Met tegenslagen is Roy Meyer (32) sinds zijn jeugd vertrouwd, maar ernstige blessures had hij gek genoeg nooit. Tot de judoka een voorste kruisband scheurde. ‘Een nachtmerrie.’
Het is bijna zes maanden geleden dat judoka Roy Meyer met een kapotte rechterknie in Frankrijk voor een camera van de NOS stond en zei: ‘Ik voel me wel een beetje eenzaam.’
Nu tuit de grote man van 125 kilo zijn lippen richting een rietje om een slokje te nemen van de Pink Power: zijn in een lang glas geschonken lichtroze drankje. Hoeveel eiwitpoeder erin zit, vroeg hij vooraf aan de serveerster in de hippe zaak in het centrum van zijn woonplaats Breda. ‘Een scoop’, antwoordde ze, met op de achtergrond het geratel van een blender.
Als zwaargewicht hoefde Meyer (32) zich nooit druk te maken om zijn gewicht, anders dan het gros van de judoka’s in gewichtsklassen met een limiet. Hij staat soms tegenover mannen van 160 kilo. Maar nu wil hij afvallen. Minder wegen betekent minder belasting op zijn geblesseerde knie. Dat is beter voor zijn herstelproces. Over twee maanden wil hij 13 kilo lichter zijn.
Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over olympische sporten als schaatsen, zwemmen en tennis.
Hij is de bekendste actieve judoka van Nederland. Mede dankzij zijn optredens in diverse televisieprogramma’s, zoals Special Forces Vips in 2021, waarin bekende Nederlanders zware trainingen volgen, gelijk aan die van speciale eenheden. Na vier afleveringen moest Meyer het programma verlaten.
Hij valt ook op door zijn voorkomen: bovenarmen zo breed dat de zoom van zijn strak gespannen mouwen ongemerkt wordt teruggevouwen naar boven. Al oogt Meyer sterk, hij zit midden in een revalidatieproces vol onzekerheden.
Toen hij destijds in Frankrijk werd geïnterviewd na zijn verloren partij om een plaats in het finaleblok van de EK, hoopte hij dat hij misschien de binnenband van zijn knie had verrekt. Of een pees had overbelast. In de bewuste partij voelde hij meermaals iets ‘knikken’. Hij is judoka; een vechter. Pijntjes horen erbij. Meyer judode wankelend door.
Hij wist: er worden in Frankrijk niet alleen EK-medailles verdeeld, ook punten voor de wereldranglijst. Verwikkeld in een strijd met landgenoten Jur Spijkers en Jelle Snippe om één ticket voor de Olympische Spelen, telt elke partij.
Bij zijn olympisch debuut in Rio in 2016 strandde Meyer in de herkansing. Daarna bemachtigde hij drie keer WK-brons, waarvan twee op individuele nummers. Hij was twee keer derde op de EK.
Sinds hij voor het eerst het internationale podium beklom, is een olympische medaille zijn doel. In zijn ogen het enige wat ontbreekt op zijn palmares. Maar de vorige Spelen, drie jaar geleden in Tokio, miste Meyer. Hij verloor een veelbesproken strijd met de inmiddels gestopte Henk Grol; de twee zwaargewichten waren aartsrivalen.
‘Dus toen ik niet meer goed op mijn rechterbeen kon staan bij de EK, dacht ik: het is alles of niets. Ik ging voor een worp, maar werd zelf gegooid en ik kreeg een score tegen.’ Daarna was het klaar.
Bij thuiskomst hoorde hij zijn dokter na een MRI-scan zeggen dat zijn voorste kruisband een spaghettisliert was geworden. Volledig afgescheurd. Een operatie wachtte, een stukje pees uit zijn bovenbeen moest zijn kruisband vervangen.
Meyer: ‘Een nachtmerrie.’ Voor volledig herstel staat normaal gesproken negen maanden. De Zomerspelen van Parijs waren op dat moment krap negen maanden later. De kans dat hij dat toernooi zou halen was hooguit 1 procent.
Tot een paar weken geleden klampte Meyer zich vast aan die procent. ‘De verzetstand’, noemt de vechtsporter dat. Hij sprak met buitenlandse judoka’s met dezelfde blessure, die na zes maanden weer wedstrijden judoden én medailles wonnen.
Grote blessures had hij nooit. Zijn opgepompte lijf is opmerkelijk lenig, wat hem minder blessuregevoelig maakt. Maar daar bij de EK in Frankrijk was hij gestrest. Jean-Paul Bell, de als zachtaardig bekendstaande Brit die hem de voorgaande zes jaar begeleidde, had laten weten de samenwerking met Meyer te beëindigen. Bell zou Meyer niet meer weten te raken, verklaarde de bond aan de buitenwacht.
De lezing van Meyer nu: hij werd meermaals niet geselecteerd voor wedstrijden die hij graag wilde judoën. Zijn grote concurrenten gingen wel. ‘Kom je wel op voor mijn belangen, of ga je liever de confrontatie uit de weg?’, vroeg hij Bell uiteindelijk. Een dag later deelde Bell hem mee dat hij niet door wilde als zijn coach.
Tijdens de EK werkte Meyer al weken alleen. Anderen hadden hun coach langs de mat, bij Meyer bleef de stoel leeg. Ja, Bell had aangeboden er bij belangrijke wedstrijden te zitten. Maar wat heb ik daaraan, dacht Meyer, als iemand niet echt voor me wil gaan?
De andere mannencoach van judobond JBN, Matthew Purssey, wilde hem ook bijstaan als het uitkwam, maar is vooral verantwoordelijk voor Meyers twee grote nationale concurrenten, Snippe en Spijkers.
Ooit besloot Meyer: judo wordt mijn redding. Hij groeide op in een probleemgezin. Zijn ouders hadden vaak ruzie, er waren financiële moeilijkheden en Meyer was als jochie onhandelbaar. Dag en nacht zwierf hij over straat. ’Een huis is een plek die je beschermt tegen weersinvloeden en waar je een boterham in je mond krijgt. Ik had een huis, maar nooit een thuis. Een thuis is een plek waar je je veilig voelt en echt jezelf kunt zijn.’
Op zijn 10de werd hij in een besloten internaat geplaatst. Vier jaar later kwam hij door plaatsgebrek in een jeugdgevangenis terecht. Plots zat hij tussen de zware criminelen, onderscheid werd er niet gemaakt.
Hij zag ‘corrupte zaken’, begeleiders blowen met jongeren. ‘Om mijn hoofd boven water te houden, moest ik vanaf seconde één inschatten hoe begeleiders en andere groepsgenoten zich voelden, hun stemming bepaalde de stemming van de dag.’
Het leidde tot een ommekeer bij Meyer. ‘Ik besefte dat de enige manier om daar weg te komen was om positief gedrag te laten zien: glimlachen in plaats van iemand op de neus te slaan als-ie je te lang aankijkt.’
Geboortedatum: 4 juni 1991
Geboren: Breda
WK: brons in 2019, 2021 (individueel) en 2023 (team)
EK: brons in 2017, 2022
Meyer woont in Breda met zijn verloofde Doree Rombout en hun zonen Micah (7) en Joël (5).
Zijn herinneringen aan judo kwamen bovendrijven, de sport die hij van zijn zevende tot zijn tiende beoefende. ‘Het enige waarbij ik voelde dat ik wél iets kon.’’ Judo kan mijn ticket naar een positiever, veilig leven zijn, besloot hij. Na drie jaar, op zijn zeventiende, verliet hij de gevangenis.
De Spelen gaat hij niet halen. ‘Dat besef is er sinds kort en dat probeer ik nu te verwerken. Ondertussen wil ik houvast voor de toekomst, weten waarvoor ik revalideer, maar ik heb het idee dat ze bij de judobond denken: Roy Meyer is hoofdpijn.’
Hij ís soms ook hoofdpijn, geeft hij toe. Meyer lijkt een vat vol tegenstrijdigheden. Opvallend vriendelijk tegen voorbijgangers, maar ook een vechter. Zijn zware donkere baard strak getrimd. Naast zijn roze drankje ligt een stoffen oudemannenpet, voor op zijn kale hoofd als hij door de straten van Breda wandelt.
Als hij een uur later voor de fotograaf over de stenen trappen van het voetbalstadion van NAC rent – zoals hij ook voor zijn revalidatie regelmatig doet – houdt hij ineens stil. ‘Zo zie je mijn spierballen beter’, zegt hij, terwijl hij de mouwen van zijn shirt tot een tanktop duwt.
Hij houdt van show, van aandacht. ‘Veel mensen denken: daar heb je die Roy weer. Dat merk ik natuurlijk ook wel.’ Maar dit is hoe hij is: hij kan midden op een parkeerplaats met een koptelefoon staan dansen, terwijl de rest van de groep een paar meter verder staat.
Dat hij, zo zegt hij, alternatiever is dan de gemiddelde persoon, helpt ook niet. ‘Ik heb de gekste hobby’s, ik zou er wel 130 kunnen noemen. Van boogschieten tot metaaldetectie.’
Meyer is niet bang een eenling te zijn. ‘Ik moet mijn eigen energie beheersen en mijn eigen route belopen.’ Om niet veel later te zeggen: ik hou van saamhorigheid. Nooit wil hij, zoals hij dat omschrijft, zichzelf geweld aandoen door zich te conformeren aan anderen als ze hem niet liggen. ‘Ik ben prikkelgevoelig afgesteld.’ Maar bij teamonderdelen is hij vaak degene die het hardst aanmoedigt. Ik vind teamervaringen bijna leuker dan individuele wedstrijden.’
Als het aan Meyer ligt, gaat hij nog een paar jaar door, wellicht tot en met de Spelen van Los Angeles in 2028. Dan is hij 37. Dat kan, stelt hij. De gemiddelde leeftijd ligt bij zwaargewichten hoger dan in andere categorieën. Hij staat weer op de judomat, maar is nog niet volledig belastbaar. Stoppen noemt hij ‘de weg van de lafaard’.
Maar, zo vertelt hij, als zijn drankje op is: zijn toekomst is ongewis. Steun van de Judo Bond Nederland ontbreekt voor zijn gevoel. ‘Die clash met de bond heeft me in een put van onzekerheid gegooid. Als ik vraag om duidelijkheid, krijg ik dat niet. Ik heb steeds mijn mond gehouden, maar nu denk ik: ik ga van mijn hart geen moordkuil maken. Ik heb mijn hele leven al te maken met mensen die mij klein willen houden, of in een kooi willen stoppen. Dat kan ik niet meer accepteren.’
Volgens het huidige beleid bij Judo Bond Nederland kunnen alleen judoka’s die deel uitmaken van het Nationale Trainingscentrum (NTC) deelnemen aan de belangrijkste toernooien. Sporters die apart trainen kunnen niet uitgezonden worden naar WK’s, EK’s en de Olympische Spelen. Roy Meyer mag gebruikmaken van faciliteiten van de bond, maar heeft geen eigen coach. De zwaargewicht overweegt een commerciële ploeg op te richten. ‘Die investering wil ik alleen doen als ik eerlijke kansen krijg. Daar krijg ik geen duidelijkheid over van technisch directeur Gijs Ronnes.’
Ronnes zegt bezig te zijn met het opstellen van nieuw beleid. ‘Het lijkt mij niet wenselijk om sporters met ambitie hun kans te ontnemen. Ook als ze niet bij het NTC willen trainen, of dat wij hier geen toekomst voor ze zien. Dat er geen duidelijkheid is, klopt, in zoverre dat we momenteel in gesprek zijn over de toekomst.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant