Maar met condoleren is niets mis, vindt Adams. Juist de zakelijkheid van het woord kan mensen ontlasten bij het vinden van woorden. Een alternatief: Sterkte met dit grote verlies. Of: Mijn oprechte deelneming.
Sinds de lockdowns zijn we van een veelgehate traditie verlost: de condoleancerij. Orlanda Adams ziet dat mensen opgelucht ademhalen en de rij skippen. De families reserveren geen aparte ruimte meer, maar mengen zich tussen de gasten. Je medeleven tonen is in deze setting niet verplicht – je kunt ook nadien een kaartje sturen. Als je wel je medeleven wil uiten, doe dat dan als volgt: geef één zoen (niet drie! Post-covid vermijden de meesten drie zoenen), een hand of een knuffel en houd het kort.
Het liefst wil je je bodemloze verdriet delen met de eerste ring van de overledenen. Doe het niet. Een partner, kind of ouder kan op een begrafenis jouw emoties er niet bij hebben. Als de gelegenheid zich aandient voor een langer gesprek met een van de directe nabestaanden, vertel dan een verhaal of herinnering over de overledene. Op die manier deel je het verlies, schrijft Manu Keirse, en help je de ander met de eerste rouwarbeid.
De kist ligt nog niet onder de grond of begrafenisondernemer Orlanda Adams ziet tantes of vrienden ‘goedbedoeld advies’ geven aan de partner van een overledene. ‘Er komt vast nog een liefde voorbij, je bent nog zo jong!’ Of, erger: ‘Daar heb je gelukkig apps voor nu, om een nieuw iemand te vinden.’ Adams onderbreekt zo’n welgemeende suggestie altijd direct met een kordaat: ‘Vandaag herdenken we Pietje.’ Eigenlijk geldt voor álle ongevraagde meningen, tips of adviezen: houd ze voor je.
Begrafenissen zijn een van de zeldzame momenten waarop het compleet normaal is om uitbundig en zo lelijk mogelijk te huilen. Óók als je zelf nauwelijks een band had met de overledene. Rol dus niet met je ogen als de assistent van je moeder harder huilt dan jij en bied haar een tissue aan.
Rouw is niet, zoals lang gedacht, een proces met vijf stadia (ontkenning, woede, verdriet, onderhandelen, acceptatie) die je moet doorlopen. Rouwen is eerder een voortdurend heen en weer slingeren tussen allesoverheersende emoties en de orde van de dag. Nu de uitvaart voorbij is, blijven de nabestaanden achter in die rouwpendule. Wat kun je doen voor de rouwende? En wat moet je echt laten?
Iedereen rouwt anders. Zeker als je zelf in de rouw bent, is het moeilijk voor te stellen dat de ervaring van anderen compleet kan verschillen van die van jou. Waak voor aannames: niets is zo eenzaam als je onbegrepen voelen. Zeg dus niet: ‘Je zult wel...’ of ‘Ik weet hoe je je voelt.’ Stel liever vragen, of, nog beter, luister (zie ook: punt 32).
‘Hoe gaat het’ is een smalltalkvraag waarop niemand eerlijk antwoord verwacht. Bovendien is de vraag veel te breed. Beter is de vraag: ‘Hoe voel je je vandaag?’ Lisanne van Sadelhoff adviseert nog kleinere vragen: ‘Hoe heb je vannacht geslapen?’, of ‘Wat heb je vandaag gegeten?’
Herhaaldelijk je verhaal vertellen, is volgens Manu Keirse onderdeel van de rouwarbeid. Wees degene die luistert en geef iemand de ruimte om zijn ervaringen of herinneringen te vertellen en te hervertellen. Vuistregel volgens Keirse: 20 procent praten, 80 (!) procent luisteren.
De meeste mensen in de rouw laveren tussen deze twee rouwstijlen: de intuïtieve stijl (emotioneel, veel praten) en de instrumentele stijl (rationeler, meer gericht op dingen ondernemen). Het een is niet beter dan het andere, benadrukt Manu Keirse. Dus als een rouwende niet wil praten, forceer dan géén gesprek (maar blijf een luisterend oor aanbieden).
Ze wil er vast niet over praten, denk je. Dus begin je er maar niet over en klets je krampachtig over het afzwemmen van je kind, de formatie of restaurantreserveringen. Doe.het.niet. Dit is een veelgehoorde aanleiding om een vriendschap te verbreken: weinig zo kwetsend als het gevoel dat je verdriet niet wordt gezien. Benoem áltíj́d het verlies, al is het maar door te vragen: Wil je het erover hebben?
‘Je komt hier alleen maar sterker uit.’ ‘Je hebt nog een heel leven voor je.’ Of: ‘Gelukkig heb je twee gezonde kinderen.’ De rouwende confronteert ons met onze eigen machteloosheid, vertelt verliesdeskundige Krina Huisman. Om een gevoel van controle terug te krijgen, zijn mensen bijvoorbeeld geneigd een positieve draai te geven aan de rouwervaring. Als je overvallen wordt door de kwetsbaarheid van het leven, of angst voor de dood, of het moeilijk vindt om geconfronteerd te worden met leed: zwijg. Haal adem, herpak jezelf en beroep je op punt 31 of 32.
Rouw heeft geen uiterste houdbaarheidsdatum, zegt Lisanne van Sadelhoff. Vragen als ‘Ben je weer aan het werk’ of ‘Slaap je al normaal?’ veroorzaken ‘rouwhaast’ – het laatste waar iemand met groot verlies op zit te wachten.
Eén op de tien werknemers krijgt een burn-out door de combinatie van werk en rouw. Langer rouwverlof, zoals in België, waar je tien dagen kunt opnemen na het verlies van een kind of partner, zou een oplossing kunnen zijn. Het alternatief: geef verlies een plek op kantoor, in plaats van zulke levensgebeurtenissen van de werkvloer weg te houden. Hier ligt een belangrijke taak voor leidinggevenden, vertelt Van Sadelhoff. ‘Vraag: Waar heb je de komende tijd behoefte aan?’ Voor de een is werken een welkome afleiding, de ander kan de eerste maanden alleen kopjes koffie drinken met collega’s en routinetaken op zich nemen. Wat kun je als collega doen? ‘Soms is een digitaal berichtje minder ongemakkelijk. Mail of slack dat je voor iemand klaarstaat. Of leg een reep chocolade op diens bureau – soms hoef je niets te zeggen.’
Nog zo’n onvoorstelbaar moment: thuiskomen na de eerste werkdag in de nieuwe realiteit. Help rouwenden met deze overgang, tipt Keirse, en fiets met iemand mee, haal ’m op met de auto of wandel samen naar huis.
Opeens krijgen de seizoenen nieuwe betekenis. De eerste zingende merel in de binnentuin kan een golf verdriet opwekken. De geur van de natte straten na een zomerstorm is al genoeg om je volledig van je stuk te brengen. Tussendoor vergeet je het soms, het verlies. Je werkt, je doet boodschappen, je slaapt, je voelt de zon weer op je gezicht. Voorbij gaat deze fase nooit helemaal – het verdriet wordt onderdeel van wie je bent. Hoe geef je hier vorm aan? En wat kan je omgeving doen?
Kleine moeite, groot effect. Noteer de sterfdatum van de vader van je vriend, of de zus van je collega in je (digitale) agenda en laat op die dag weten dat je aan de nabestaande denkt: met een appje, een brievenbusbloem of omhelzing.
Een manier om vorm te geven aan rouwongemak: benoemen hoelang iemand al overleden is (‘Jeetje, al tien jaar geleden!’), al dan niet gekoppeld aan een waardeoordeel over het rouwproces (‘Heb je het een plekje kunnen geven?’ of erger: ‘Ben je er nog steeds zo mee bezig?’). Op dagen dat het verlies alles opslokt – zoals de sterfdatum – kan zo’n opmerking ondraaglijk zijn. Ook de vraag ‘Hoelang is het geleden?’ kan die gevoelens al opwekken. Beter is een vraag als: ‘Heb je bijzondere rituelen op de sterfdag?’ Of: ‘Wat zijn momenten dat je veel aan hem moet denken?’
Rouw komt vaak met depressieve gevoelens, dat is normaal. Geef iemand de ruimte om zulke gevoelens ten volle te ervaren. Pas als je een rouwende ziet verdrinken in het verlies – bijvoorbeeld als iemand na een jaar nog nauwelijks slaapt en eet – suggereer dan een bezoek aan de huisarts of psycholoog.
Deze etiquette geldt alleen voor intimi van de rouwende, vertelt Lisanne van Sadelhoff. ‘Jezelf verliezen in te veel sporten, te veel feesten, te veel werken of jezelf juist helemaal terugtrekken: allemaal gezonde rouwreacties, zolang het maar niet te lang duurt.’ Als je ziet dat de rouwende zichzelf tegenwerkt – de rouwarbeid te lang vermijdt, of het leven uit het oog verliest – is het jouw taak om aan de bel te trekken. Wees voorzichtig maar duidelijk. Zeg: ‘Ik heb het gevoel dat wat je doet, je niet helpt.’
Verwacht overigens geen dankbaarheid bij zo’n liefdevolle schop onder de kont. Sterker: waarschijnlijk krijg je de wind van voren. Lisanne van Sadelhoff: ‘Wees niet gekwetst of boos na een ongepaste reactie. Waardering komt later.’
Het eerste jaar zijn ze het zwaarst: ál die feestdagen. Carnaval, zonder. Suikerfeest, zonder. Pasen, Moederdag, Vaderdag, zomervakantie – allemaal zonder. En dan de moeilijkste van allemaal, de dagen waarop iedereen verplicht gezellig moet doen: Kerst. Zulke dagen blijven lastig, ook jaren, decennia later. Stuur op zulke dagen een appje of een kaartje. Een simpele ‘Ik denk aan je’ is al prima.
Elke gelegenheid die zich aandient om herinneringen op te halen, moet je aangrijpen. Ook als jij de overledene niet hebt gekend, kun je iemand de ruimte geven om zelf anekdotes te delen. Vraag bijvoorbeeld naar details. Zoals: ‘Wat was zijn lievelingseten?’ of ‘Wat voor schoenen droeg ze?’
Lena Bril (1992) studeerde filosofie en specialiseerde zich in ethiek. Voor dit artikel sprak ze psycholoog en rouwdeskundige Manu Keirse, Lisanne van Sadelhoff, auteur van Je bent jong en je rouwt wat, literatuurwetenschapper Krina Huisman, antropoloog Yvon van der Pijl en begrafenisondernemer Orlanda Adams. Ze raadpleegde het werk van Beatrijs Ritsema: Soms is beleefdheid het hoogst haalbare (2024), evenals Moderne etiquette (2020) en Het Grote Etiquetteboek (2010). Verder las ze Hoe hoort het eigenlijk, door Amy ten Groskamp (1939), Helpen bij verlies en verdriet door Manu Keirse (2017), Do I have to Wear Black to a Funeral van Florence Isaacs (2020), The Disappearance of Rituals: A Topology of the Present en Capitalism and the Death Drive van filosoof Byung-Chul Han (2020 & 2021). Ze sprak met tientallen rouwenden – en putte uit eigen ervaring.
Wanneer is iets gewoon kritiek? En wanneer antisemitisme?
Soumaya Sahla is uit de VVD gezet: ‘Meneer Wilders hoort niet over ons ledenbestand te gaan’
Source: Volkskrant