Dieren hebben, net als mensen, last van herrie. Dat is zelfs al vóór de geboorte zo: wetenschappers hebben vastgesteld dat vogels al in het ei negatieve gevolgen ondervinden van verkeerslawaai. Zij publiceerden er donderdag over in het wetenschappelijk tijdschrift Science.
Australische en Spaanse onderzoekers stelden de eieren van wilde Australische zebravinken, vijf dagen voor het uitkomen, ’s nachts in broedmachines bloot aan opnames van gangbaar verkeerslawaai (65 decibel, afgespeeld met pieken tijdens de reguliere spitsuren), of aan de zang van andere zebravinken, of aan stilte. De vogels die tussen het verkeerslawaai opgroeiden vertoonden een verminderde groei, kortere telomeren (de uiteinden van chromosomen, die slijten met de leeftijd en de levensduur mede bepalen) en een slechtere conditie.
Naast dat de eieren aan lawaai werden blootgesteld, kregen ook de uitgekomen jongen voor negen dagen geluid te horen. De onderzoekers volgden de ontwikkeling en reproductie van de vogels in de jaren daarna. Vinken die hun embryonale stadium of de dagen net daarna met verkeersgeluid doorbrachten, bleken later minder nageslacht te krijgen dan vogels die niet onder die omstandigheden ter wereld waren gekomen. Vogels die zowel voor als na de geboorte waren blootgesteld aan lawaai, produceerden in hun latere leven in totaal 59 procent minder nakomelingen.
Over de auteur
Jean-Pierre Geelen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Ook het broedsucces daalde door verkeerslawaai: van eieren die eraan onderworpen werden, kwam (in eiermassa gemeten) 18,5 procent minder uit dan van eieren die enkel aan de zang van zebravinken waren blootgesteld. Verder bleken vogels die als embryo én als kuiken onder verkeerslawaai verkeerden op de twaalfde dag na hun geboorte 11 procent kleiner en 14,5 procent lichter te zijn dan vogels die nooit met herrie te maken hadden gekregen.
Dat geluid verstorende effecten kan hebben op dier en mens, is al vaker gebleken uit onderzoek. Nu blijken de effecten al voor de geboorte te worden veroorzaakt en levenslang de fysiologie, ontwikkeling en reproductie van vogels te beïnvloeden. Naar de fysiologische basis van die effecten moet volgens de wetenschappers nader onderzoek komen.
De onderzoekers noemen hun bevindingen ‘zorgwekkend voor dier en mens’. Ze dringen aan op maatregelen rondom geluidbelasting, met name tijdens de vroege ontwikkeling van mens en dier. ‘Actie is vooral dringend nodig vanwege de aanhoudende en verwachte toename van het wegennet, maar ook van mijnbouw, industriële en huishoudelijke activiteiten die geluidshinder genereren, van matige tot hoge niveaus’, zo eindigen de onderzoekers hun publicatie.
Volgens Hans Slabbekoorn, hoogleraar akoestische ecologie en gedrag aan de Universiteit Leiden, sluit dit onderzoek aan bij eerdere bevindingen over gevoeligheid voor geluid vóór de geboorte, bijvoorbeeld bij vogels waar de zang van de ouders de hartslag van de embryo’s blijkt te beïnvloeden.
Ook Slabbekoorn deelt de bezorgdheid over de gevolgen van menselijk geluid voor zoogdieren en mensen. ‘Bij mensen begint het akoestische leven ook voor de geboorte en lawaaiige omstandigheden kunnen effect hebben op het ongeboren kind in de baarmoeder, door verstoring en maskering’, stelt hij in een reactie op het onderzoek.
Hij pleit dan ook voor meer aandacht voor de akoestische omgeving van broedvogels in steden en langs snelwegen, en wijst op het belang van ‘akoestisch comfort’ in ziekenhuizen voor zwangere vrouwen en baby’s.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant