Home

Zolang de oorlog in Gaza voortduurt, is humanitaire hulp dweilen met de kraan open

Hervatting van steun aan UNRWA voor humanitaire hulp is onontbeerlijk. Maar belangrijker is dat het geweld tussen Israël en Hamas wordt beëindigd.

Het kabinet besluit vrijdag over de hervatting van de Nederlandse steun aan UNRWA, de VN-organisatie die de humanitaire hulpverlening in de Gazastrook coördineert. Die hulp werd opgeschort, nadat Israël ten minste twaalf UNRWA-medewerkers had beschuldigd van deelname aan de Hamas-aanslag van 7 oktober.

De Nederlandse steun aan UNRWA moet worden hervat. Een onderzoek onder leiding van de voormalige Franse minister van Buitenlandse Zaken Catherine Colonna vond geen bewijzen voor de Israëlische stelling dat UNRWA-medewerkers op grote schaal bij Hamas zijn betrokken. Wel stelde Colonna dat de VN-organisatie scherper toezicht moet houden op de neutraliteit van haar personeel. Zij doelde onder meer op politieke uitspraken van UNRWA-medewerkers, en schoolboeken met een ‘problematische inhoud’ die op scholen onder UNRWA-vlag worden gebruikt. Er valt ongetwijfeld iets op UNRWA aan te merken, maar op dit moment loopt er slechts een onderzoek tegen twaalf van de 32 duizend medewerkers.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Dat is onvoldoende om het opschorten van de hulp te rechtvaardigen, te meer daar de humanitaire situatie in Gaza catastrofaal is. UNRWA heeft de ervaring en de infrastructuur om de nood te verlichten. ‘Zonder de UNRWA komt de distributie van hulpgoederen niet goed van de grond. Uiteindelijk heb je UNRWA nodig’, zei minister van Buitenlandse Handel Schreinemacher hierover.

De hervatting van de hulp is vooral symbolisch, omdat Nederland zijn bijdrage voor dit jaar al heeft overgemaakt. Nederland maakt hiermee een politiek gebaar dat aandacht vraagt voor de acute noodsituatie in de Gazastrook.

Belangrijker is uiteraard dat het geweld tussen Israël en Hamas wordt beëindigd. Helaas raakt een staakt-het-vuren steeds verder uit zicht, nu de onderhandelingen onder leiding van Qatar niets opleveren. Israël zegt een grondoffensief in Rafah voor te bereiden, hoewel de Verenigde Staten en de Europese Unie erop aandringen daarvan af te zien.

Israël heeft het recht zich te verdedigen tegen Hamas, een misdadige beweging die Israëlische gijzelaars vasthoudt en Palestijnse burgers meesleept in een kansloze oorlog. Mensenlevens tellen niet, omdat Hamasleiders de illusie hebben dat de oorlog een Palestijnse staat dichterbij brengt.

Maar ook Israël heeft een uitzichtloze strategie. Zijn superieure leger kan de asymmetrische oorlog met Hamas nooit winnen. Hoeveel strijders het ook doodt, er zullen altijd weer nieuwe strijders opstaan die Israël kunnen treffen met aanslagen en geweld. De Palestijnse kwestie kan niet met geweld worden opgelost.

Alleen de Verenigde Staten zijn in staat om Israël op andere gedachten te brengen. Volgens een reconstructie in The New York Times zag de Israëlische regering onder Amerikaanse druk af van een grote aanval op Iran. Dat was een hoopvol teken: zelfs de arrogante premier Benjamin Netanyahu blijkt soms bereid te luisteren.

Helaas zijn de Amerikanen niet bereid om door te bijten. Onlangs keurde het Congres weer een steunpakket goed van 15 miljard dollar aan militaire hulp voor Israël. Zolang Israël weet dat de Amerikaanse steun uiteindelijk verzekerd is, zal het blijven vasthouden aan zijn uitzichtloze ramkoers.

De humanitaire hulp van UNRWA is belangrijk, maar zolang de oorlog voortduurt, blijft het dweilen met de kraan open.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next