Home

Twee mannen, op de vlucht, in de asielcrisis van de toekomst

Twee blonde mannen lopen door een woud. Het is donker, en koud. Ze zwijgen. Goedbeschouwd zijn ze al jaren uitgepraat, ze zijn alleen door een gedeeld succes van lang geleden tot elkaar veroordeeld. Hoelang zijn ze al onderweg? Hoeveel van dit soort bossen hebben ze al doorkruist? Inmiddels zijn ze beland in een deel van de wereld waar de mensen er niet meer zo uitzien als zij. Hun kostuums zijn gerafeld, hun stropdassen hebben ze om het hoofd gebonden. De twee vrouwen, collega’s met wie zij hun land zijn ontvlucht, hebben asiel aangevraagd in België. Maar zij, mannen alleen, zijn daar al jaren niet meer welkom.

Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Achteraf gezien wonderlijk, dat die Russische aanval ze toch nog verraste, ondanks de talloze cyberaanloopjes, de spionage, de moorden, de invasies en de fantasieën over expansie en verschroeide aarde. Een van hen, de blondste, liet zijn vriendschapsspeldje nog zien. Tevergeefs. ‘Kun je bij ons in elke feestwinkel krijgen’, riep de commandant ze na, terwijl hij ze het Binnenhof af joeg.

Toen begon het zwerven. Overal waar ze kwamen dezelfde rituelen: met de grenspolitie richting aanmeldcentrum, weken, maanden vol ijdele hoop. De blondste doodde de tijd met vitten op anderen, terwijl de blonde zich verdiepte in lokale vreemdelingenwetten. Soms ging hij midden in de nacht rechtop zitten op zijn stretcher en riep door de slaapzaal: ‘Maar dan vallen we dus daadwerkelijk buiten het interregionale crisismigratiepact!’

In elk land waar ze komen, worden ze met een schuin oog bekeken, als ordeverstoorders, ongewensten. De blondste spreekt er schande van dat er nergens plek is voor hen, politici op drift. Volgens hem bewijst dit wat hij al langer vermoedde over andere culturen. De blonde leest lokale kranten op zijn iPad en vertelt dat ze de onophoudelijke stroom van West-Europeanen hier niet meer aankunnen. En dat er geen behoefte is aan politici, omdat elk land op dat vlak al voorzien is.

Tijdens hun eindeloze wandelingen lopen ze in formatie: de blondste voorop, de blonde er achteraan, verdiept in de historische statuten. Eerst leerde hij alle voormalige mensenrechten uit het hoofd, momenteel bestudeert hij het Vluchtelingenverdrag, dat enkele jaren eerder is gekapseisd – het werd door verschillende landen zó langdurig geparkeerd dat de gemeente het uiteindelijk wegsleepte. Waar ze niet over spreken, nooit, is de herinnering aan die dagen in de lente van 2024. Dat ze de asielinstroom bespraken. Aan tafel, koffie erbij. Dat ze vaststelden dat ze het niet meer aankonden, dat klonk beter dan dat ze er geen zin meer in hadden. En dat vluchtelingen de perfecte carport vormden, waaronder je iedere soort onvrede droog kon houden.

’s Avonds kijken ze tv in de gemeenschappelijke ruimte. Een discussieprogramma. Een voorstander van ruimhartige opvang begint aan een academisch klinkend betoog, vol cijfers, feiten over arbeidsmigratie en mededogen.

De blondste gromt geërgerd. Macht der gewoonte.

Daarna: een politicus. De mannen kennen haar niet, de vrouw spreekt op de toon van iemand die nog niet de gelegenheid te baat heeft genomen nederig te worden van eigen fouten. Ze spreekt van een noodtoestand. Zoveel West-Europeanen, luidruchtige reuzen met beperkt aanpassingsvermogen, die kunnen ze hier onmogelijk kwijt. I’m not mad, Henkie. Op lange termijn denkt de vrouw aan een modern, iglovormig opvangcentrum op Groenland, daar waar nu het landijs smelt. Maar vooralsnog doet ze liever niets, bevreesd als ze is voor ‘aanzuigende werking’ en ‘nareis op nareis’.

De mannen kijken elkaar aan. Over enkele maanden zullen ze weer verder moeten. Dit begint aardig op een asielcrisis te lijken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next