Home

Wie alles gedenkt, gedenkt eigenlijk niets

Vrijwel niemand wil dat de Nationale Dodenherdenking op 4 mei een politiek strijdtoneel wordt. De herdenking is bedoeld om alle Nederlandse oorlogsslachtoffers tijdens en na de Tweede Wereldoorlog – enkele honderdduizenden - te gedenken. Die groep is in de eenentwintigste eeuw verder aangevuld met onder meer de Nederlandse militairen die sneuvelden in Irak en Afghanistan. Er is één ding dat al die slachtoffers bindt: ze waren Nederlander.

Sommigen willen de groep slachtoffers die we gedenken, uitbreiden. Sommigen bedoelen daarmee de slachtoffers die vielen in Gaza sinds 7 oktober (om een of andere reden zijn de meer dan duizend vermoorde Israëliërs op 7 oktober zelf doorgaans niet inbegrepen).

Ook Andrée van Es, voorzitter van het Amsterdams 4 en 5 mei-comité, verwijst in een recent interview in Het Parool naar een „beperkte blik waarbij veel mensen buiten de boot vielen”. Ze zegt ruimte te zoeken voor verbreding van de herdenking.

Dat zou een behoorlijke verandering betekenen.

De Dodenherdenking verliest dan zijn nationale karakter. Want, welke slachtoffers gaan we in dat geval nog méér herdenken? De oorlogsdoden over wie de grote minderheidsgroepen in Nederland treuren?

Het lijkt het meest logisch om het gedenken in het ‘plan-Van Es’ uit te breiden tot slachtoffers van al het oorlogsgeweld wereldwijd. Voor sommigen zullen dat de Gazanen zijn, voor anderen de Oeigoeren, weer anderen herdenken de doden in Soedan, Ethiopië, Congo, Rwanda, Ethiopië, Iran, Bangladesh...

Natuurlijk kan het geen kwaad (elke dag) stil te staan bij het leed waar ook ter wereld. Maar het is tegelijk de vraag of daarmee het karakter van de Dodenherdenking op 4 mei niet verwatert. Wie alles gedenkt, gedenkt eigenlijk niets. Daar komt bij dat het apolitieke karakter van de Dodenherdenking daarmee waarschijnlijk verdwijnt. De slachtoffers van de ene groep, zijn vaak de daders van de andere groep. Van een dag van eenheid kan 4 mei op die manier wel eens een dag van verdeeldheid en politieke polarisatie worden. Terwijl maar liefst 83 procent van de Nederlanders vindt dat de Dodenherdenking belangrijk is, blijkt uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek (NVO).

De opening van het Holocaustmuseum op 10 maart heeft duidelijk gemaakt dat het herdenken van het gruwelijkste hoofdstuk uit ons oorlogsverleden, dit jaar helaas toch politiek gemaakt is. En hetzelfde dreigt volgende week te gebeuren met de Nationale Dodenherdenking. De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema zei na de gebeurtenissen bij de opening van het Holocaustmuseum, dat „het mag schuren”. Gelukkig heeft ze via diverse media laten weten dat ze verstoring van de Dodenherdenking niet zal accepteren. Uit veiligheidsoverwegingen worden daar op 4 mei de helft minder mensen toegelaten, iedereen wordt gefouilleerd, vlaggen of spandoeken tonen is strafbaar.

Ze heeft gelijk. Laten we dat ene moment per jaar waarop we stilstaan bij al die onschuldig (en vaak gruwelijk) gedode Nederlanders, apolitiek houden. Maar die vele (nieuwe) Nederlanders dan die er niets bij lijken te voelen, die 4 mei ‘niet-inclusief’ vinden? Voor velen geldt het waarschijnlijk als politiek-incorrect om dit te zeggen: zouden díé Nederlanders misschien eens bij zichzelf te rade moeten gaan over hun houding? Zij of hun ouders of grootouders (zoals die van mij!) hebben sinds de Tweede Wereldoorlog (bewust) voor Nederland gekozen vanwege onder meer de politieke en godsdienstige vrijheid. Die vrijheid heeft een geschiedenis die vele Nederlanders vóór hen het leven heeft gekost. Als je daar zelfs op 4 mei niet twee minuten bij wilt stilstaan, heb dan in ieder geval het respect om dat moment te eerbiedigen. Demonstreren (voor Gaza of wat dan ook) doe je dan op één van de andere 364 dagen van het jaar.

Source: NRC

Previous

Next