Home

Controleer Nederlanders structureel op blootstelling aan chemische stoffen, adviseert Gezondheidsraad

Controleer bij Nederlandse vrijwilligers bloed, urine en moedermelk structureel op chemische stoffen. Dat adviseert de Gezondheidsraad donderdag aan de overheid. Het onderzoek moet in kaart brengen in welke mate ze worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen en pfas.

Nu vinden zulke metingen slechts incidenteel plaats. Zo onderzocht het RIVM al eens keek het bloed van omwonenden bij de Chemours-fabriek in Dordrecht.

De Gezondheidsraad, die de medische consensus in Nederland vertolkt, schrijft hoe zo’n onderzoek doorgaans pas ‘na aanzienlijke maatschappelijke druk’ gebeurt, ‘wat schadelijk kan zijn voor het vertrouwen van burgers in de overheid’.

Over de auteur
Ronald Veldhuizen schrijft voor de Volkskrant over medisch onderzoek, psychologie en (neuro-)biologie..

De raad adviseert daarom structureel, bij minstens 1.500 Nederlanders, een zogeheten biomonitoringsprogramma op te tuigen. Daarmee speuren onderzoekers naar meerdere stoffen in bloed, urine, of bijvoorbeeld moedermelk. Door de metingen in de loop der jaren te herhalen, is ook te zien of de blootstelling aan bepaalde stoffen af- of toeneemt. De minister van Volksgezondheid moet nu beslissen of dit programma van start kan gaan.

Dat Nederlanders chemische stoffen binnenkrijgen, is een gegeven. Chemicaliën horen bij het moderne leven, met goed geïsoleerde huizen, brandwerende materialen en verpakte voeding die lang houdbaar is.

Zorgplicht overheid

Vooral belangrijk is de dosis: hoe meer stof het lichaam, hoe hoger de risico’s. Wie bijvoorbeeld extra pfas binnenkrijgt, wordt niet meteen ziek. Maar de kans daarop neemt een beetje toe. ‘Als overheid heb je een zorgplicht en dan moet je de vinger aan de pols houden’, zegt Marianne Geleijnse, vicevoorzitter bij de raad.

‘Als dit programma er komt, is dat enorm goed nieuws’, zegt milieuchemicus Sicco Brandsma van de Vrije Universiteit Amsterdam in een reactie. Brandsma ontdekte met zijn collega’s per toeval in 2015 dat de pfas-fabriek van Chemours in Dordrecht de omgeving verontreinigde, tot aan moestuintjes toe.

Het duurde jaren voordat de overheid uit grootschalig onderzoek concludeerde dat mensen daar beter geen moestuingroente of hobbykipeieren konden eten. Met een nationaal meetprogramma onder burgers zijn zulke ‘blinde vlekken’ sneller in zicht.

Opvallend: Nederland was ooit koploper met zo’n onderzoeksprogramma, maar dat werd in 1997 wegbezuinigd. Zonde, vindt Erik Lebret, emeritus hoogleraar milieu en gezondheid aan de Universiteit Utrecht en lid van de Gezondheidsraad. De giftigste bestrijdingsmiddelen en andere stoffen die vroeger werden gebruikt zijn weliswaar vervangen door gunstigere versies, maar ‘het aantal stoffen, het volume en het gebruik zijn juist enorm toegenomen’.

Testen op verdachte stoffen

Het nieuwe monitoringsprogramma moet Nederlanders ook gaan testen op verdachte stoffen die anders onopgemerkt blijven. Zo kan de overheid beter bijhouden of het eigen beleid goed werkt. In Noordrijn-Westfalen kwam zo aan het licht dat kinderen in 2017 te veel van de giftige stof ftalaat in hun urine hadden, ondanks een verbod in 2013. Waar het vandaan komt, weten onderzoekers niet.

Een vergelijkbaar incident speelt nu in Noord-Holland, waar het sinds 1998 verboden landbouwgif dinoterb in het oppervlaktewater blijkt te zitten. In hoeverre omwonenden ermee in aanraking komen, is echter nog steeds onduidelijk - zonder biomonitoring ontbreken zulke gegevens.

Verder kan een langlopend onderzoek van bloed, urine en moedermelk volgens experts onthullen of de industrie een afgekeurde stof vervangt door een andere verdachte stof. Een onderzoeksprogramma in Canada liet bijvoorbeeld zien hoe de verboden weekmaker bisfenol A plaatsmaakte voor bisfenol F, dat waarschijnlijk even schadelijk is.

Belangrijk, voegt Lebret toe, is dat de resultaten van zulk onderzoek niet direct alarmerend hoeven zijn voor de deelnemers. Daarvoor zijn de effecten van de meeste stoffen vaak te subtiel. ‘Je kunt niet op individueel niveau zeggen, goh, u had een hoge waarde, dus het is ernstig met u gesteld. Want die waarde kan nu allang weer lager zijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next